Vuurwerkramp

Jan Mans

Nog op de dag van de vuurwerkramp in Enschede, zaterdag 13 mei 2000, werd burgemeester Jan Mans (1940) gebeld dat Hare Majesteit de volgende dag wilde langskomen. Hij noemt haar optreden ter plekke „zeer kordaat”. „Zij wilde direct na aankomst het rampterrein op – zonder mondkapje. We hebben daar een uur rond gelopen, en ik moet zeggen dat het voor ons allebei zeer confronterend was. We liepen langs skeletten en uitgebrande auto’s. De dood hing in de lucht. En de koningin maar vragen stellen aan brandweerlieden en politieagenten. Op een gegeven moment wilde ze weten waar ik die vijfhonderd overlevenden had gelaten. ‘In hallen’, antwoordde ik. ‘Waar is dat’ , vroeg ze. ‘Dan ga ik er naar toe.’ Normaal wordt drie maanden voorbereidingstijd uitgetrokken voor zoiets, nu was het met één telefoontje geregeld. Beatrix stelde zich op als een warme moeder. Mensen huilden letterlijk op haar schouder uit.”

Bij het afscheid beloofde zij de burgemeester een jaar later terug te komen, wat ze inderdaad deed. Mans: „Die keer nam zij dertien slachtoffers apart die, voor zover ik kon nagaan, van tevoren zorgvuldig waren geselecteerd door haar medewerkers. De deur ging dicht. Hofdames, commissarissen en wethouders werden weggestuurd, alleen ik mocht erbij zijn. Het moest een persoonlijk moment zijn.”

Mans maakte ook kennis met een hardere kant van Beatrix. „Toen ik haar een half jaar na de ramp tegenkwam bij een nieuwjaarsreceptie, kreeg ik te horen dat het ‘niet echt opschiet daar in Enschede’. Terwijl ik juist zo trots was dat wij alle procedures voor de wederopbouw zo snel in gang hadden gezet.”