‘Profvoetbal financieel stabieler’

Vijf van de 35 profclubs staan nog onder curatele van de KNVB, maakte de voetbalbond vandaag bekend. „De clubs zetten de tering naar de tering.”

Clubs in het betaald voetbal hebben volgens Mark Boetekees de afgelopen jaren een mentaliteitsverandering doorgemaakt. „In het verleden ging de kost nog wel eens voor de baten uit”, stelt het hoofd van de afdeling licentiezaken van de KNVB. „Nu stellen de clubs orde op zaken. En dat was nodig ook.”

De KNVB maakte na het eerste meetmoment in het seizoen 2012/2013 vandaag de nieuwe categorie-indeling bekend. Vijf van de 35 clubs staan nu onder curatele van de voetbalbond en moeten door het uitvoeren van een plan van aanpak de financiën weer op orde zien te krijgen. Na Helmond Sport en Dordrecht zijn ADO Den Haag, Veendam en Fortuna Sittard er bijgekomen. NAC heeft de gevarenzone verlaten en behoort tot categorie 2.”

Wat is in uw ogen nu het algemene beeld van de financiële situatie in het betaald voetbal?

„Bij het indienen van de begrotingen voor het seizoen zaten er nog maar drie clubs in categorie 1. Dus als je daar naar kijkt, is het een verslechtering. Neem je echter de cijfers van twaalf maanden geleden, hetgeen ik een betere vergelijking vind, dan zie je dat er minder voetbalclubs in de problemen zijn. Dat is een goed teken. En ook zijn er meer clubs ingedeeld in categorie 3. Dat aantal is gestegen van zeven naar tien. Die doen het dus ‘goed’. Neemt niet weg dat het nog steeds alle hens aan dek is. Clubs zullen keihard moeten blijven werken om hun zaken op orde te krijgen.”

Dat het toch nog mis kan gaan bewijst het faillissement van het Apeldoornse AGOVV eerder deze maand. Ziet u dat als een incident?

„Dat is lastig te beoordelen. Deze club had het al jaren heel moeilijk. Als KNVB proberen we te helpen daar waar we kunnen, maar de problemen kunnen we niet voor de clubs oplossen. Dat geldt nu ook voor de moeilijke positie waarin Fortuna Sittard verkeert. Daar worden wij ook niet vrolijk van. We treden in contact met zo’n club. Maar bijvoorbeeld het vinden van een sponsor zullen ze zelf moeten doen.”

Sinds de invoering van het licentiesysteem in 2004 zijn er met Haarlem, RBC en AGOVV drie clubs verdwenen uit het betaald voetbal. Werkt het huidige systeem naar behoren?

„Ja, dat denk ik wel. Daarvoor was er slechts een meetmoment en was er veel minder controle. Toen kon het gebeuren dat een club die op het punt stond zijn licentie te verliezen dat met één grote transfer weer ongedaan kon maken. Nu houden we veel vaker de vinger aan de pols en volgen we de clubs gedurende het hele seizoen. Maar dan nog geldt dat de indeling in drie verschillende categorieën slechts een indicator is. Als er opeens een grote sponsor omvalt kan een totaal andere situatie ontstaan.”

Heeft het betaald voetbal wat dat betreft veel te lijden onder de financiële crisis?

„Clubs moeten vooral keihard werken om inkomsten binnen te halen. Nu het slecht gaat in het midden- en kleinbedrijf merken clubs dat ook in de sponsoring.”

De laatste vijf jaar zijn er in Europa zo’n 120 profclubs verdwenen. Hoe doet Nederland het in vergelijking met het buitenland?

„We hebben een streng licentiesysteem. Ik denk dat we samen met Duitsland de strengste regels toepassen. Maar ook wij zitten niet stil. Het huidige licentiesysteem zal weer worden verbeterd. Daar zijn we nu al mee aan het werk onder de naam licentiesysteem 3.0.”