Maak én houd contact

Ga toch een tijdje in het buitenland werken, zeiden ze. Goed voor je contacten en je wordt er vast lekker los van in je denken, lekker creatief. Net wat het bedrijf nodig heeft.

En dat wilde je best. Dus daar zit je dan, in een land waar mensen zich anders kleden op hun werk, op andere tijden andere dingen eten, over andere onderwerpen praten bij de koffieautomaat, een ander type relatie hebben met collega’s – en trouwens ook met buren, supermarktpersoneel, schoonmakers, kinderen en de oppas. In een land waar ze hoogstwaarschijnlijk geen normale aardappelschilmesjes verkopen en ook al niet je favoriete bier, en waar de koffie óf te slap is óf te sterk. Haal daar maar eens het beste uit, voor jezelf en je werk. Hoe pak je dat aan?

Je kunt je er helemaal instorten, in die andere cultuur. Fransman worden tussen de Fransen, doen zoals de Romeinen doen, zo snel mogelijk een Amerikaans accent aanleren en je Nederlands helemaal vergeten. Je kunt ook van schrik blijven zitten waar je zit, in je hoofd. Oer-Hollands blijven, drop en hagelslag en stroopwafels over laten komen, en elk vrij momentje met mede-Nederlanders doorbrengen om gezamenlijk te verzuchten: rare jongens, die Zwitsers, Finnen, Bulgaren, Chinezen.

Maar volgens een internationaal team van psychologen, samenwerkend vanuit Frankrijk, Israël en de Verenigde Staten, is geen van deze beide methoden aan te raden. Wat je beter kunt doen, betoogden ze afgelopen najaar in een wetenschappelijk artikel in Journal of Personality and Social Psychology, is je op twéé culturen richten. Contact maken met je nieuwe gastland én contact houden met je oude thuisland – en je met beide culturen identificeren. Ze lieten ook zien dat expats die dat deden, creatiever waren en op hun werk vaker promotie kregen en een betere reputatie hadden.

Ze konden niet aantonen dat het om een causaal verband ging, maar hun theorie is toch interessant. De onderzoekers vergelijken het ‘in twee culturen tegelijk leven’ met tweetaligheid: kunnen wisselen tussen twee talen (of culturen) geeft mensen een bepaalde flexibiliteit in hun denken. Als de twee talen of culturen botsen, moeten ze dat snel en creatief oplossen. Mensen die dat kunnen, zien sneller meer kanten aan een zaak, combineren makkelijker verschillende gedachten, krijgen dus misschien ook meer goede nieuwe ideeën. Denken de psychologen.

Het grappige is trouwens dat ook mensen die zich noch met hun moederland, noch met hun nieuwe land identificeerden, nogal creatief waren. Ook die wisselen kennelijk snel tussen botsende culturen. Wat zouden dat voor mensen zijn? Vast heel zen, jaloersmakend onthecht. Maar volgens de onderzoekers waren ze wel wat minder creatief dan mensen die overal induiken. Als iemand té zen is, botst er misschien niet genoeg om creatief te zijn.

    • Ellen de Bruin