Niet goochelen met aanbod van CO -emissierechten 2

Beleidsmakers die haast willen maken om de markt voor CO2-emissierechten van de Europese Unie te schragen, kunnen zich beter op de lange termijn richten. De voorstellen om de extreem lage prijzen een impuls te geven leveren verwarring op over wat er met het stelsel voor de handel in emissierechten van de EU kan worden bereikt. Zelfs als de prijs naar nul zou dalen, zou de uitstoot van broeikasgassen binnen de voor de periode tot 2020 afgesproken limiet blijven. Om de toekomst van het stelsel zeker te stellen, zouden de autoriteiten zich op de limiet moeten richten en niet met het aanbod van emissierechten moeten gaan goochelen.

In theorie zijn programma’s voor de handel in emissierechten een elegante manier om tegen zo laag mogelijke kosten te voldoen aan de emissiedoelstellingen. Overheden stellen een maximumniveau voor de CO2-uitstoot vast en geven vervolgens verhandelbare emissierechten uit, tot dat maximum is bereikt. Vervuilers die er beter in slagen hun uitstoot te beperken, kunnen dan hun overtollige rechten verkopen aan degenen die ze nodig hebben. De uitstoot blijft binnen de perken en de markt kan zijn werk doen.

In de praktijk is het Europese programma echter veel te gecompliceerd. Het stelsel is gefaseerd ingevoerd, waarbij in het begin te veel rechten zijn verkocht. Dat heeft, in combinatie met de gevolgen van de crisis en de recessie, gezorgd voor een overvloed aan emissierechten.

De daaruit voortvloeiende ineenstorting van de prijs is een doorn in het oog van degenen die hopen dat het stelsel de investeringen in schonere energie zal helpen bevorderen. De huidige lage prijzen zouden kortzichtige energiebedrijven ertoe kunnen aanzetten te investeren in minder schone brandstoffen, wat in een later stadium tot een prijsexplosie zou kunnen leiden. Eén voorgestelde oplossing – een verschuiving van de tijden waarop de emissierechten worden geveild – zou de prijs doen stijgen op een moment dat de economieën het zwaar hebben.

Als de autoriteiten het gevoel hebben dat ze handelend moeten optreden, kunnen ze beter opnieuw over de limiet gaan nadenken. De huidige doelstelling – een daling van de CO2-uitstoot met 21 procent tussen 2005 en 2020 – is bedoeld als opmaat naar verdere reducties in de toekomst en zou kunnen worden aangescherpt. De onderhandelingen daarover zouden wellicht langer duren dan het gegoochel met de rechten. Toch zou dat de moeite waard zijn als ze zouden uitmonden in een steviger programma.

Net zoals het welzijn van economieën fluctueert, zal de wetenschappelijke consensus over de noodzaak van het terugdringen van broeikasgassen om klimaatverandering tegen te gaan in de loop der tijd veranderen. De Europese autoriteiten zouden hun energie beter benutten als ze ervoor zorgen dat de emissiedoelstellingen op de langere termijn overeenkomstig kunnen worden aangepast.

Breakingviews is een dagelijks commentaar vanuit de City in Londen. Vertaling door Menno Grootveld.

    • Kevin Allison