Elke maandag een enkeltje Bristol

De klassieke expat is een uitstervend ras. Voortaan moet hij genoegen nemen met een lokaal contract of gewoon heen en weer reizen.

Indonesië, Nieuw-Zeeland, Korea – tien jaar lang vierde Arthur van Benthem (44) met zijn gezin het bruisende expatleven als executive van Coca-Cola. Nu pendelt hij naar zijn werk voor de Britse sigarettenfabrikant Imperial Tobacco, dat wil zeggen: zijn gezin zit in Nederland, hij reist heen en weer. „Zalig”, vindt hij. „Elke dag op de A2 in de file staan, dat zou ik mentaal echt niet meer aan kunnen. In Bristol heb ik een appartement gekocht, verder zit ik in hotels over de hele wereld. Onrustig? Ja, lekker. Ik hou niet van sleur.”

De klassieke expat, die met zijn hele gezin voor twee tot vijf jaar naar het buitenland vertrekt, is duur. Niet alleen is zijn salaris doorgaans hoger dan een lokaal loon, bovendien stapelen allerhande toeslagen en beloningen in natura zich op: voor de verhuizing, woonkosten, de internationale school, de carrièreonderbreking van de partner en familiebezoekjes met business class. Het is een beetje afhankelijk van de bestemming, maar gemiddeld wordt berekend dat een expat zo’n drie tot vier keer zoveel kost als een lokale medewerker.

Niet verwonderlijk dat multinationals in economisch barre tijden op expats bezuinigen. Zoals Unilever, dat in een tijdsbestek van vijf jaar zijn wereldwijde expatpopulatie halveerde. „Van die expats met grote huizen, waarbij alles kon en mocht, is nog maar een handjevol over”, zegt Isamar van Hilten. Zij is directeur van Partners in Relocation, dat bedrijven en expats begeleidt bij internationale uitzending. Harde cijfers zijn er niet, maar Van Hilten schat dat van alle internationale werkers tegenwoordig slechts een kwart expat is, terwijl driekwart op projectbasis in het buitenland werkt of heen en weer reist. Vijf jaar geleden lag die verhouding volgens Van Hilten nog precies andersom.

Als het even kan, worden de expats in verre oorden ingeruild voor goedkopere locals. Vaak wordt nog wel een Nederlander ingevlogen die helpt bij het opstarten, maar daarna kan de local het alleen af. Dat is te danken aan een verbetering van het opleidingsniveau buiten de westerse wereld, vooral in Azië. Talentvolle locals reizen af naar het Westen en behalen internationale diploma’s. Multinationals scouten de toptalenten die hier een Erasmusuitwisseling doen, bieden hun een traineeship aan en kweken zo lokale managers die vertrouwd zijn met het moederbedrijf en de westerse cultuur. Volgens Van Hilten is deze aanpak vanaf 2009 sterk toegenomen.

Lang niet altijd nemen lokale hoogvliegers de plek in van onze landgenoten. Vaak blijven Nederlanders wel in beeld, maar moeten zij genoegen nemen met uitgeklede voorwaarden of totaal andere contracten. „Alleen de zeer seniore functies kunnen nog de oude expatregeling verwachten”, zegt Nannette Ripmeester van Expertise in Labour Mobility, dat onder meer bedrijven adviseert over hun expatbeleid. Voor de rest is het veelal gedaan met alle riante expatvergoedingen. „Tegenwoordig moet je vaak een huis uitzoeken voor 1.500 euro per maand, voorheen was dat het dubbele”, zegt Van Hilten.

