Ik leg de eed af en u luistert, dat maakt u medeplichtig

Vrijdag zal student Emma Bruns de Eed van Hippocrates afleggen. Maakt deze belofte van een arts inderdaad een beter mens?

01 Jan 1932 --- The Dentist. Illustration of the works of Hippocrates by Joseph Kuhn Regnier. In 1932. Colour lithograph. --- Image by © adoc-photos/Corbis © adoc-photos/Corbis

Deze week is het zover. Na jaren isolement, slechts in gezelschap van vuistdikke anatomieboeken en geworstel met lastige infuusarmen, mag ik op 1 februari de belofte afleggen. „Ik beloof dat ik de geneeskunst zo goed mogelijk zal uitoefenen ten behoeve van mijn medemens…” Het zijn woorden afkomstig uit een land waar we op het moment slechts nog schoorvoetend ons wisselgeld heen werpen. De Griekse arts Hippocrates schreef de eed waar mijn vakgenoten en ik ons goede gedrag voor de rest van ons werkende leven aan verbinden. Maar behoedt een antieke tekst ons voor gedrag als dat van Jansen Steur of is het hypocriet om te denken dat een belofte ons ook maar een haar beter maakt?

We breken ons al eeuwenlang het hoofd over de natuurlijke aard van de mens. Volgens de filosofen Plautus, en Hobbes is de mens van nature slecht en agressief: „homo homini lupus est” (de mens is voor de mensen een wolf). Frans de Waal en medeonderzoekers in de gedragsbiologie toonden de laatste jaren echter aan dat vele dieren al empathische gevoelens hadden. De beelden van gorilla’s die elkaar de hand reiken na een gevecht, zijn haast Disney-waardig. Instinctief zijn we het dus eens met de basis van de eed van Hippocrates: „primum non nocere” (ten eerste geen kwaad doen). De woorden van de eed vormen een brug tussen onze empathie en de uitoefening van het beroep. Zoals blijkt in de praktijk.

Het was zaterdagmiddag. De sneeuw viel met bakken uit de lucht en ik had weekenddienst. Mevrouw I lag op tafel. Had zo mijn oma kunnen zijn. Ze was met haar rollator uitgegleden en had daarbij haar heup gebroken. Doeken bedekten haar hele lichaam tot er slechts een stuk wit dijbeen overbleef. De chirurg maakte een flinke incisie en terwijl het bloed plengde, legde hij het bot vrij. Vervolgens boorde hij een stabiliserende schroef in de heup. Op maandagochtend troffen we mevrouw I op krukken, onderweg met de fysiotherapeut. Ze bedankte de chirurg hartelijk. De confrontatie met het resultaat dwingt meer goed gedrag af bij een arts dan om het even welke eed.

De wetenschap van de ethiek reflecteert op moreel goed en kwaad gedrag. Een onderdeel van zogenaamd goed gedrag is empathie, die bestaat uit een emotionele en een intellectuele component. De eerste synchroniseert het gevoel. Simpel gezegd: als jij gaapt, gaap ik ook. Als jij blij bent, is de kans groot dat ik me ook blij ga voelen. Het maakt dat de chirurg mevrouw I zorgvuldig opereert omdat hij haar de volgende dag weer ziet.

De tweede is de intellectuele component. Deze is abstract en daarom veel moeilijker. Zoals blijkt.

Het was zaterdagmiddag. Meneer K zat achter zijn computer. Hij werkte bij een investeringsbank. Hij klikte snel, telefoneerde en analyseerde. Bedrijf X stond aan de rand van de afgrond en voor een klein bedrag was het van hem. Ze zouden het kopen en reorganiseren.

Meneer K kocht het bedrijf. Drieduizend werknemers verloren hun baan. Meneer K splitste het bedrijf op en verkocht de verschillende delen met winst. Hij zou nooit oog in oog komen met één van de werknemers. Hij zou nooit geconfronteerd worden met het resultaat van zijn handelen. De emotionele empathie was afwezig.

Artsen zijn geen heiligen en investeerders zijn geen duivels. Wij zijn alleen buitengewoon slecht in het tonen van empathie voor abstract leed. Stukjes voorverpakte kipfilet zijn niet aan te slepen. Maar eigenhandig een kip slachten, wie kan dat nog? We geven geen kik als de immigratiewetten in moeilijke taal worden aangescherpt. Maar als Mauro het land uit moet, staan we op onze achterste benen. Leed dat we niet zien, voelen we niet. En daarom handelen we er ook niet naar.

De verantwoordelijkheid voor bepaalde misstanden in de wereld is echter zelden of nooit toe te schrijven aan één schuldige. Dit geldt wellicht ook voor dokter Jansen Steur. Een arts neemt zelden alleen een beslissing. Waar was de arts-assistent die hem terechtwees? Een oplettende co-assistent? En in het bedrijfsleven? Is meneer K werkelijk aansprakelijk voor het ontslag van drieduizend werknemers? Deed hij niet gewoon wat nodig was om onze economie gezond te houden? Hoeveel jaren werd er al geen wanbeleid gevoerd door de directie van bedrijf X? Hoeveel vakantieritjes naar Spanje maakten werknemers zelf met hun leaseauto?

De koers die een groot systeem vaart, is altijd afhankelijk van het gedrag van elk individu binnen dat systeem. En hoe groot of hoe klein onze invloed ook is, elke keuze die we maken, heeft een effect. En als een ander zich immoreel gedraagt, is het onze verantwoordelijkheid hem daarop aan te spreken. Anders zijn we evenzeer medeplichtig.

Onze samenleving is zo groot en complex geworden dat we steeds vaker een beroep moeten doen op onze intellectuele empathie. De toenemende abstractie en afstand vormen een gevaar voor goed gedrag. Een eed als die van Hippocrates tracht dat in woorden te vatten. Tegelijkertijd doet de eed een beroep op de verantwoordelijkheid van degene die de belofte aflegt, maar ook op de verantwoordelijkheid van eenieder die ernaar luistert. „...Moge ik, als ik deze eed getrouwelijk houd, vreugde vinden in mijn leven en in de uitoefening van mijn kunst, maar moge het tegenovergestelde het geval zijn indien ik hem schend...”

Als ik deze woorden volgende week uitspreek, hoop ik dat het laatste mij nooit ten deel zal vallen. Als verwante van de chimpansee heb ik het voordeel van de twijfel, maar zo niet, vertrouw ik op u, waarde lezer. Want u las en luisterde.

Emma Bruns studeert geneeskunde aan de UvA en schrijft over gezondheidszorg.