Filmwereld wil de fiscale voordelen terug

De filmwereld mag de Tweede Kamer vertellen over de lokroep van het buitenland. Daar zijn de fiscale voordelen, hier alleen bezuinigingen.

1 Zou er niet een filmtop komen?

Ja, belofte van het kabinet. Met regisseur Paul Verhoeven als gast. Maar daarvoor moeten we nog wachten tot in het voorjaar. Morgen vindt een rondetafelgesprek over hetzelfde onderwerp plaats: financiering van de Nederlandse filmproductie. Kamerleden vragen veertien ingewijden naar hun mening: producenten, regisseurs, bioscoopexploitanten, Filmfondsbonzen, etc.

2 Met welk doel?

Omdat iets moet gebeuren, zo meent de Kamer, aan de oneerlijke concurrentie waaronder de Nederlandse filmindustrie lijdt. Vooral D66 maakt zich al lang zorgen over de gevolgen van het afschaffen, in 2007, van de belastingvoordelen voor filminvesteerders. Buitenlandse producenten komen sindsdien niet meer naar Nederland en zelfs binnenlandse producenten wijken uit naar naburige landen, omdat ze daar wel met fiscale voordelen strooien en die voordelen gekoppeld zijn aan een bestedingsverplichting. Neem België, het populairste land onder Nederlandse producenten. Investeerders mogen 150 procent van de inleg aftrekken op voorwaarde dat de producent 90 procent van het opgehaalde bedrag in België uitgeeft. Gevolg: Nederlandse regisseurs in Belgische studio’s. Goed voor de Belgische economie.

3 Waarom schafte Nederland het belastingvoordeel dan af?

In Nederland werkte de zogeheten tax shelter anders. Hier bestond geen bestedingsverplichting. Daardoor gingen buitenlandse producenten soms slechts in naam een relatie aan met Nederland, om dat goedkope private geld binnen te halen, ook wel soft money genoemd. Ze schakelden lang niet allemaal Nederlandse filmmakers, cameramensen, montagestudio’s of een filmlaboratorium in. Dus zei de politiek: we lopen belastingopbrengsten mis om buitenlanders te helpen. Probleem: sindsdien geven ook Nederlandse producenten hun geld uit in het buitenland, met de jaarlijks te verschijnen Global Soft Money Guide in de hand, met alle regelingen op een rijtje.

4 Maar het gaat toch goed met de Nederlandse film?

Beter dan halverwege de jaren negentig. Toch liet het afgelopen jaar al een daling van het aantal bezoekers aan Nederlandse films zien. Het Filmfonds mag minder geld verstrekken en bovendien, zo zal de filmwereld morgen vertellen, is het negatieve effect van het verdwijnen van de tax shelter pas na enkele jaren goed zichtbaar. Nu dus, legt Joris van Wijk uit, betrokken bij de productie van films als Zwartboek (2006) en De Storm (2009): „De enorme groei van de hoeveelheid Nederlandse films zorgde voor een groei in kwaliteit. Want rozen groeien in de modder. Met het verdwijnen van het geld en de kwantiteit, verdwijnt ook de kwaliteit.”

5 Dus na morgen komt er weer snel een tax shelter?

Zo makkelijk is het niet. Kamerlid Tamara Venrooy (VVD) vindt dat de schuldigen van de oneerlijke concurrentie moeten worden aangepakt. Dat betekent: niet zelf de filmindustrie beschermen via een tax shelter, maar via de EU die in andere landen verbieden. Dat is een lange weg, met weinig kans op succes.