Asscher repareert koopkrachtverlies dit jaar niet - weegt effecten volgend jaar mee

Minister Asscher gaat het koopkrachtverlies dit jaar niet repareren, wel wegen de effecten van dit jaar mee bij het beleid voor volgend jaar. Foto ANP / Phil Nijhuis

Grote groepen die er in koopkracht op achteruitgaan worden dit jaar niet gecompenseerd. Dat zei minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher vandaag in de Tweede Kamer. “We hebben niet de middelen om grote groepen te ontzien”, zei hij.

Asscher zegde wel toe dat als het kabinet deze zomer plannen maakt voor 2014 er gekeken wordt naar de groepen die dit jaar ook al worden getroffen door koopkrachtverlies. NRC-redacteur Erik van der Walle volgt het debat:

“Asscher liet weten dat hij beseft dat er een stapeling van lasten is voor bepaalde groepen. Er komt geen geld bij voor de groepen die er nu op achteruitgaan, ouderen bijvoorbeeld, maar de effecten van dit jaar wegen wel mee met het beleid van volgend jaar. Daarnaast deed Asscher de toezegging om zo snel mogelijk alle effecten op een rij te zetten.”

‘Regering stelt Kamer ook deels verantwoordelijk’

In het debat over de koopkrachteffecten van het kabinet nam de oppositie het beleid van Asscher fel onder vuur. Met name de ouderen zijn kind van de rekening, betoogden onder meer SP, PVV en 50Plus. Heel zwaar had Asscher het echter niet, aldus Van der Walle:

“Het is opvallend dat de regering de Kamer ook deels verantwoordelijk stelt voor het koopkrachtverlies. De Kamer deed dat zelf ook tijdens het debat. Oppositiepartijen schoven elkaar de schuld in de schoenen vanwege betrokkenheid bij Rutte I of het Lenteakkoord. Alle partijen zijn op een bepaalde manier verantwoordelijk voor de koopkrachteffecten en dat ondermijnde hun positie in het debat een beetje. Asscher had het dus niet heel zwaar vandaag.”

Asscher schreef voorafgaand aan het debat in een brief aan de Kamer (pdf) al dat het koopkrachtverlies van ouderen niet enkel op het bordje van het huidige kabinet geschoven kan worden. Ook de financiële positie van pensioenfondsen en de maatregelen van het vorige kabinet zijn daar debet aan.