Stop de ondergang van de kleine talenopleidingen

Kleine talenopleidingen als Roemeens en Fins sneuvelen. Daarmee verdwijnt ook het waardevolle onderzoek, betogen hoogleraren

en studenten.

Vandaag bieden Groningse hoogleraren en studenten de Tweede Kamer een petitie aan die meer dan zesduizend keer ondertekend is. De petitie pleit voor het behoud van het onderwijs en onderzoek in het Noors, Fins, Hongaars en Deens aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Afgelopen week stond er een kort bericht in deze krant: de politie gaat op reis naar Roemenië, omdat de Nederlandse rechercheurs niet bekend zijn met de Roemeense methoden en cultuur. Zulke berichten zullen we steeds vaker te zien krijgen, bijvoorbeeld over Finland, Portugal of Hongarije. Vanaf volgend jaar is het namelijk niet meer mogelijk om deze studies aan een Nederlandse universiteit te studeren. Veel andere kleine studies staan tevens onder druk en worden samengevoegd of gemarginaliseerd. Het zijn echter niet alleen de opleidingen die verdwijnen, maar ook de onderzoekers die gespecialiseerd zijn in de traditie, cultuur en geschiedenis van deze landen. Zo wordt Nederland waardevolle kennis over andere culturen ontnomen, terwijl de wereld globaliseert en Europa steeds verder integreert.

Deze problematiek is niet alleen nu aan de orde. Zo luidde Frits Staal al in 1990 de noodklok ten aanzien van talenstudies. Ook sloten de faculteiten geesteswetenschappen en letteren convenanten af over de unica: kleine studierichtingen die aan meerdere faculteiten werden gegeven zouden worden uitgeruild. Fries, Hongaars en Fins zouden in Groningen aangeboden blijven, Nieuwgrieks en Roemeens in Amsterdam en Portugees en Keltisch in Utrecht.

Tien jaar na het laatste convenant der letteren is onduidelijk hoe de faculteiten geesteswetenschappen invulling geven aan hun gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid voor een brede bestudering van talen en culturen. Duidelijkheid en toewijding zijn echter geboden, want deze taal- en cultuurstudies zijn hard nodig. Alle wetenschap is immers met elkaar verbonden. Hiertoe is begrip noodzakelijk van zo veel mogelijk culturen, zo veel mogelijk talen.

Ook voor de kennis over andere politieke systemen, economieën en cultuurfenomenen is kennis van taal en cultuur van onschatbare waarde. Nederland heeft die kennis nodig om niet achter te raken in het internationale bedrijfsleven, om de multiculturele samenleving beter te begrijpen en om alle vormen van kunst en media uit de hele wereld voor iedereen bereikbaar te maken. Een universitaire taal- en cultuurstudie is iets anders dan een taalcursus. Er valt meer te leren dan de taal zelf. Te veel universiteiten proberen deze vierjarige opleidingen te vervangen met een minor van een half jaar. Het onderzoeksveld dat de opleiding waardevol maakt, verdwijnt hiermee.

Convenanten en afspraken moeten worden nageleefd, opdat de kleine opleidingen niet langer het kind van de rekening zijn. De overheid heeft hier een belangrijke rol in. Er moet meer landelijk overleg komen over het opleidingsaanbod, zowel tussen universiteiten en overheid als tussen decanen en de opleidingen zelf. Samen dienen we de verantwoordelijkheid te nemen om tot een oplossing te komen.

De studenten en hoogleraren nemen het voortouw. Politiek, volgt u?

Rens Bod is hoogleraar bij de faculteiten geesteswetenschappen en natuurwetenschappen (Universiteit van Amsterdam). Holger Gzella is hoogleraar Hebreeuwse en Aramese taal- en letterkunde (Universiteit Leiden). Muriel Norde is hoogleraar Scandinavische taal- en letterkunde (Rijksuniversiteit Groningen). Esther Crabbendam, Jaap Oosterwijk en Lizzy Entjes zijn UvA-studenten.