Prins van Oranje, mijn pen zal u dienen

Lange tijd noemde Ilja Leonard Pfeijffer zichzelf republikein. Maar nu geeft hij zich over: hij is ontroerd door de romantiek van de monarchie.

Een paar jaar geleden had ik een Australisch meisje op bezoek. Ze kwam een paar dagen bij mij couchsurfen in Genua. Zij was voor het eerst van haar leven in Europa. Ik liep met haar een rondje door het middeleeuwse stadscentrum en nam haar mee naar de pier vanwaar je uitzicht hebt over heel de oude stad. Ze was zo onder de indruk dat ze er bijna van in de war raakte. „Weet je wat het is?” zei ze. „Wat ik het meest verbijsterend vind aan Europa en waar ik maar niet aan kan wennen, is dat alles waarover je leest in de sprookjes, zoals stadsmuren, torens met kantelen, poorten, kastelen, echt blijkt te bestaan.” Ze was er werkelijk net zo door ontregeld als ik zou zijn wanneer zij mij in Australië een bos had laten zien waar eenhoorns, elfen en kabouters leefden.

Ik ben mijn hele leven al overtuigd republikein. De monarchie is een anachronisme, een residu uit een feodale tijd toen stadsmuren, torens met kantelen, poorten en kastelen nog een functie hadden, een sprookje waarin je vooral niet te veel moet geloven. Voor wie principieel nadenkt, is een monarchie onacceptabel. Het is, hoe je het ook wendt of keert, een affront voor de democratie dat het staatshoofd door erfopvolging aan de macht komt. Dat het staatshoofd nauwelijks macht heeft, doet daar niets aan af. Het gaat om het principe. Daar komt nog bij dat ik vaak heb gedacht dat het misschien goed zou zijn om een staatshoofd te hebben met uitgebreidere bevoegdheden. President Napolitano van Italië heeft in de woelige tijden van Berlusconi een cruciale rol vervuld door Italië net op tijd te redden van Berlusconi en de ondergang. In de woelige tijden van de Grote Gedoger Wilders heb ik ook Nederland vaak een staatshoofd met werkelijke macht toegewenst. Maar dan wel met de legitimatie van een democratisch mandaat, dat spreekt vanzelf.

Een koningshuis is te belachelijk voor woorden. Dat geldt al helemaal in het geval van Nederland. Wij waren nota bene de eerste republiek van het nieuwe Europa. En dan leggen we nu onze waardigheid en nationale trots in de handen van mensen die niets anders hebben gepresteerd dan dat ze een illustere achternaam hebben geërfd uit die tijden. En kijk dan bijvoorbeeld eens naar Willem-Alexander. Ik ken hem nog uit mijn studententijd in Leiden. Hij studeerde geschiedenis in hetzelfde universiteitspand waar ik Klassieke Talen studeerde. Met zijn komst waren alle tentamenuitslagen op het prikbord opeens geanonimiseerd, zodat we niet konden zien hoe hij met zesminnetjes door zijn aangepaste curriculum werd gematst. Daar stond hij dan in de koffiekamer met zijn lijfwachten. Die lijfwachten waren van pure verveling nog eerder afgestudeerd dan hij. En hij maar barbecuen voor zijn huis op het Rapenburg met de meisjes van het Minervahuis ernaast, bijgenaamd ‘Het Kippenhok’. En dat moet dan mijn koning worden? Houd toch op.

En als ik rationeel nadenk, denk ik er nog precies zo over. Maar toen ik eergisteravond in het internetcafé op Piazza delle Erbe live de toespraak zag waarin mijn koningin haar abdicatie aankondigde, merkte ik dat er iets was veranderd. Ik was op een rare manier ontroerd en sindsdien heb ik geen zin meer om rationeel na te denken. Mijn principes zijn onveranderd, maar ik besef dat ik de romantiek van het sprookjesachtige verhaal belangrijker ben gaan vinden dan mijn principes.

„Een president is een lul in een regenjas”, zegt mijn goede vriend Allard altijd. „Ken jij de president van Zwitserland?” Zijn pragmatische instelling heb ik in menig vurig debat proberen te bestrijden. Maar hij heeft gewoon gelijk. Bijna elke Italiaanse krant bracht gisteren het nieuws over de aangekondigde abdicatie van onze vorstin op de voorpagina. Zij zat in elk televisiejournaal. De republiek Tsjechië heeft een paar dagen geleden een nieuwe president gekozen. Dat leidde in het beste geval tot een kort bericht, weggestopt in een hoekje op de buitenlandpagina. Zijn naam zijn we nu alweer vergeten, zo we die ooit al in ons geheugen hebben opgeslagen. De beelden van al die staatsbezoeken van Beatrix trokken aan mij voorbij en ik besefte opeens hoeveel indruk het heeft gemaakt in den vreemde dat zij een echte koningin was. Als president Lubbers van de Republiek der Nederlanden op bezoek komt, is dat toch iets anders.

Ik wil de muren, poorten, torens en kastelen van de stad niet afbreken, hoewel ze een residu vormen uit een feodaal verleden. Net zo wil ik de monarchie koesteren als een sprookje waarin je niet genoeg kunt geloven.

Prins van Oranje, ik buig mijn knarsende knie in mijn roestig republikeins harnas, ontbloot het naakte lemmet van mijn zwaard en leg het aan uw voeten. Als het u behaagt om mij te vergeven, zal ik u, uw naam, uw huis en uw eer dienen totdat volwassen draken krijsend uit de purperen hemel vallen. Als u mij wilt gebieden als mijn vorst en koning, leg ik mijn meest machtige wapen ernaast. Mijn pen zal u dienen, Majesteit. Zo ik in de schaduw van uw overweldigende zesminnelijkheid ooit een talent heb mogen ontwikkelen, is dat aan u te danken en ik zal niet moe worden u te prijzen. Voor een geringe meerprijs kan dat ook op rijm. In ieder geval hoop ik nederig dat u, wanneer u onze perfide vijanden aan uw zegekar heeft gebonden, stralend en subliem als u bent, een glimlach wijdt aan uw dienaar, bijvoorbeeld in de vorm van een persoonlijke brief van uw hand aan uw Inspecteur der Directe Belastingen. Sonnetten kan ik maken, terzinen, alexandrijnen in gepaard, gekruist of omarmend rijm, alles wat uwe heerlijkheid behaagt, en als u mij toestaat u te dienen valt er altijd te praten over een aantrekkelijke kwantumkorting. O, mijn Vorst, mijn Gebieder, hoe heerlijk zijn uw rijstallen, hoe nobel uw profiel terwijl u host met helden. Uw hossen heeft heldendom een nieuwe naam gegeven. Limericks kan ik ook.

Ilja Leonard Pfeijffer is schrijver en columnist van nrc.next.

    • Ilja Leonard Pfeijffer