Grenzen van het Wetboek zijn onder spanning gezet

De rechtsstaat is met de hakken over de sloot, voorlopig. Het is moeilijk om het kritische vonnis van de rechtbank Amsterdam in het geruchtmakende Passageproces anders te lezen. De vraag of met moordenaars andere moordenaars gevangen mogen worden, is weliswaar met ja beantwoord. Zij het dat het Openbaar Ministerie (OM) belastend materiaal nooit meer selectief uit de dossiers mag weglaten. Twee verdachten werden daardoor zodanig in hun verdediging geschaad dat ze vrijwel ongestraft bleven. Terwijl anderen juist de hoogst denkbare straffen kregen.

Dat laat zien hoe precair deze veroordeling is en hoezeer de grenzen van het Wetboek van Strafvordering onder spanning zijn gezet. In hoger beroep kan dit nog anders uitpakken. Eerder eiste het Openbaar Ministerie tegen de Hells Angels veertienmaal levenslang, waarna in hoger beroep vrijspraak volgde. Duidelijk is ook dat er een betere rechterlijke controle moet komen op ingewikkelde afspraken over de bescherming van kroongetuigen. De wetgever moet hier snel mee aan de slag. Voorstellen van het parket gisteren in NRC Handelsblad om de toepassing van de kroongetuigenregeling meteen maar uit te breiden, zijn begrijpelijk maar ook rijkelijk vroeg. In deze strafzaak strafte de rechtbank resoluut een reeks liquidaties in de onderwereld af, die begonnen in 1993. En die zonder deze strafzaak ook nog waren doorgegaan. Die veroordeling is het goede nieuws. Driemaal levenslang en eenmaal dertig jaar bewijst ook dat strafrechters niet terugdeinzen voor de strengste straffen.

Wie eventueel klaagt over softe rechters kan het niet over deze zaak hebben. Noch over de twee eerdere vonnissen deze eeuw waarin driemaal levenslang in dezelfde zaak werd opgelegd. Van levenslang is intussen geen schorsing mogelijk. Alleen gratie, die vrijwel nooit wordt toegekend. Nederland is het enige Europese land dat levenslang interpreteert als detentie tot de dood. Mede daarom is het een sanctie waarvan de humaniteit mag worden betwijfeld. Dat moet onder ogen worden gezien, ook als het de ernstigste daden betreft. Ook daar mag de wetgever nog weleens over nadenken. Streng mag nooit onmenselijk zijn.

In de ultieme afweging woog voor de rechtbank de ernst van de misdaden en de overtuiging dat de verdachten echt de daders waren zwaarder dan de matige betrouwbaarheid van de kroongetuige. Die stelde zich volgens de rechter in hetzelfde proces namelijk consistent én leugenachtig en manipulatief op. Hij kreeg van het OM volgens de rechters bovendien een tamelijk royale deal voor zijn belastende verklaringen. Een dubbeltje op zijn kant dus, deze gekochte veroordeling in ‘het milieu’.