In Aberdeen ruikt olie Schots

Sinds gisteren weten de Schotten dat ze in 2014 ja of nee moeten zeggen tegen onafhankelijkheid. Alles draait om de olie, beseffen ze in Aberdeen.

Welkom in de gelukkigste stad van het Verenigd Koninkrijk (op Oxford na). Waar de werkloosheid slechts 2 procent is, in de omringende provincie zelfs 1 procent. Waar de salarissen vorig jaar stegen tot gemiddeld 64.000 pond per jaar (79.000 euro), meer dan het dubbele van het landelijke gemiddelde. Waar de huizenprijzen laag zijn, de levensstandaard hoog. En waar geld dan ook wordt uitgegeven: pubs en restaurants zitten vol, boodschappentassen zitten vol.

En iedereen in het Schotse Aberdeen weet hoe het komt. „We zitten in een oliebel”, zegt Clark Alexander, een aannemer. Verpleegster Gillian Hutton zegt: „In de olie is altijd vraag naar werk, en het betaalt goed.” En Marcus Freckingham, een gepensioneerde ingenieur, zegt: „De olie-industrie bloeit als nooit tevoren.”

Aberdeen vervult bij het onafhankelijkheidsstreven van de Schotse nationalisten een hoofdrol. De olie- en gasindustrie, is sinds de eerste Britse olievondst in 1970 bijna geheel geconcentreerd in en rond Aberdeen. En het is de pijler waarop een onafhankelijk Schotland zou rusten. Als Noorwegen onafhankelijk en rijk kan zijn, kan Schotland dat ook. Nu gaan belastinginkomsten en vergunningsbijdragen voor de olie-industrie, vorig jaar 11,2 miljard pond (13,9 miljard euro), nog naar de Britse schatkist.

De olie-inkomsten zijn nu al inzet van een strijd tussen voor- en tegenstanders van onafhankelijkheid, terwijl het referendum daarover pas in de herfst van 2014 plaatsvindt. De nationalisten, onder aanvoering van premier Alex Salmond, wijzen erop dat 90 procent van alle Britse olie- en gasvelden in Schotse wateren ligt en redeneren dat dus ook 90 procent van de inkomsten Schotland toebehoren. Sommige unionisten rekenen liever met inwonersaantallen, aangezien ook de exploratie door alle Britten is bekostigd. Zo bezien is maar 9 procent voor Schotland.

Toen het Office of Budget Responsibility (OBR), het Britse Centraal Planbureau, vorige zomer meldde dat de olie- en gasinkomsten in 2040 nog slechts 2,9 miljard pond zouden zijn, zag de Britse staatssecretaris Danny Alexander – een Schot – daarin het bewijs dat de Schotse Nationalistische Partij zich „ernstig vergiste” als het haar onafhankelijkheidsplannen baseerde „op een afnemende inkomstenbron”.

Alex Kemp, hoogleraar economie aan de University of Aberdeen, ook een Schot en een van de meest gerespecteerde Britse oliedeskundigen, wil niet zeggen of hij voor of tegen onafhankelijkheid is. Feiten tellen voor hem, geen meningen. De berekening van het OBR noemt hij „pessimistisch”, gebaseerd op een wel erg lage olieprijs en geen acht slaand op nieuwe productie. Want de olie is er, zegt Kemp. Hij schat dat er de komende dertig jaar nog 17 miljard vaten kunnen worden geproduceerd. Hij waarschuwt wel voor het gevaar van een Schotse economie die te afhankelijk is van olie-inkomsten. Want olieprijzen stijgen en dalen.

Kemp berekende de belastinginkomsten die de Schotse regering zou hebben gehad sinds de jaren zeventig. In de jaren tachtig daalde de olieprijs van 30 dollar per vat naar minder dan 10 dollar. In Aberdeen gingen 4.100 banen verloren; voor elke vier in de olie-industrie nog eens drie lokale banen. Het zou een les moeten zijn. Voor zowel de Britse regering als de Schotse, haast Kemp zich te zeggen.

Het lijkt misschien alsof de olie- en gasindustrie het „extreem goed” doet, vertelt hij. Maar de productie daalde met 19 procent in 2011 en „dat zal in 2012 niet veel beter zijn geweest”. Veel boorinstallaties zijn verouderd: „Eenderde van de [200] installaties en platforms is ouder dan dertig jaar. Het aantal productieonderbrekingen was dit jaar extreem hoog.” Tel daarbij op dat de exploratie op een „historisch laag niveau” ligt, met slechts veertien nieuwe aangeboorde bronnen in 2012. Vooral het eerste kan een „ernstig probleem” blijven. „Tenzij de industrie meer aandacht gaat schenken aan onderhoud, inspecties en reparaties.” Zo niet, zal de infrastructuur snel „oneconomisch” worden.

Bij de Kamer van Koophandel van Aberdeen is men zich bewust van de noodzaak van diversificatie. Voorzitter Robert Collier wijst op alle andere sectoren die de stad en provincie Aberdeenshire rijk zijn: de whisky-export (2,7 miljard pond), landbouw (aardappelen) en visserij, en de twee universiteiten. De natuur van „het achterland” en de skigebieden, die toeristen lokken.

Ook Collier zegt niet of hij voor of tegen onafhankelijkheid is. Ten eerste omdat hij geen Schot is, maar een Engelsman. Maar vooral omdat de Kamer zijn leden zoveel mogelijk informatie wil geven, maar geen stemadvies. „Bedrijven zullen zich aanpassen naar gelang de uitslag”, voorspelt Collier.

„En de meeste kwesties die het bedrijfsleven zullen raken, worden pas ná het referendum duidelijk bij eventuele onderhandelingen.” Krijgt een onafhankelijk Schotland een eigen munteenheid? Kan het lid blijven van de Europese Unie, krijgt het de euro?

Dergelijke vragen leven ook onder de inwoners van Aberdeen. De steun voor onafhankelijkheid is niet hoog, zegt hoogleraar politicologie Paul Cairey van de University of Aberdeen. Een vierde van de Schotten is altijd voor, een vierde twijfelt. „Men wil vooral meer devolutie.” Nu beslissen de Schotten zelf over onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting en landbouw. Buitenlands beleid, defensie en monetaire zaken regelt de Britse regering.

Vooral dat laatste steekt. Zoals toen Londen in 2011 onverwacht de belasting voor oliemaatschappijen werd verhoogd. „Zonder veel te letten op de effecten die dat on shore had”, zeggen ze nog steeds in Aberdeen. Zelfs in een gelukkige stad wordt gemopperd.

    • Titia Ketelaar