Column: Zachtjes duwen tegen Gaddafi

Stine Jensen buigt zich in haar column over het boek De laatste vlucht, waarin een zoon van Gaddafi als verkrachter optreedt. Fictie of niet?

Mai Spijkers van uitgeverij Prometheus heeft een goede neus voor erotisch vrouwenleed. Supersingle, Het diapositief van de liefde, Als ik jou was, Ik moet je iets vertellen, Achter het raam op de wallen. Favoriet bijvoeglijk naamwoord om de boeken aan te prijzen is ‘ijzingwekkend’ en op de cover staat bij voorkeur een gekweld vrouwengezicht.

Nu mag je wat mij betreft ook wel gekweld kijken als je door de zoon van Gaddafi verkracht bent en je in de pers opduikt als ‘Gaddafi meisje’ – wat al te schattig klinkt. De laatste vlucht van Daphne de Boer is het ‘ijzingwekkende’ verhaal van een jonge vrouw die dat overkwam. Ik bespeurde bij mezelf enig ongemak toen ik de schrijfster bij Pauw & Witteman hoorde vertellen over de verkrachting. Dat lag misschien aan de opgeklopte intro, die duidelijk maakte dat de ene verkrachting mediagenieker is dan de andere: ‘verkracht door buurman Pietje’ is niet hetzelfde als ‘verkracht door zoon Gaddafi’. Maar het lag ook aan het nare ruzieverhaal dat meespeelde op de achtergrond: het fotomodel Thalita van Zon met wie De Boer op reis was in Tripoli weerspreekt de verkrachting en De Boer beschuldigt haar van ‘mensenhandel’ omdat Van Zon geld in ontvangst zou hebben genomen voor de verkrachting.

Mijn ongemak werd groter na lezing van het boek. De Boer heeft haar eigen naam veranderd in Sophie, die van Thalita van Zon in Karyan, maar de naam van de zoon van Gaddafi of sommige journalisten zijn echt. De laatste vlucht is, zo staat in het begin ‘geïnspireerd op een waargebeurd verhaal. In dit boek heeft de auteur haar eigen beleving hiervan weergegeven. Haar weergave is verweven met fictieve elementen en behoeve van de vorm waarin dit drama wordt verteld.’

Oh? Welke fictieve elementen? Is de verkrachtingsscène dan ook ‘verweven met fictieve elementen’? We lezen daarin dat Sophie een aantal keren „please, don’t” zegt of „we shouldn’t do this”, terwijl ze de zoon van Gaddafi ‘zachtjes’ probeert van zich af te duwen, zich onderwijl bekommert om een slappe buik, om vervolgens alles ‘toe te laten’ en te ‘verslappen’. Het beeld dat we krijgen van Sophie is dat van een vrouw zonder wil of autonomie. Alles doet ze in de ‘we’-vorm („We gaan winkelen”) en alles overkomt haar. Ze is uitermate passief: „Ik ben naar huis gestuurd,” „mijn huis is veranderd”, de kleren verdwijnen van mijn lijf”.
Door de vorm raakte ik gepreoccupeerd met heel andere vragen dan die van de ‘ijzingwekkende gebeurtenis’. Waarom doet de naïeve Sophie alles voor de psychotische en manipulatieve Karyan? Waarom neemt ze op geen enkele manier verantwoordelijkheid voor haar eigen keuzes? Hoe is het gesteld met de emancipatie als een vrouw zo weinig verzet biedt, als ze zich tijdens een verkrachting bekommert om haar slappe buik, als ze zich op de laatste bladzijde na vele sessies therapie nog altijd typeert als iemand die geen ‘nee’ kan zeggen?

Mai Spijkers vertelde in Pauw & Witteman dat hij Vijftig tinten grijs – waarin ‘please don’t’ opwindende taal is – niet had gelezen, maar afging op het oordeel van de stagiaires. Mogelijk heeft hij dit boek meteen op grond van het ijzingwekkende waar gebeurde verhaal aangekocht – immers ‘verkracht door Gaddafi’.

Als we tot drie keer toe lezen dat Sophie altijd al graag een boek had willen schrijven (en De Boer een succesvol reclameschrijver was), stemt dat nog treuriger. Want in deze merkwaardige fictieve vorm betekent ‘ijzingwekkend’ helaas alleen maar ‘ijzingwekkend slecht geschreven’. En berokkent het boek in deze vorm schade aan alle vrouwen op deze wereld – inclusief en bovenal De Boer zelf – die er voor vechten om verkrachting als een ernstige misdaad te zien.