Leuk, werken in het buitenland. Maar heb je er wat aan?

Een tijdje werken in het buitenland is vooral leuk voor jezelf. Want voor je carrière hoef je het niet te doen.

Hij heeft iedere dag het gevoel dat hij op vakantie is. De Nederlandse Leander van Delden (33) werkt als consultant in Duitsland, maar zit voor zijn werk geregeld een paar maanden in een ander land. Zo ‘woonde’ hij de afgelopen tijd in Brazilië, de Verenigde Staten en Roemenië. Dat vakantiegevoel komt al opborrelen als hij onderweg is naar zijn werk. „Auto’s met vreemde nummerborden, palmbomen langs de weg.” Of in de supermarkt: „Dan sta ik ineens een kip na te doen, omdat ik die niet kan vinden.”

Het staat bij veel mensen op hun ‘te doen’-lijstje: een tijdje wonen in een ander land. „Het is iets wat je een keer gedaan moet hebben”, vindt Van Delden. „Dat gevoel hebben mijn Nederlandse vrienden ook.” Toch gaan ze niet. De twijfel is vaak te groot, merkt Van Delden „Of ze wel een baan zullen vinden, of het wel zal bevallen.” Dat is ook een risico, erkent hij. „En dat durven de meesten uiteindelijk niet te nemen.”

Nederlanders die de stap wél aandurfden, noemen net als Van Delden de zucht naar vrijheid en avontuur als reden voor vertrek. Facebookprofielen van buitenlandse gelukzoekers suggereren dat het leven ‘daar’ één groot feest is. Cocktails in kokosnoten. Hippe expatfeestjes. Zonnige weekenden. Maar er moet natuurlijk ook gewerkt worden. En dat is niet altijd eenvoudig op een buitenlandse werkvloer, vertellen ervaringsdeskundigen. Verwacht bovendien niet dat je met je exotische cv terug in Nederland overal aan de bak kunt.

Er wonen naar schatting tussen de 800.000 en een miljoen Nederlanders in het buitenland. „Maar heel precies weten we het niet”, zegt een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Wel is bekend dat het aantal landverlaters de laatste jaren groeit. In 2011 emigreerden er volgens het CBS ruim 133.000 mensen. In de eerste elf maanden van 2012 werd dat aantal met 132.000 emigranten al bijna overtroffen. Het CBS wijst er wel op dat van deze groep bijna tweederde niet in Nederland is geboren en in veel gevallen ‘remigreert’. Het aantal ‘geboren’ Nederlandse emigranten – vorig jaar zo’n 40.000 – stijgt minder hard.

De redenen voor vertrek lopen uiteen, van een exotische liefde tot een aangenamer klimaat. De carrière is niet vaak de aanleiding, zegt hoogleraar macro-economie Harry van Dalen. „Er zijn weinig landen waar meer werkgelegenheid is en de salarissen hoger zijn dan in Nederland.” Hij heeft wel een andere verklaring. „De meeste vertrekkers, zeker de jongere, hebben gewoon zin in iets anders.”

Dat was precies waar consultant Van Delden naar op zoek was. Hij vertrok ook niet voor zijn werk. Het was andersom – hij zocht werk waardoor hij uit Nederland weg kon. Zo makkelijk was dat nog niet, merkte hij toen hij solliciteerde bij Chinese, Engelse en Spaanse werkgevers. „Mijn rechtendiploma zei ze niks, mijn ervaring konden ze moeilijk op waarde schatten.” Het was zaak om „extra goed” duidelijk te maken waarom juist hij geschikt was voor de baan.

Wie dat voor elkaar krijgt, moet zich vervolgens zien te redden in de buitenlandse kantoorjungle, waar andere codes gelden. „Een beetje naïef misschien, maar daar had ik van tevoren helemaal niet over nagedacht”, vertelt Ronny de Ridder, werkzaam in China bij een joint venture tussen Shell een een Chinees staatsoliebedrijf. Het bleek „not done” om hardop kritiek te uiten. „Tijdens een van de eerste vergaderingen deed ik dat wel”, herinnert De Ridder zich. „Niemand reageerde. Er werd subtiel een ander onderwerp aangesneden.” Achteraf kwamen er een collega naar hem toe. „Om te vertellen ik niet zo direct moest zijn.” Hij lacht. „Maar het duurde wel weer eindeloos voor hij dat punt durfde te maken.”

Ook dichter bij huis gaat het er anders aan toe. Zo had neurowetenschapper Jeroen Knippenberg verwacht dat zijn nieuwe Franse collega’s zich een beetje over hem zouden ontfermen. Maar tijdens de lunch – „toch een moment om elkaar te leren kennen” – kletsten zijn nieuwe collega’s vooral met elkaar. In rap Frans. Soms mist hij Nederland, vertelt Knippenberg. De vertrouwdheid. „En de bitterballen in de kroeg” – die slaat hij in Nederland altijd groot in. In Frankrijk heeft hij een frituurpan.

Anders dan de meesten verhuisde de 36-jarige Knippenberg wél voor zijn werk uit Nederland. „Wie omhoog wil in de wetenschap, moet internationale ervaring hebben.” Thuiskomers merkten echter dat lang niet alle werkgevers zo onder de indruk zijn van een uitheems cv. Ze vinden het „wel grappig” als je een tijdje in een onwaarschijnlijk land hebt gewerkt, ervoer een advocate die een aantal jaar in Cambodja zat. „Maar ik heb er niet sneller een baan door gekregen.” Hooguit wekt het nieuwsgierigheid, zegt een ander. „Je wordt wel sneller uitgenodigd voor een gesprek.”

Ook Christian Derlagen (32) betwijfelt of Nederlandse werkgevers hechten aan internationale ervaring. Hij werkt in Rome voor de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (VN) in Rome, daarvoor in Nicaragua. Derlagen: „Het is voor Nederlandse werkgevers moeilijk om werk in een ander land op waarde te schatten. Ze kennen de context niet, begrijpen niet wat je daar precies hebt gedaan.”

Bovendien: hoe langer je weg bent, hoe meer je Nederlandse netwerk verwatert, zegt de 29-jarige Beatrijs Woltring. Ze werkt ruim zes jaar in de Londense City voor een zakenbank. „Als ik hier een andere baan zou willen, weet ik wel wie ik moet bellen. In Nederland zou ik niet weten waar ik moet beginnen, behalve dan gewoon vacatures zoeken, of bij een headhunter langsgaan.”

Een internationaal cv levert vooral voordeel op bij internationale werkgevers. Dat is ook niet zo gek, denkt Van Delden. „Die hebben er echt wat aan als je verschillende talen spreekt en ervaring hebt met cultuurverschillen.” Onlangs nog kreeg hij die theorie bevestigd toen hij solliciteerde bij Reed Elsevier, een internationale uitgeverij. „Het was een grote pré dat ik in veel landen heb gewerkt.”

Van Delden wil nooit meer in Nederland wonen. Maar veel anderen keren wel terug. Gemiddeld is bijna de helft van de Nederlandse emigranten binnen zeven jaar weer in Nederland, zegt hoogleraar Harry van Dalen. Van Delden moet er niet aan denken. Hij sliep in 2011 in totaal twintig nachten ‘thuis’ in Duitsland, rekende hij uit. In 2012 was dat misschien iets meer. Als het even kan, verlaat hij Duitsland permanent binnen twee of drie jaar. De bestemming? „In ieder geval buiten Europa.” Naar Afrika, hoopt hij. Of Japan – daar is hij nog nooit geweest.