Column

Haar genre

De monarchie is als God of homeopathie: je moet erin geloven, anders werkt het niet. „Never let daylight in upon magic”, zoals die uitgekauwde frase van de Britse staatsrechtgeleerde Walter Bagehot luidt.

Mijn daglicht kwam toen ik eens werd uitgenodigd voor een journalistenfeestje waar Beatrix zou komen. Tevoren kregen we thuis de bekende strenge instructies per brief: houd u beschikbaar, blijf netjes stil staan, majesteit komt naar ú toe en niet andersom, alles is vertrouwelijk, vragen verboden. Zij was de gast, maar wij moesten zwijgen en knipmessen.

Een vorst kan als een slagschip op je afkomen. Glimlachen deed zij niet echt, het was grimlachen. Al snel zou blijken waarom. Er is later door velen stoer over gedaan, want zo zijn journalisten, maar het was NRC-redacteur Hans Nijenhuis die de dwang van protocol en haar duidelijk slechte humeur als eerste durfde doorboren met een luchtigjes: ,,Majesteit, wordt uw mening over de pers bepaald door berichtgeving over het koningshuis?”

Nogal onverwacht barstte Beatrix toen los. Ze haalde herinneringen op aan betere tijden, toen het paleis nog gewoon een hoofdredacteur belde als het anders moest. En dan konden we desgewenst op een halve pagina rekenen, zei de koningin, nog altijd overtuigd van de redelijkheid van zo’n verzoek. Uiteindelijk gaf ze ons, de ogen ten hemel richtend, haar conclusie die tot ophef zou leiden, de inmiddels gevleugelde woorden: „De leugen regeert.”

Het punt is niet dat Beatrix haar halve pagina wilde – dat hoort bij een monarch, bij haar genre, waarin zij nu eenmaal formidabel is. Zelf kreeg ik bijvoorbeeld een zwak, om niet te zeggen veel sympathie, voor de manier waarop zij Nederland jaar in jaar uit het belang van multicultureel samenleven inpeperde. Maar wie gelooft dat we er zonder deze ‘samenbindende’ toespraakjes niet zouden uitkomen, neemt de democratie en zichzelf niet serieus.

Nederland hijgt sinds maandagavond weer van emotie – zoals vaker, de laatste tijd. Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr noemt Beatrix zelfs zijn „eigen aangetaste moeder”.

Zijn wát? Béatrix?

Ieder tijdperk krijgt de dichter die het verdient. Toen Beatrix twintig jaar op de troon zat goot Dichter des Vaderlands Gerrit Komrij de dilemma’s van het Beatrix-zijn scherp in een nuchtere sonnettencyclus:

,,Is zij een boegbeeld in onzekere tijden,

Of is ze wrakhout in een wereld die

Heeft afgerekend met de monarchie?”

Dat is, wanneer we zijn uitgesnikt, nog steeds de hamvraag voor Willem-Alexander.

Komrij vroeg zich trouwens al af wat Beatrix hem zou aanraden:

„Het volgende misschien: ‘Lees boeken, denk,

Tuinier desnoods, ga wandelen met de honden,

Maar ga niet buikdansen in stadions –

Volkshelden worden door het volk verslonden’.”

Margriet Oostveen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Arjen van Veelen.