Imposant portret van een dictatuur op haar retour

No geeft een goed beeld van Chili in de nadagen van Augusto Pinochet. Verouderde techniek versterkt de verstikkende sfeer.

©

Van één ding kun je bij dictators op aan: wanneer ze een tijdje aan de macht zijn, gaan ze denken dat ze onvervangbaar zijn, dat de huldeblijken en steunbetuigingen aan hun adres niet geregisseerd maar gemeend zijn, dat de burgers hen net zo onmisbaar vinden en liefhebben als zij zichzelf.

De Chileense generaal Augusto Pinochet – in 1973 door een staatsgreep aan de macht gekomen en verantwoordelijk voor duizenden doden, martelingen en massale emigratie – was geen uitzondering. Ook niet toen hij in 1988 een referendum uitschreef over de retorisch bedoelde vraag of hij nog acht jaar als president zou moeten aanblijven.

Dat bleek een misrekening: het ‘nee’ won met iets meer dan 55 procent. De these van NO, van de Chileense regisseur Pablo Larraín, is dat dit te danken was aan de reclamecampagne in de televisiezendtijd die – omdat dat nu eenmaal hoort bij een referendum – mondjesmaat op de late avond aan tegenstanders ter beschikking was gesteld.

In de film is de overwinning in het bijzonder de verdienste van de jonge René Saavedra, gebaseerd op de reclamemaker Eugenio García. Die zag in dat er weinig stemmen te winnen waren met de tv-campagne die Pinochets tegenstanders in gedachten hadden: veel verontwaardiging over de doden, de martelingen en de verdwijningen waarvoor Pinochet verantwoordelijk was. Met moeite wist García – in de film mooi gespeeld door Gael García Bernal – zijn opdrachtgevers te overtuigen dat het ‘nee’ slechts door een opgewekte, toekomstgerichte campagne kon winnen: geen gruwelen uit het verleden ophalen, een kleurig logo en veel vrolijke Chilenen die – al dan niet zingend – hoop voor de toekomst uitstraalden.

Verstikkende atmosfeer

Die campagne won, tot verbijstering van Pinochet en de zijnen. De overwinning was zeker vanaf het moment dat de aanhangers van Pinochet, in een poging het tij te keren, van hun eigen campagne een angstdroom maakten vol sombere voorspellingen over de gruwelen die Chili te wachten zouden staan zonder Pinochet. Positief gestemde luchtigheid overwon, niet met politieke argumenten maar met stemming.

Indrukwekkend is in NO de schildering van een dictatuur in haar nadagen, een sfeer die je voor 1989 ook in Oost-Europa aantrof: de dagen van terreur waren weliswaar voorbij, maar de geïntimideerde samenleving kon zich eigenlijk nauwelijks nog een andere toestand voorstellen; er heerste een zelfopgelegd verbod op denken in alternatieven, omdat die te hopeloos en daardoor pijnlijk waren.

Aan die verstikkende atmosfeer draagt niet weinig bij dat NO geheel gedraaid is op het verouderde ‘U-matic homevideosysteem’. Het geeft de film iets onhandigs en archaïsch – met een voor hedendaagse ogen lage beeldresolutie en ongewone kleuren. Dit technisch anachronisme werkt vreselijk authentiek: NO lijkt een film uit de jaren tachtig, in plaats van óver de jaren tachtig. Dat versterkt het gevoel bij de toeschouwer dat het maar een haartje had gescheeld, of de slechten hadden gewonnen. Terecht is NO genomineerd voor een Oscar.

    • Raymond van den Boogaard