Drie beweringen van De Telegraaf over deze winter

NOVUM151:SNEEUWPRET:ZAANDIJK;15JAN2013-NOVUM. Foto, Sneeuwpret. ZAANDIJK - Kinderen maken plezier in de sneeuw, ze glijden met hun slee vanaf een heuveltje.Novum/rvz/str.Rein van Zanen Novum REIN VAN ZANEN

De aanleiding

„Winter breekt nu al schaderecord; Wegenwacht boekt historische cijfers pechgevallen”, kopte De Telegraaf afgelopen zaterdag. De eerste helft van deze winter heeft volgens het artikel al tientallen miljoenen euro’s aan schade veroorzaakt. „Alarmcentrales, installateurs en pechhulpdiensten maken de balans op en spreken van records.” En: de afgelopen vorstperiode zou de langste zijn geweest sinds de winter van 1996-1997. Een record aan schade, historische cijfers bij de Wegenwacht en de langste vorstperiode in achttien jaar. Is dat echt zo? next.checkt zocht uit wat er van deze drie beweringen klopt.

Waar is het op gebaseerd?

De Telegraaf haalt in het artikel verschillende bronnen aan om de stellingen over het winterse weer te onderbouwen: autoverzekeraars Allsecur en Achmea over de hoeveelheid schadeclaims, de ANWB over het aantal pechgevallen en MeteoConsult over de lengte van de vorstperiode.

‘Winter breekt schaderecord’

Volgens het artikel werd autoverzekeraar Allsecur in de week van 14 januari met 25 tot 30 procent meer schademeldingen geconfronteerd. Meer dan wanneer wordt niet gemeld, maar we gaan ervan uit dat het om een ‘normale’ week in januari gaat. (Een normale temperatuur voor deze tijd van het jaar is overigens vijf à zes graden.) Het percentage klopt, zegt woordvoerder Alice Korenromp van Allsecur. „Maar van een schaderecord is zeker geen sprake. Sterker nog, we zagen juist 35 procent minder schademeldingen dan op een onaangekondigde winterse dag.” Omdat het slechte weer voorspeld was, waren automobilisten gewaarschuwd voor gladde wegen en daardoor extra voorzichtig, legt Korenromp uit.

De schademeldingen die binnenkwamen, waren dan ook vooral kleinere blikschades. Letselschade neemt op winterse dagen af. „Dus ook qua schadeuitkeringen zien we geen piek dit jaar.” Behalve dat de automobilist op een winterse dag voorzichtiger is, is er ook minder verkeer op de wegen en zijn er dus minder schadegevallen.

Bij autoverzekeraar Achmea kwamen tijdens de afgelopen vorstperiode 10 procent meer schademeldingen binnen. Maar ook Bert Tiemersma, communicatiemanager bij Achmea, zegt dat een record niet in zicht is geweest.

Er is dus weliswaar meer schade gemeld dan in een reguliere week in januari, maar het ‘record’ waar De Telegraaf mee kopte, is zeker niet gebroken. Wij beoordelen deze stelling dan ook als onwaar.

‘Wegenwacht boekt historische cijfers pechgevallen’

„Die kop hebben wij gelukkig niet bedacht”, zegt Ad Vonk, woordvoerder van de ANWB. Hij vraagt het voor de zekerheid even na bij collega Markus van Tol. „Historische cijfers? Nee hoor, daar is geen sprake van”, zegt die. De ANWB hielp in elf dagen tijd 55.000 automobilisten met pech op weg. Dat zijn er gemiddeld 5.000 per dag. Normaal gesproken gaat het om 3.000 tot 3.500 gevallen per dag. De Wegenwacht heeft het de afgelopen weken dus erg druk gehad, vertelt Vonk. „Maar dat is normaal als het langere tijd vriest.” De drukste dag van deze winter was (tot nu toe) 16 januari, toen er 6.360 pechgevallen waren. Het record was echter op 2 februari 2012: toen moesten er op één dag 9.230 pechvogels worden geholpen.

De Wegenwacht heeft het druk gehad, maar van „historische cijfers” is geen sprake. De bewering beoordelen we als onwaar.

‘Vorstperiode was langste in zestien jaar’

„De afgelopen vorstperiode is volgens MeteoConsult de langste sinds de winter van 1996-1997”, schrijft De Telegraaf onderaan het bericht. Een telefoontje aan MeteoConsult leert echter dat dit niet klopt. „We hebben net een vorstperiode van dertien dagen achter de rug”, vertelt weerman Reinier van den Berg. „In februari 2012 vroor het vijftien dagen achter elkaar.”

De laatste zin luidt: „Mocht het kwik vandaag in De Bilt niet boven de 0 graden uitkomen, dan is dit de langste vorstperiode sinds 1963.” Ook dat is dus niet waar. In de winter van 1996-1997, toen de Elfstedentocht werd gereden, duurde de vorstperiode 23 dagen.

Hoe deze bewering in het artikel terecht is gekomen, is niet duidelijk, maar het klopt dus niet. next.checkt beoordeelt deze stelling als onwaar.

    • Carlijn Teeven