Aftreden

Op de dag dat koningin Beatrix aankondigt af te treden ten gunste van haar zoon ben ik bezig invulling te geven aan wat mijn voorlaatste column voor nrc.next zal worden. Toegegeven, ik mag er volgende week nog een schrijven, maar deze voelt een beetje als de laatste.

Ik had me voorgenomen om iets te schijven over de acht jongens die in Eindhoven een willekeurige voorbijganger in elkaar trapten en nu met foto, naam en adres op het internet te vinden zijn. Of over de avonturen die mijn aanstaande en ik beleven tijdens het zoeken naar een geschikte trouwlocatie in Amsterdam.

Maar wanneer de Rijksvoorlichtingsdienst aankondigt dat de majesteit om zeven uur die avond een toespraak gaat houden, gonst het op alle nieuws- en sociale media dat er een eind komt aan het tijdperk-Beatrix. Er wordt zo heftig gespeculeerd over haar aftreden, ik hoef ’s avonds eigenlijk de toespraak niet eens meer te zien: er is door ons al besloten dat ze aftreedt.

Wanneer ik alsnog met mijn bord op schoot voor de televisie zit en er vlak voor zeven uur nog even snel een filmpje met belangrijke momenten uit de ambtstermijn van de koningin langskomt, stoot ik grinnikend mijn lief aan. Het zijn beelden van het kroningsoproer in 1980, rondom de inhuldiging (dat is het correcte woord, heb ik vandaag geleerd van een royaltyspecialist) van onze voormalige koningin. Rellen waarin het toentertijd pas gekraakte complex van het voormalig Algemeen Handelsblad een belangrijke rol speelde. Dat pand was leeg komen te staan nadat de krant was gefuseerd met de Nieuwe Rotterdamsche Courant en zo NRC Handelsblad werd. Het is hetzelfde pand waar mijn verloofde en ik tegenwoordig wonen, geheel legaal overigens, en waar we vanuit de woonkamer uitzicht hebben op het Paleis op de Dam en de Nieuwe Kerk.

Zo kan ik niet anders concluderen dan dat de cirkel rond is, een van mijn laatste columns tikkend in een gebouw dat toch zo verbonden is met het koningshuis en deze krant. Landgenoten, het was een voorrecht om de afgelopen zeven maanden lief en leed met jullie te delen, voor jullie te mogen schrijven over dat wat mij verwonderde of mij verontwaardigd naar adem deed happen.

Zoals Beatrix zelf zei: „Gesterkt voel ik mij door de gedachte dat het plaats maken voor mijn opvolger niet betekent dat ik afscheid neem van u. Ik hoop dat ik velen van u nog dikwijls kan ontmoeten.”

    • Sadettin Kirmiziyüz