Koning, zoek het gewone volk op!

Het establishment en de meeste media waren vol lof over koningin Beatrix. Onder laagopgeleiden, het voormalige ‘Oranjeplebs’, is de liefde voor het koningshuis juist bekoeld. Zoek hen op, adviseert Henri Beunders.

Bij het uitzwaaien van koningin Beatrix kon het establishment in politiek, bedrijfsleven, kunst en cultuur niet genoeg loftuitingen vinden voor de manier waarop de vorstin sinds 1980 ‘het icoon van Nederland’ was geworden. De televisie en de kranten deden hier unisono aan mee, alsof ze hiermee ook zichzelf feliciteerden met de functie van koninklijk instituut, even onmisbaar en waardig als de Oranjemonarchie zelf.

In die eindeloze stoet voxpop-straatcommentaren vielen slechts hier en daar – zoals bij PowNed – nuchtere, zo niet negatieve geluiden te horen over de vorstin én over al die aandacht. Die geluiden kwamen neer op: ‘Wat een heisa over iemand die met pensioen gaat!’ ‘Ze heb ook maar een baantje gehad. Maar nu ik mijn baantje kwijtraak, rept niemand erover.’

Mijn advies aan de nieuwe koning is dan ook: zoek het ‘gewone volk’ op. Waarom? Omdat bij dit deel van de bevolking, dat eeuwenlang door de aristocratische elites, ook historici, denigrerend als ‘Oranjeklanten’ of als ‘Oranjeplebs’ werd omschreven, de afgelopen tien jaar de voorliefde voor Oranje sterk is bekoeld.

In de ‘publicitaire monarchie’, en dat weten de Oranjes als geen ander, is de liefde tussen volk en vorst als het leven zelf: wispelturig, soms zelfs onrechtvaardig. Voor de nieuwe koning en koningin komt het gevaar van impopulariteit niet langer van één kant, zoals bij Beatrix, maar van twee kanten: van de pro-Beatrix-elite en van het volk zelf.

De babyboomelites hebben zich het afgelopen decennium van ooit verklaarde tegenstanders van de monarchie – ‘Geen woning, geen kroning’ – stilletjesaan getransformeerd tot groot voorstander van de monarchie en vooral van de als progressief en Europees bekendstaande vorstin. Het is evenwel de vraag of zij niet weer zullen terugkeren naar de houding van kritiek bij het eerste de beste incident. Willem-Alexander is niet van hun generatie en houdt ook minder van wetenschap, kunst en cultuur, zodat de kans minder groot is dat de oude elites zich in die wereld samen met het koningspaar kunnen laten zien.

Dan is niet uitgesloten dat zij op een punt als het betalen van belasting hetzelfde standpunt zullen innemen als Amsterdamse raadsleden van het Links Akkoord in 1988, die zich verzetten tegen de toelage van 900.000 gulden voor de kroonprins omdat hij meerderjarig was geworden. Zij verzetten zich tegen de ontvangst in de hoofdstad van een „lefgozertje dat zijn hele leven nog geen zak heeft gepresteerd”.

De afname van de populariteit van de Oranjemonarchie onder ‘het volk’ is de afgelopen jaren het opvallendst geweest. Natuurlijk, ook onder hen was de populariteit altijd wisselend. Eén voorbeeld. Op 29 maart 2001 werd een opiniepeiling gepubliceerd: het percentage ondervraagde Nederlanders dat voorstander is van het koningshuis bleek gedaald van 82 naar 62 procent. Als oorzaak werd alom het voornemen van de kroonprins gezien om te huwen met de Argentijnse Máxima Zorreguieta, wier vader een ‘fout’ verleden had als minister in de Videla-junta.

De maand erna maakte koningin Beatrix live op radio en tv de verloving bekend. Máxima legde een verklaring af in bijna foutloos, maar door accent en kleine foutjes aandoenlijk Nederlands. Ze nam afstand van de dictatuur, en had spijt dat haar vader voor een verkeerd regime had gewerkt. Na afloop van deze verklaringen probeerde men elkaar over die tafel heen te omhelzen, een ook al aandoenlijke scène, die een tv-recensent toen de „klunsfactor” in ons „kleinschalig scharrelkoningshuis” noemde. Belangrijker hier is: na haar optreden schoot het percentage Nederlanders vóór het koningshuis omhoog naar 93 procent.

