Beperk subsidie van die averechtse vechtsportles

Vechtsport wakkert antisociaal gedrag aan, schrijft Vasco Lub. Nee, vindt Martin Jansen: vechtsport wordt gecriminaliseerd.

Illustratie Studio NRC

Volgens socioloog Marianne Dortants, die onderzoek deed naar de wereld van full contact-vechtsporten, hebben vechtsportlessen in achterstandswijken een gunstig effect op kinderen. Agressieve kinderen zouden hun agressie beter leren reguleren. Dit is een veelgehoorde argumentatie in grootstedelijke settings.

Het geloof in sport als gedragsverbeteraar vindt zijn oorsprong in het Victoriaanse Groot-Brittannië. Van de zonen van de elites werd ‘mannelijkheid’ verwacht. De Victorianen veronderstelden dat sport deze jongeren belangrijke waarden aanleerde, zoals eerlijkheid, leiderschap en zelfbeheersing.

Inmiddels is dit sports builds character-argument stevig verankerd in het westerse denken. Voor beleidsmakers en bestuurders vormt het de ideale sociale interventie in wijken die te kampen hebben met overlast gevende jongeren of school drop-outs.

Toch valt er op deze gedachtegang het een en ander af te dingen.

Ten eerste heeft sport een veel minder grote impact op het gedrag en de ontwikkeling van kinderen en adolescenten dan veelal wordt aangenomen. Uit grote klinische onderzoeken in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten blijkt dat het verband tussen sport en sociaal gedrag van jonge mensen gering is. Sport speelt slechts een marginale rol in de ontwikkeling van het emotioneel welzijn en gedragingen van jongens en meisjes. Deze beperkte invloed wordt onderschreven door een recente longitudinale studie van de Amerikanen Hartmann en Massoglia. Zij vonden geen direct verband tussen sporten in de jeugd, ongeacht duur en intensiteit, en afwijkend gedrag in de (vroege) volwassenheid.

Ten tweede blijkt uit longitudinaal en experimenteel onderzoek uit Scandinavië en de Verenigde Staten dat sporten met een hoog ‘masculien’ gehalte, zoals vechtsporten, boksen en gewichtheffen, gewelddadig en antisociaal gedrag van jongens eerder aanwakkeren dan beperken. Enquêteonderzoek van Elling en Wissen in Nederland (2010) toont weliswaar dat jonge vechtsporters juist significant lager scoren op agressietolerantie dan andere sporters, maar dit betrof een eenmalige meting met een minder fijnmazige analyse en vergelijking van interventie- en controlegroepen dan de geciteerde buitenlandse studies.

Wetenschappelijk onderzoek noopt dus tot enige voorzichtigheid in het subsidiëren van boks- en vechtsportlessen in Nederlandse aandachtswijken. Vooral de onderzoeken van Kreager en Endresen en Olweus illustreren dat verschillende takken van sport heel verschillende uitwerkingen kunnen hebben op gewelddadig gedrag van jonge jongens, en dat deze verschillen nadelig beïnvloed worden door fysiologische aspecten (heavy contact) en kenmerken van de cultuur die een bepaalde sport met zich brengt (masculiene waarden bevestigend, agressie belonend, invloed van peers).

Het vermeende gunstige effect van sport moet niet te zeer worden geïdealiseerd. Vooral bij de inzet van vechtsport moeten bestuurders, beleidsmakers en buurtprofessionals zich niet te snel laten meeslepen door neo-Victoriaanse retoriek.

Vasco Lub is zelfstandig onderzoeker en tevens verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Binnenkort verschijnt zijn boek Schoon, heel en werkzaam?, een wetenschappelijke beoordeling van sociale interventies op het terrein van buurtleefbaarheid (uitgeverij Boom).