IJzige schijnzekerheid

Ruim vier jaar geleden confronteerde de plotselinge onbruikbaarheid van de website van de IJslandse internetspaarbank Icesave Nederland met de eerste golf van de financiële crisis. Minister Bos van Financiën aarzelde niet en garandeerde de spaargelden, ook dat deel dat voor rekening kwam van het IJslandse garantiefonds. Daarmee probeerde hij te voorkomen dat een wedloop zou ontstaan waarin mensen zo snel mogelijk hun geld van elke bank haalden. Daarin is hij gelukkig geslaagd.

Snel bleek echter dat het garantiesysteem van IJsland, waarmee Icesave tot die tijd spaarders gerust had gesteld én waarop De Nederlandsche Bank had vertrouwd, in de praktijk niet werkte. De juristen konden het verder overnemen.

Het hof van justitie van de vrijhandelsassociatie EFTA waarbij IJsland is aangesloten, heeft het land nu op alle punten in het gelijk gesteld. De kern van de motivering is dat in oktober 2008 sprake was van een financiële systeemcrisis en dat zo’n crisis uitstijgt boven de dreiging van een enkel omvallende bank. Voor dat laatste is het garantiestelsel bedoeld. Daarom valt de systeemcrisis in de categorie buitengewone omstandigheden waarin het garantiestelsel niet voorziet.

Deze uitspraak is bijzonder onbevredigend. Wie spaarders voorhoudt dat er schadeloosstelling is als hun bank op de fles gaat, maar niet uitkeert omdat een serie banken op de fles gaat, die maakt een lachertje van zijn eigen toezegging. Juist in een crisis moet een systeem dat vertrouwen wil geven zich bewijzen. Nu winnen kleine lettertjes. Het gewekte vertrouwen tegenover klanten en toezichthouders blijkt schijnzekerheid te zijn geweest.

De uitspraak van de rechter heeft op dit moment geen praktische consequenties voor Nederland. IJsland heeft aangegeven dat de opbrengst van de boedel van de IJslandse bank voldoende oplevert om het Nederlandse voorschot terug te betalen.

De uitspraak biedt echter wel leerstof. Om te beginnen voor het toelatingsbeleid voor banken van buiten de Europese Unie. Europa zal meer concrete eisen moeten stellen aan garantieregelingen waarmee buiten-Europese banken tegenover spaarders schermen.

De tweede les is dat Nederland op de goede weg is met de wijziging van de manier waarop wij zelf spaargeld garanderen. Nu wordt de garantie collectief gefinancierd door het benodigde bedrag bij het omvallen van een bank om te slaan over de hele sector. Vanaf dit jaar moeten banken stortingen gaan doen zodat er een echt fonds komt met echt kapitaal. Dat is ook van belang omdat het gegarandeerde bedrag van 100.000 euro per persoon per bank op afzienbare termijn zou moeten worden verlaagd naar het niveau van 38.000 euro van voor de financiële crisis.