Een video-cv kan best voor Achmed

Het video-cv wordt steeds vaker ingezet. Recruiters vrezen dat een video-cv tot meer discriminatie leidt dan een papieren cv. Maar dat is niet zo, blijkt uit promotieonderzoek van Annemarie Hiemstra.

Het video-cv is bezig aan een opmars. Het is een korte introductie van een sollicitant op video, bedoeld voor de eerste fase van selectie. In een enquête die onderzoekster Annemarie Hiemstra onder 176 professionals hield in 2009 bleek dat 8 procent van hen werkte met het video-cv en dat 40 procent daar niet onwelwillend tegenover stond. Hoeveel mensen het video-cv op dit moment gebruiken, is niet bekend. „Het is nog niet wijdverbreid, maar het wordt wel steeds vaker ingezet”, zegt Annemarie Hiemstra die afgelopen vrijdag haar proefschrift verdedigde op de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Recruiters blijken echter sceptisch te zijn over het video-cv. Ze zijn bang voor subjectiviteit en discriminatie, en denken dat het papieren cv eerlijker is. Hiemstra: „Dat heeft ook met onbekendheid te maken, want je kunt je afvragen of het papieren cv zo eerlijk is. Het video-cv is gewoon nog niet gestandaardiseerd en zit niet in het systeem van veel professionals.”

In haar onderzoek ‘Fairness van selectie op basis van papieren en video cv’s’ onderzocht Hiemstra met een Marokkaans-Nederlandse acteur of naam en accent tot meer discriminatie leidt in het video-cv. „We wisten al dat iemand die met de naam Achmed solliciteert vier keer minder kans heeft op een sollicitatiegesprek dan iemand die Kees heet. Onze acteur hebben we de naam Rachid en Thijs gegeven, en met Nederlands en Marokkaans accent laten praten. Uit de resultaten bleek dat er met het video-cv niet meer werd gediscrimineerd dan met het papieren cv. Stereotypering is heel sterk, vooral als er weinig informatie bekend is over iemand. De kans bestaat dat je, in vergelijking met een papieren cv, op een video eerder de persoon ziet dan het stereotype. Maar dat laatste moet in vervolgonderzoek worden uitgezocht.”

Uit het onderzoek van Hiemstra blijkt wel dat sollicitanten met een niet-westerse culturele achtergrond het video-cv als eerlijker beoordelen dan het papieren cv. Dat geldt ook voor mensen met een lagere opleiding en minder Nederlandse taalvaardigheid. „Zij vinden dat die gegevens op een papieren cv te snel tot een afwijzing leiden, terwijl ze op een video-cv de capaciteiten die ze hebben beter kunnen tonen.”

Hiemstra, die ook werkzaam is bij HR-adviesbureau GITP, wil verder onderzoek doen naar de voorspellende waarde van cv’s en het nut van een video-cv voor oudere werknemers.

    • Alex van der Hulst