China hackt computers New York Times

Chinese hackers hebben ingebroken in het computersysteem van The New York Times om het diepgravend onderzoek van de krant naar de rijkdom van de familie van premier Wen Jiabao te volgen.

Doelwit van de hackers – die zich bedienden van inbraaktechnieken die geassocieerd worden met het Chinese leger – was de Shanghaise correspondent van de krant, David Barboza, en diens bronnen, vermoedt de Amerikaanse krant.

The New York Times maakte vandaag bekend dat de Chinese hackers via zogenoemde malware (gevaarlijke software) diep waren doorgedrongen in het computersysteem van de krant in de VS. Zij waren in staat de krant helemaal plat te leggen, iedere redactionele pc te gebruiken, de wachtwoorden van alle Times-werknemers te stelen en ook de activiteiten op de persoonlijke pc’s van 53 medewerkers te volgen.

Dat de hackers dat niet gedaan hebben, sterkt de krant in het vermoeden dat de Chinezen het uitsluitend te doen was om de bronnen van Barboza op te sporen en diens onderzoek te volgen. Maar The New York Times zegt dat de bronnen waarop de onthulling is gebaseerd dat de familie Wen over een vermogen van 2,7 miljard dollar (2 miljard euro) beschikt, destijds openbaar waren.

De inbraken over een periode van vier maanden vonden plaats via de computers van een aantal niet nader genoemde universiteiten in de VS.

De krant moest de gespecialiseerde firma Mandiant inhuren om de hackers te verdrijven en de malware uit te schakelen. Dat bleek een lastig karwei te zijn, want de hackers lieten zich moeilijk verjagen. Mandiant-directeur Bejtlich zegt daarom zeker te weten dat de hackers tot het Chinese militaire apparaat behoren.

Sinds de krant op 25 oktober 2012 het verhaal plaatste, zijn de websites van de krant in China geblokkeerd en worden de correspondenten hinderlijk gevolgd. De rijkdom van de communistische topleiders en hun families is een staatsgeheim, waarvan de openbaarmaking beschouwd wordt als hoogverraad. Vrijwel alle families van voormalige en zittende leiders zijn tijdens de economische ontwikkeling van hun land schatrijk geworden. Tegelijkertijd is de kloof tussen arm en rijk op een voor de partij pijnlijke wijze gegroeid. Daarom liggen onthullingen zoals over premier Wen en de nieuwe partijleider Xi Jinping zo gevoelig. Xi’s familie heeft volgens Bloomberg bezittingen ter waarde van 300 miljoen dollar.