Britse economie bevindt zich in één lange recessie

De gebruikelijke definitie van een recessie – twee opeenvolgende kwartalen met een daling van het bruto binnenlands product (bbp) – is misleidend. Als we de betekenisvollere Amerikaanse norm van „een aanzienlijke daling van de economische activiteit” hanteren, kan Groot-Brittannië niet zijn derde recessie zijn ingegaan sinds de financiële crisis van 2008 – zelfs niet als het bbp ook na het huidige kwartaal blijkt te zijn afgenomen, net als in de laatste drie maanden van 2012.

Een drievoudige dip is onmogelijk, omdat de Britse economie in feite gevangen zit in één lange recessie. Volgens de voorlopige schatting van het Britse bureau voor de statistiek was het bbp in het vierde kwartaal vrijwel gelijk aan dat van het laatste kwartaal van 2011 – ongeveer 2 procent hoger dan het dieptepunt na de crisis en 3,4 procent lager dan het absolute record van het tweede kwartaal van 2008.

De stagnatie zal niet blijven voortduren. Een stijging van de omvang van de Britse bevolking en de ontwikkeling van nieuwe technologieën zullen volstaan om de bbp-groei terug te brengen – is het niet in 2013 dan wel een jaar of twee later. Maar hoe lang de slappe periode ook zal duren, zij is al genoeg jaren aan de gang om aan te tonen dat de Britse economie veerkracht en flexibiliteit mist.

Het bbp zou zich na de problemen van de financiële sector in 2008 veel sneller hebben moeten herstellen, net zoals de handelsbalans – na een daling van het pond met 20 procent, die in 2007 is begonnen – veel dramatischer zou moeten zijn verbeterd.

De overheidsbezuinigingen zijn geen excuus voor het gebrek aan groei – het herstel van de Britse economie is achtergebleven, ondanks een agressiever monetair beleid dan dat van de eurozone en hogere begrotingstekorten dan die van de meeste lidstaten van de Europese Unie (op de zwaarst getroffen landen na).

De financiële excessen hebben een zware wissel getrokken op de Britse economie, maar de voornaamste hindernissen voor de groei zijn van institutionele aard. Van de ontwikkelde landen is Groot-Brittannië een achterblijver als het gaat om het beroepsonderwijs en de planningsregels.

De investeringen zijn lange tijd onder de maat gebleven, het kredietstelsel is niet toereikend voor kleine bedrijven en het economisch beleid van de overheid is onsamenhangend geweest.

Deze structurele zwakten hebben zich over een langere periode ontwikkeld en zijn – zoals iedere Griek of Italiaan je kan uitleggen – niet zo makkelijk te corrigeren.

Tenzij Groot-Brittannië een serieuze poging doet om zijn instellingen te verbeteren, zal het herstel – wanneer het zich aandient – flets zijn. Het kan op deprimerende wijze aanvoelen als een nieuwe recessie.

Breakingviews is een dagelijks financieel commentaar uit het buitenland. Vertaling Menno Grootveld.