'Mensen zijn onsympathiek'

Van Ben Wheatley, barbaar van de Britse cinema, zijn vanaf deze week twee films te zien: Kill List en Sightseers. Gesprek met een misantroop.

De barbaar voor de poort van de Britse cinema. Ben Wheatley (40) is even bij het Film Festival Rotterdam, vers uit de montage van zijn vierde film: A Field in Engeland. „Een zwart-witfilm die speelt in Engelse burgeroorlog, zo rond 1640”, legt hij uit. Soldaten ontsnappen aan een veldslag, en daarna wordt het een kwestie van magic mushrooms en hekserij.”

Dat klinkt als een echte Wheatley, van wie vanaf deze week twee films te zien zijn: Kill List en Sightseers. Volstrekt onvoorspelbare films die druipen van de misantropie. „Mensen zijn nogal onsympathiek, vindt u niet?” zegt Wheatley. „Kijkt u zelf maar in de spiegel en denk na over wat u heeft gedaan en wie u dat heeft aangedaan. We verzinnen graag vampiers in de hoop dat het kwaad een herkenbaar gezicht heeft, maar dat is bullshit. Oorlogsmisdadigers: dat ben jij onder net even andere omstandigheden.”

Ze noemen u vaak als opvolger van Ken Loach en Mike Leigh. Vreemd, want u gelooft niet zo in de nobele onderklasse.

„Ik ben opgegroeid met hun sociaal-realistische filmtraditie. In essentie is dat: schoudercamera en echte locaties. Voor een beginnend filmmaker is dat bijna onontkoombaar, die kan zich geen studio veroorloven. Maar Loach en Leigh zijn van een andere generatie, hun politiek is niet de mijne. Ik ben eerder fan van de veel te jong gestorven Alan Clarke, die in Scum of Rita, Sue and Bob Too! een iets minder warm beeld gaf van de Britse arbeidersklasse.”

Het ligt dus aan uw rauwe filmstijl ...

„Ik hou van over de schouder filmen, de camera moet zelf personage zijn. Dat gecomponeerde en schilderachtige van Kubrick of Wes Anderson past niet bij mij. Het moet gruizig en rauw, zodat het je raakt in je hart en darmen. Zo is cinema bedoeld: iets gevaarlijks beleven in een veilige omgeving.”

Vanwaar uw fascinatie met geweld?

„Is dat niet ieders angst? Bij mij neemt het toe, misschien omdat ik ouder word. Toen ik een jochie was, leek de Tweede Wereldoorlog mij heel ver weg. Nu denk ik: Jezus, dat kan zomaar gebeuren. Toen de banken omvielen, waren we een paar minuten van de collaps. Dat je je pasje in de muur steekt voor je boodschappen en er komt geen geld uit. Drie dagen later slaan we elkaar de schedel al in met stenen.”

U maakt ons als kijker medeplichtig.

„Ja, graag! In Kill List wil iemand een pedofiel doden en dat lijkt je als kijker prima, tot hij er met die hamer op los slaat. In Sightseers is Chris een wreker die irritante mensen afmaakt. Jij ergert je zelf ook vaak aan mensen, dus ga je met hem mee. Tot je glimlach verkrampt.

„Dat schema is bekend van die Belgische film, Man Bites Dog (Cés arrivé pres de chez vous, 1992), waar een cameraploeg op stap is met een seriemoordenaar en medeplichtig wordt. Heel slim. Films van Paul Verhoeven doen dat ook. Hij brengt je in een toestand van: fascisme is cool! En laat je dan zien dat het helemaal niet cool is, zodat je jezelf een beetje schaamt.”

Hoe kwam u aan Sightseers?

„Na Kill List wilde ik niet weer een horrorfilm, anders loop je het risico dat je de rest van je leven horror maakt. Ik kende de stand-up comedians Alice Lowe en Steve Oram, zij speelden op het toneel het paar Chris en Tina terwijl (komiek) Steve Coogan zich omkleedde. Ze kwamen met het plan voor een tv-serie waarin Chris op vakantie een seriemoordenaar blijkt te zijn. Dat veranderde in een filmscript en landde in mijn schoot. Met mijn vrouw, Amy Jump, herschreef ik het een beetje.”

Wat voegde u toe?

„Het idee dat de man een hobby heeft en de vrouw dat al heel snel beter doet. Dat reflecteert onze relatie. In mijn filmografie zie je dat ik elke film minder credits heb op de titelrol, en Amy meer. Straks neemt Amy ook de regie over. Precies de curve van Chris en Tina.”

Is Sightseers een strijd der seksen?

„Als Tina wint, is dat een holle zege. Chris maakt wel die typisch mannelijke fout haar te onderschatten, waarna zij hem overvleugelt. Jammer dat hij zo’n nare hobby heeft, seriemoorden. Anders was ze beter geworden in modeltreinen of hanggliding.”

U speelt met genre. Thriller wordt horror wordt komedie...

„Vroeger maakte niemand zich zo druk over genre. Neem Butch Cassidy and the Sundance Kid: dat is een cowboyfilm, een bankrooffilm, een buddy movie en ze zingen ook nog een liedje. Dat heette in 1969 niet ‘genre mash-up’, maar gewoon film. En film komt in twee varianten. Als kermisattractie: kom dat zien! Of als theater, cerebrale cultuur. Echt geweldig is het waar die twee elkaar kruisen. Een botsing van geluid en beeld die interessant is én opwindend.”

    • Coen van Zwol