Damen is een wonder als Orlando

Theater

Orlando door het Toneelhuis. Gezien 28/1, Stadsschouwburg Amsterdam. Tournee. Inl: toneelhuis.be ****

Op papier is het een beproeving: een toneelbewerking van Virginia Woolfs roman Orlando (1929), met als enige personage een biograaf die bijna twee uur lang in de derde persoon vertelt. Guy Cassiers heeft Orlando geregisseerd en hij volhardt de laatste jaren in een uiterst trage en statische aanpak, waarin abstracte videobeelden, bezwerende minimal music, te zachte spraak en monumentaal aangelichte acteurs in het halfdonker bij de toeschouwer ofwel uiterste concentratie afdwingen, ofwel diepe slaap.

Maar wat een wonder voltrekt zich bij deze Orlando. En dat wonder is Katelijne Damen. Niet alleen bewerkte zij de verrassend lichte tekst tot een opgewekt meanderende en soms onstuimig kolkende theatermonoloog, ook speelt zij de biograaf, en tegelijk diens onderwerp Orlando. Dat doet ze weergaloos. Net als Maria Kraakman bij de versie van Oostpool, verdient Damen een Theo d’Or.

In Woolfs roman is Orlando een mens die 300 jaar leeft, en die halverwege switcht van man naar vrouw. Op toneel vertelt Damen over Orlando, en beeldt tegelijk diens gevoelens uit. In haar vertolking zien we een ambigu schepsel: vrouwenkleding, stoere sneakers, lange haren, een onopgemaakt gezicht. Ze heeft haar voeten stevig op toneel geplant, en beweegt vooral haar bovenlijf. Op de melodie die haar tekst gaandeweg wordt, spreidt Damen de armen, of legt ze smekend op haar borst. Ze trekt een holle rug of helt vervaarlijk diep achterover. Als de tekst sensueel wordt, en dat doet die, draait ze met haar heupen of vouwt haar rok in haar kruis. Miniem maar spannend fysiek spel op de millimeter.

Nog imposanter is haar tekstbehandeling. Bijna twee uur kletst of fluistert Damen, treurt of jubelt, fleemt en jankt. Ze houdt de op zich afstandelijke vertelstijl steeds meeslepend door vaartwisselingen, stembuigingen en ironische terzijdes. Zelfs een woord als ‘contemplatie’ klinkt aanstekelijk. Haar spel overstijgt ook het taalvirtuoze, als de verteller, overmand door Orlando’s emoties, in huilen uitbarst. Dan weet Damen ook echt te raken.

Zeker, bovengenoemde Cassiers-clichés zijn ook hier weer volop aanwezig. Maar dat hij Damen uitkoos voor tekst en spel, en haar zo royaal laat sprankelen, is een gouden greep.

    • Herien Wensink