Intiem en melancholisch

Jim James tijdens een optreden met My Morning Jacket in Ontario Foto Corbis

pop Jim James: Regions Of Light And Sound Of God

Een band heeft een eigen dynamiek. Zo is My Morning Jacket, de groep waarmee zanger/gitarist Jim James sinds 1999 naam maakt, de laatste jaren harder en wijdlopiger gaan spelen; in hun ooit zo uitgebeende en ‘eenzame’ geluid deden gestaalde riffs als van Led Zeppelin hun intrede.

Voor zijn zachtaardige kant zocht voorman James intussen ander gezelschap. Hij sloot zich bijvoorbeeld aan bij de supergroep Monsters Of Folk, met collega’s M. Ward en Conor Oberst, die in 2009 een folk-cd opnam. Als volgende stap brengt James nu een eerste solo-album uit, Regions Of Light And Sound Of God. Hierop weeft de 34-jarige James, afkomstig uit Louisville, Kentucky, intieme kunststukjes met blazers, strijkers en gitaar. In alle nummers waan je de zanger nabij.

James schreef alle liedjes zelf en bespeelde ook de instrumenten. De negen nummers zijn uiteenlopend in stijl, maar de sfeer is consequent.

Of James zich nu waagt aan een akoestische pastiche op de glijsoul van Marvin Gaye, met swingende beat, of aan een schommelend wiegelied met sidderende strijkers, of zijn stem eenzaam laat dolen tussen de enkele vlammende akkoorden, de stemming blijft intiem en melancholisch.

Hoewel hij in My Morning Jacket speelt op een dominant rockende Gibson en ooit door tijdschrift Rolling Stone werd uitgeroepen tot een van de twintig ‘nieuwe gitaargoden’, geeft James zijn instrument op Regions Of Light And Sound Of God een bescheiden rol. Het is bijzonder hoe zijn stem, met de aan Neil Young herinnerende pijnlijke uithalen, nu wordt omsloten door de afgeronde klank van de instrumentaties.

James is een bewonderaar van George Harrison, zoals al bleek uit de ep Tribute To (2009) met daarop zes coverversies van Harrison-liedjes. De geest van Harrison is nu aanwezig in James’ compositie Actress, dat door zijn combinatie van een gewijde melodie en doordringende zangstem moeiteloos tussen de nummers van All Things Must Pass (1970) had gepast. Dat zou op epigonisme kunnen duiden, maar is in dit geval een waardig saluut.

    • Hester Carvalho