Sinds deze geslaagde ‘mediaperformance’ is Máxima onafgebroken de populairste Oranje. Maar onder de oppervlakte verschoven sindsdien diverse kernwaarden van enerzijds de elites, of hoger opgeleiden, en anderzijds het volk, of de lager opgeleiden. De hoger opgeleiden waren rond 2000 zeer kritisch over zowel de democratie als de monarchie, die drastisch gemoderniseerd dienden te worden in de richting van referenda en gekozen bestuurders. De lager opgeleiden waren pro-Oranje, en vonden het representatieve politieke bestel wel oké.

In de afgelopen jaren hebben elite en volk op de punten van democratie, monarchie, multiculturele samenleving en ook Europa van stuivertje gewisseld. Het is nu ‘het volk’ dat op SP en PVV stemt dat voor referenda en gekozen bestuurders is, kritisch is over de ‘geld verslindende’ monarchie, over de multiculturele samenleving en ronduit tegen het Europa, waarvan zij minder baat zeggen te hebben dan de doorgeleerde landgenoten.

Drie jaar na ‘de opstand der burgers’, in 2005, liet een enquête van TNS NIPO dat al zien. Zeker, 86 procent van de Nederlanders wilde dat de monarchie bleef en 14 procent opteerde voor een republiek maar onder de PVV en de SP was het percentage republikeinen respectievelijk 25 procent en 23 procent.

De jaren erna werden de ophef over het vakantiehuis van de kroonprins in Mozambique en de uitkeringen voor de Oranjes aanleiding voor daling van hun populariteit. In 2009 was volgens TNS NIPO bij eenderde van de bevolking de sympathie afgenomen, en wilde eenderde dat de Oranjes gekort moesten worden op hun uitkeringen. Het percentage dat vond dat de Oranjes gewoon belasting zouden moeten betalen, lag toen op 90 procent. En wederom, onder de volkse partijen SP, PvdA en PVV was dat standpunt het populairst.

In de afgelopen dagen werd door bijna iedereen, ook door de Dichter des Vaderlands in deze krant, gezegd dat Beatrix een ongeëvenaarde vakvrouw was, maar ook dat ze warm en menselijk was. Uit de opiniepeilingen van afgelopen jaren blijkt dit niet. Vond in 1999 nog 61 procent van de Nederlanders dat de vorstin ‘dicht bij het volk’ stond, in 2009 vond (wederom TNS NIPO) nog slechts 46 procent dit. De kroonprins werd een stuk progressiever gevonden, en 77 procent van de ondervraagden vond dat hij dichter bij het volk stond dan zijn moeder. Máxima stond volgens maar liefst 87 procent ‘dicht bij het volk’.

De commentaren de afgelopen dagen en deze opiniepeilingen, tonen aan dat de kloof tussen hoger opgeleiden en lager opgeleiden op alle fronten de afgelopen tien jaar is toegenomen, ook inzake de monarchie. Dit werd nog eens bevestigd door mijn jarenlange straatopinieonderzoek met studenten. Wegens die kloof verloor premier Kok in zijn tweede ambtsperiode bijna al zijn populariteit. Kok heeft bij mijn weten in zijn achtjarige ambtstermijn nooit een grote rede gehouden over de zaken die gewone mensen bezighielden, de multiculturele samenleving, de strafmaat en Europa. Koningin Beatrix heeft in menig kersttoespraak opgeroepen tot tolerantie, en ook meer Europa. Maar zij sprak in die toespraken zelden over het lot van de gewone mensen, en was ook meer in het theater te vinden dan in de achterstandswijken om te helpen die tot prachtwijken om te toveren.

Mijn advies aan de nieuwe koning en koningin is dan ook dit. De zelfbenoemde elites kunnen wel geapaiseerd worden. Inzake sport en goede doelen bent u al veel onder ‘het volk’, maar ook daar is nog achterstallig onderhoud te verrichten.

Henri Beunders is hoogleraar geschiedenis van maatschappij, media en cultuur aan de Erasmus Universiteit