Willem-Alexander, koning zonder macht

Willem-Alexander wil graag meer doen dan alleen lintjes doorknippen. Oppositiepartijen vinden dat de Koning helemaal geen deel hoort uit te maken van de regering.

Stockholm 2010: Willem-Alexander en Máxima bij het huwelijk van kroonprinses Victoria. Foto HH

Eén opvallend besluit heeft toekomstig koning Willem-Alexander al genomen. Koninginnedag wordt niet alleen Koningsdag, de nationale feestdag krijgt bovendien een nieuwe plek op de kalender en verschuift van 30 naar 27 april, de dag waarop de huidige kroonprins zijn verjaardag viert.

Hoewel hier het ‘geheim van Wassenaar’ geldt, mag worden aangenomen dat Willem-Alexander grotendeels zelf tot deze breuk met een traditie heeft besloten. In overleg waarschijnlijk met zijn echtgenote, aanstaand koningin Máxima, die deze dag voortaan vrij moet houden van andere plichtplegingen dan welke bij Koningsdag horen.

Al sinds 1949 valt de nationale feestdag op 30 april, de geboortedag van toenmalig koningin Juliana. Als eerbetoon aan haar moeder hield Beatrix na haar inhuldiging deze dag in ere – en op 31 januari Koninginnedag vieren zou misschien ook alleen maar aangenaam zijn in combinatie met een Elfstedentocht.

De keuze voor zijn eigen geboortedag als nationale feestdag is tevens een van de laatste beslissingen die Willem-Alexander zelfstandig of grotendeels zelfstandig heeft kunnen nemen. Dat hij wordt beëdigd en ingehuldigd in Amsterdam, is gisteren voor hem besloten door de ministerraad. Die had trouwens ook geen keuze: de Grondwet schrijft voor dat deze plechtigheden in de hoofdstad dienen plaats te hebben, in aanwezigheid van de Staten-Generaal.

Willem-Alexander wordt niet alleen koning, de eerste mannelijke vorst van Nederland sinds 1890, maar ook Koning met een hoofdletter. Het staatshoofd van het Koninkrijk der Nederlanden dat qualitate qua deel uitmaakt van de regering. Deel uitmaken, maar zonder veel echte macht. Hooguit wat invloed.

Artikel 42 van de Grondwet zegt dat de regering wordt gevormd door de ministers en de Koning; en dat de Koning onschendbaar is en de ministers verantwoordelijk zijn. Met andere woorden: het voorrecht dat de mens geniet en dat vrijheid van spreken heet, gaat voor het staatshoofd van Nederland maar beperkt op. Hij moet op zijn woorden passen, anders brengt hij met name zijn minister-president misschien in problemen.

De laatste mannelijke Koning van Nederland, Willem III, de grootvader van de grootmoeder van Willem-Alexander, die trouwens een zoon had met de naam Alexander, kon met deze bepalingen in de Grondwet nauwelijks leven en lag zoveel mogelijk dwars. Maar hij had geen keuze.

Voor de zekerheid geeft de Grondwet de ministerraad de mogelijkheid om tot het oordeel te komen dat de Koning „buiten staat is het koninklijk gezag” uit te oefenen. Als het parlement het daarmee eens is, dan is hij dat gezag ook kwijt.

De Koning moet de Koninklijke Besluiten van de regering ondertekenen, maar wat hij er verder van vindt, doet er niet zo toe. En als het aan een deel van de Tweede Kamer ligt, hoeft hij zijn pen ook niet meer open te schroeven voorzover het deze handeling betreft. De grootste oppositiepartijen, PVV en SP, menen dat de Koning helemaal geen deel hoort uit te maken van de regering en voor deze opvatting krijgt Geert Wilders een hand van D66-leider Alexander Pechtold, wiens partij het hiermee volledig eens is. In de Tweede Kamer zei hij eind vorig jaar een groeiend draagvlak „voor een volledig ceremonieel koningschap” te zien. „Wij werken de komende jaren graag mee aan dat vooruitzicht, zodat uiteindelijk voor niemand meer geldt dat de plek van de wieg bepaalt hoeveel invloed en macht een persoon heeft”, aldus Pechtold. Ook de Partij voor de Dieren ziet geen taak meer voor de Koning bij politieke besluitvorming.

GroenLinks gaat nog een stap verder: deze partij is voorstander van een republiek. Ook de SP vindt dat het staatshoofd eigenlijk zou moeten worden gekozen, maar legt zich erbij neer dat veel Nederlanders grote waarde hechten aan het Koninklijk Huis.

Als het gaat om de positie van het staatshoofd als voorzitter van de Raad van State krijgen deze oppositiepartijen ook nog steun van regeringsfractie PvdA. Al deze partijen menen dat Willem-Alexander deze functie hoort kwijt te raken. Al sinds zijn achttiende jaar heeft hij het recht om zittingen van dit hoogste adviesorgaan van de regering bij te wonen, een privilege waar hij zelden gebruik van maakt. Bijzonder is dat laatste niet: koningin Beatrix hanteerde de voorzittershamer hooguit een enkele maal, de feitelijke leiding berust bij de ‘tweede man’, die, het klinkt bijna provocerend, de titel van vice-president draagt.

Slechts een minderheid van VVD en de drie confessionele partijen, CDA, ChristenUnie en SGP, samen goed voor 62 zetels, wil dat er wat betreft de constitutionele monarchie niets verandert. Op korte termijn komt er echter zeker geen verandering , want om de Koning uit de regering en de Raad van State te verwijderen zijn wijzigingen van de Grondwet nodig. Een omslachtige en langdurige weg die onder meer een tweederde meerderheid in de Tweede en Eerste Kamer vergt en nieuwe verkiezingen.

Diezelfde minderheid was niet in staat om bij de laatste kabinetsformatie de positie van de koningin intact te houden. Op voorstel van D66 koos een meerderheid in de Tweede Kamer ervoor om voor het eerst koningin Beatrix buiten de formatie te houden. Zo kwam het tweede kabinet-Rutte tot stand zonder dat zij (in)formateurs aanwees. Het is de Kamer bevallen.

Willem-Alexander, die 46 jaar zal zijn als hij Koning wordt, heeft in het verleden de wens uitgesproken om meer dan een ceremonieel koningschap te vervullen. Hij noch zijn echtgenote ziet het doorknippen van linten als hun grootste levensvervulling. Maar ze zijn zich ook bewust van de beperkingen die het koningschap hun oplegt. Willem-Alexander kondigde gisteren aan dat hij zich eind dit jaar zal terugtrekken uit het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Ook zijn functies op het gebied van waterbeheer en sanitatie zal hij opgeven. Zijn publiek geuite opvattingen daarover zouden in strijd kunnen zijn met het kabinetsbeleid – en dat mag niet.

In die zin zou beperking van het koningschap tot ceremoniële functies koning Willem-Alexander ook voordelen kunnen bieden. „Dan kunnen de leden van het Koninklijk Huis grotere vrijheid krijgen,” stelt het republikeinse GroenLinks, „bijvoorbeeld om in het openbaar hun mening te geven”.

In een koninkrijk dat wellicht wat zal krimpen – de grootste partij op Curaçao is voorstander van volledige zelfstandigheid voor dit eiland – zal de functie van koning Willem-Alexander vooral symbolisch zijn, de samenbindende factor voor de (meeste) Nederlanders. Een koning die troost en vermaak kan bieden. En die af en toe natuurlijk wel een handje kan helpen als op staatsbezoeken ook de economische belangen van Nederland moeten worden gediend. Zijn moeder heeft laten zien hoe dat allemaal moet.