Israël boycot zitting VN-orgaan

Als eerste land ter wereld heeft Israël gisteren, zonder opgaaf van reden, geweigerd om een zitting van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties bij te wonen waar de eigen naleving van de mensenrechten op de agenda stond. Israël vindt dat het ten onrechte altijd mikpunt van kritiek is in het orgaan van de Verenigde Naties. In mei had het land daarom samenwerking met de raad al opgeschort.

Diplomaten in Genève vrezen dat andere landen die beducht zijn voor kritiek op hun omgang met de mensenrechten het Israëlische voorbeeld zullen volgen. In de Mensenrechtenraad, die bestaat sinds 2006, komen alle 193 lidstaten van de Verenigde Naties ongeveer eens in de vier jaar aan de beurt om onder de loep genomen te worden. Israël onderging dat proces, de zogeheten Universal Periodic Review, al eens in 2008 en woonde de zitting toen wel bij.

De verwachting was dat Israël deze keer kritiek zou krijgen voor zijn optreden in Palestina, en met name de behandeling van gevangenen, de uitbreiding van nederzettingen en de zeeblokkade van de Gazastrook.

De Verenigde Staten vinden dat de Mensenrechtenraad zich te veel op Israël richt, maar had het land wel aangespoord om mee te blijven doen aan de evaluatie. Die is, onderstreepte de Amerikaanse ambassadeur bij de raad gisteren, „een waardevol mechanisme omdat het universeel en gelijkelijk toepasbaar is op álle lidstaten van de VN, en omdat het op samenwerking is gebaseerd”. Volgens de vertegenwoordiger van Amnesty International bij de raad ondergraaft het Israëlische besluit het beginsel dat de landenevaluaties universeel zijn en dus voor iedereen gelden.

De raad besloot na een debat de Israëls evaluatie uit te stellen tot uiterlijk november, en Israël daarmee een tweede kans te geven. (Reuters, AP)