Armoe + leegstand = solidariteit

Nieuwe woningen die door de crisis niet worden verkocht? Spanjaarden die hun huis uit worden gezet? Wie creatief denkt, ziet hier mogelijkheden.

Echtpaar Fernández met de sleutels van hun huis. Foto Miguel Lorenzo

Zonder de crisis hadden Isabel Fernández en Antonio Gimeno elkaar nooit leren kennen. Straatveger Fernández woont met haar drie kinderen en man in l’Alcudia, een voorstadje van Valencia. Gimeno woont honderden kilometers verderop, in Madrid. Hij is projectontwikkelaar.

Het nummer van Gimeno staat in Isabels mobiele telefoon opgeslagen onder ‘mijn engel’. „Ik houd van die man. Het is dat ik al een ander heb”, schatert zij in haar oranje werkoveral, op de bank in haar woonkamer.

Met een dozijn families betrok ze onlangs een splinternieuw appartement in een door Gimeno’s bedrijf gebouwd appartementencomplex. Allemaal gezinnen die recent hun koophuis kwijtraakten aan de bank, omdat ze de hypotheek niet meer konden aflossen. Ze betalen nu vijftig euro huur per maand.

Ze wonen nu in woningen die midden in de crisis werden opgeleverd. Gimeno weet dat hij ze voorlopig niet verkocht krijgt. „Wat heb ik er aan om ze leeg te laten staan, als ik er mensen in nood mee kan helpen?” Ook voorkomt bewoning dat het gebouw gekraakt of gestript wordt, zoals andere leegstaande panden.

Het gezonde verstand moet terugkeren, zegt de ondernemer. „We moeten accepteren dat prijzen nog veel verder dalen. Na jaren van gekte moet woonruimte weer betaalbaar worden.” Veel woningen die banken nu in de boeken hebben kunnen ze alleen verkopen aan lagere inkomensklassen. „De groep die nu uit huis wordt gezet.”

Gimeno praat zacht en oogt fragiel. Hij had veel tijd om na te denken toen hij vorig jaar herstelde van de verwijdering van een hersentumor. „Ook over de rol van mijn eigen sector in het opblazen van die enorme zeepbel op de huizenmarkt.” Bijna iedereen – burgers, bankiers, bedrijven, politici – deed mee. „Maar banken en projectontwikkelaars, die meer schuld droegen, moeten meer verantwoordelijkheid nemen.”

Sinds het instorten van de huizenmarkt, jaren de motor van de economie, explodeerde de werkloosheid tot bijna zes miljoen mensen, 26 procent van de beroepsbevolking. In bijna twee miljoen huishoudens werkt nu niemand. Banken lieten in vijf jaar beslagleggen op circa 400.000 woningen van huiseigenaren met een betalingsachterstand.

Kersverse huurster Isabel Fernández, die werkt bij de gemeentereinigingsdienst, raakte na twaalf jaar haar koopwoning kwijt, toen haar man, een lasser uit Ecuador, steeds minder werk kreeg. „Mijn salaris bedraagt net geen duizend euro. De hypotheek was 570. Er bleef niet genoeg over om te eten.”

Ze sloot een persoonlijk krediet af en werd verrast door de hoge rente. Maar ze heeft niet boven haar stand geleefd, zegt ze. Deze eeuw is ze nog niet op vakantie geweest. „Ik heb mijn moeder, die duizend kilometer verderop woont in León, al acht jaar niet gezien.” Haar problemen stapelden zich op. Voor de was ging ze goedkope blokjes zeep gebruiken in plaats van waspoeder. „Daar ging de machine van kapot. Maanden hebben we de was in de gootsteen gedaan, stampend met blote voeten.”

Met de bank viel niet te onderhandelen. Toen de uitzettingsdatum naderde, overwoog ze een einde aan haar leven te maken. „Je doet het niet, omdat je kinderen hebt. Maar als die je komen zeggen dat ze honger hebben en je weet niet waar je straks met ze moet gaan wonen, voel je je machteloos.” Ze loopt nog wel eens langs haar oude huis. Ze is kwaad dat het waarschijnlijk nog jaren onverkocht leeg zal staan.

Haar nieuwe buren, José Rufino en zijn vrouw Maricarmen González, werkten de laatste jaren steeds onregelmatiger. Hij als ober, zij op de inpakafdeling van een fruitcoöperatie. „In een goede maand verdienen we samen 1.100 euro. In een slechte 600”, vertelt Rufino in de half ingerichte woonkamer. Niet genoeg. Ze hebben twee kinderen. De betaling van hun hypotheeklasten (350 euro per maand) moesten ze steeds vaker overslaan. Vorig jaar confisqueerde de bank hun flat. „De situatie is fataal in Spanje”, vindt Rufino. „Mensen plegen zelfmoord omdat de bank de sleutels komt halen. En de regering helpt alleen de banken.”

Toen enkele met uitzetting bedreigde eigenaren onlangs zelfmoord pleegden, volgde een reactie. De regering maakte het onder voorwaarden mogelijk de maandbetaling van de hypotheek twee jaar op te schorten. Meer coulance zou toch al wankele banken doen omvallen.

In l’Alcudia speelt dat dilemma ook. Alleen mensen die hun koophuis zijn uitgezet komen in aanmerking voor een goedkope huurwoning. „Een grote re doelgroep zou de markt verstoren”, zegt de burgemeester Robert Martínez, van de centrum-linkse PSOE. Toch is hij enthousiast over projectontwikkelaar Gimeno. Hij heeft zijn pand vrijgesteld van gemeentelijke belastingen. Net als andere linkse lokale politici dreigt hij banken de gemeentelijke bankrekening op te heffen zodra ze een inwoner van zijn dorp uitzetten. De politie heeft hij opgedragen ‘minimaal’ mee te werken aan uitzettingen. Hij vindt het bizar dat banken met publieke middelen worden gered terwijl ze wanbetalers uitzetten. „Als een marsmannetje ons zou zien, vielen zijn voelsprieten er af.”

Volgens Gimeno moeten Spanjaarden niet alleen naar de politiek kijken, maar zelf solidariteit organiseren. Bij Madrid is een plan eenkamerflats voor een lage prijs te verhuren aan jongeren die bij gebrek aan werk geen woning kunnen kopen en zo nooit het ouderlijk huis uit komen. In ruil moeten de jongeren vrijwilligerswerk doen. Creatief denken, noemt Gimeno dat.