En dan heb je nog geluk, want steeds vaker moet de expat zelf opdraaien voor de kosten van huisvesting, namelijk als hij een lokaal contract krijgt aangeboden. Op dit moment gaat dit vooral op voor jonge mensen zonder gezin. Van de expats met gezin zal nu hooguit 15 procent een lokaal contract hebben, schat Ripmeester. „Maar ik verwacht dat dit de komende jaren sterk gaat toenemen.” Een extraatje bij de start zit er vaak nog wel in, volgens Van Hilten. Dat komt meestal neer op een maand woonkosten en twee maandsalarissen voor de verhuizing. Maar verder zijn alle expatdouceurtjes exit en gelden de lokale arbeidsvoorwaarden. Een lokaal contract geldt voor onbepaalde tijd, en om uit de kosten te komen zal het huis in Nederland in de verhuur of verkoop moeten. Niet bijzonder aanlokkelijk in deze huizenmarkt. Een variant die nogal eens opduikt is het expatcontract van enkele jaren, maar wel tegen een lokaal salaris.

Voor een karig bestaan hoeft overigens niet gevreesd te worden, werkgevers hebben wel een reputatie hoog te houden. Van Hilten: „Als jouw mensen in het buitenland op een houtje moeten bijten, komt dat via hun netwerk gauw genoeg naar buiten. Dat is niet geweldig voor het imago. Bovendien is het voor je lokale status als werknemer in veel landen belangrijk om een groot huis en personeel te hebben. Anders word je niet serieus genomen.”

Wie internationaal wil werken, maakt de laatste jaren misschien nog wel meer kans op een contract op projectbasis of als pendelaar. Dan zit je alleen doordeweeks of gedurende projecten van een aantal maanden in het buitenland. Het gezin blijft gewoon in Nederland. Niet iedereen vindt dat ideaal. Zo reisde riskmanager Hem Mulders (50) voor de Rabobank bijna een jaar lang wekelijks heen en weer tussen Bilthoven en Dublin, voordat hij zijn gezin naar de Ierse hoofdstad kon halen. Een uitputtingsslag. „Omdat je alle sociale verplichtingen in een kort weekend moet proppen, ga je ’s maandags moe weer naar je werk. En mijn vrouw stond er grotendeels alleen voor met drie opgroeiende kinderen. Dat is zwaar.”

Het is niet altijd makkelijk, beaamt Van Benthem. „Als ik alleen in mijn hotel zit, voel ik me soms een klein jongetje. Maar er is niet heel veel tijd om me zo te voelen, er is veel afleiding. En mensen missen, dat is ergens ook wel een goed gevoel. Natuurlijk zorg ik ervoor dat ik mijn vrienden ook blijf zien. Het is extra belangrijk dat het weekend geslaagd is, daar ligt meer focus op. Moe? Daar doe ik niet aan. Ik leef gewoon.”

De een vindt die dynamiek zalig, de ander een crime. Toch is het zeker niet altijd de werkgever die aandringt op heen en weer reizen. Mensen kiezen er zelf ook vaker voor, constateren de expatbegeleiders. Soms zijn kinderen in de middelbareschoolleeftijd de reden, zoals bij Van Benthem. Of de partners zien het niet zitten om de eigen carrière af te breken voor ongewisse vooruitzichten. Door het onzekere economische klimaat en beter opgeleide locals is het voor hen lastiger geworden om in het buitenland werk te vinden. En vaak kun je ook niet zomaar aan de slag, zegt Ripmeester van Expertise in Labour Mobility. Zie bijvoorbeeld in de Verenigde Staten nu maar eens een werkvergunning te krijgen. Heen en weer reizen heeft zo zijn voordelen, vindt Ripmeester. „Het kost natuurlijk veel energie. Maar die energie had je anders moeten steken in het settelen in een nieuw land.”

Eigenlijk niemand verwacht dat de klassieke expat zijn rentree maakt als het economische herstel inzet. Volgens Ripmeester is de economie door veel internationale werkgevers vooral als excuus gebruikt om structurele veranderingen in het expatbeleid te kunnen doorvoeren. Neemt niet weg dat voor een serieuze carrière bij een van de grote multinationals internationale ervaring een voorwaarde blijft. Dat beaamt ook een zegsman van Shell: „Buitenlandervaring is goed voor je persoonlijke ontwikkeling. En dus voor je carrière.”