Het maakt haar écht niks uit

Wekelijks doet Japke-d. Bouma verslag van haar ontmoetingen met allerlei typen collega’s. Deze week: de Lieve Schat. Iedereen vraagt haar alles. Maar ze krijgt niks terug.

Japke-d. Bouma

Ze krijgt geen bloemen als ze jarig is. Omdat zij dat soort dingen altijd regelt en jij het even vergeten was. Je vergeet haar sowieso vaak.

’s Ochtends vind je haar mail, verstuurd om 03.22 uur. Ze heeft nog even uitgezocht wat jij je laatst afvroeg, weet je nog? Dat heeft ze even in een spreadsheet gezet. Als je dit leest is ze waarschijnlijk even de kinderen aan het wegbrengen, daarna achter die klant aan, en later gaat ze nog even langs die collega die al zo lang ziek is. Alle begrip dat jij daar nog niet geweest bent, maar zij piept er even binnen. Hij heeft zo’n aardige vrouw. Tussendoor kijkt ze dan nog even naar je vraag van gisteren. Dat stuurt ze je voor de lunch nog wel even. Lukt wel. En overmorgen gaat ze om zes uur op pad voor die grote klus waarvoor vorige week niemand te vinden was. Geeft niet, komt goed.

Iemand moet het doen.

Dit is de Lieve Schat. Het kloppend hart van kantoor. Moeder der smarten, organisator van jubilea, de verjaardagskaart, de rouwkrans, de afscheidsborrel. Bakt taarten, doet alle klussen zonder morren. Belt uit de auto alle informatie door die je nodig hebt, en rijdt collega’s van de borrel wel even naar huis – ze had toch met opzet niks gedronken.

Als er een baby geboren is, koopt ze een grote mand met cadeautjes – kijk maar of je een donatie wil doen. Ze schiet sowieso veel geld voor: de biertjes omdat de rest te dronken was, lunchgeld als je chipknip leeg is, dat boek in de etalage toen je je portemonnee op je werk had laten liggen. Ze krijgt zelden iets terug, omdat ze niemand ook maar érgens aan durft te herinneren. Voor jou neemt ze speciaal Chocotoff mee, omdat je dertien jaar geleden een keer hebt gezegd dat je die lekker vindt.

In de organisatie is ze onzichtbaar. Ze heeft talent: haar vasthoudendheid, haar zorgvuldigheid, haar overzicht. Maar ze laat dat nooit zien in iets dat haar zou kunnen onderscheiden. Ze gaat op in de organisatie, duikt erin onder en stapt naar voren als er iets gedaan moet worden. „Lukt het als ik de eerste week van maart een week vrij neem?” Vraagt ze in april. „Anders moeten jullie het echt zeggen hoor! Februari kan ook namelijk, of april. Het maakt mij niet uit!”

Iedereen vraagt haar voortdurend alles, niemand die er zich voor schaamt. Het is fascinerend hoe dat gegroeid is. Niemand vraagt zich af of het niet te veel wordt voor haar, niemand die weet waarom ze is zoals ze is.

Op een dag komt ze niet op het werk. Na een week ontdekt iemand het. Niemand koopt een kaart.

Dat is het probleem: zij denkt om jou.

Maar niemand denkt om haar.

    • Japke-d. Bouma