Steunpilaar en kompas

Een onafhankelijke denker, loyaal uit professionaliteit en qua persoonlijkheid. Prins Claus was de compagnon- strateeg van Beatrix.

Koningin Beatrix gaf hem zijn plaats als eerste raadgever in haar abdicatieaankondiging met één zinnetje: „Daarbij was Prins Claus mij vele jaren tot grote steun.”

Alleen zij weet hoe groot dat understatement was. Alleen zij weet welk verdriet zij moest overwinnen én hoe sterk zij de noodzaak voelde om die woorden uit te spreken. Maar zij waren onmiskenbaar. Zonder prins Claus niet deze koningin Beatrix.

Bij het geheim van Drakensteyn, later Huis ten Bosch hoort dat wij niet weten hoe goed het huwelijk was van de prinses, later koningin en haar uit Duitsland afkomstige echtgenoot. Op een persoonlijk niveau gaat het ons niet aan, maar staatkundig wel voorzover het functioneren van de koningin door hem werd beïnvloed en gesteund. Naar uit alle signalen blijkt in een bijzonder en gelukkig huwelijk.

Kijk weer naar de verlovingsfoto’s. Claus von Amsberg, een knappe, redelijk intelligent ogende man. Aan de zijde van een enthousiaste kroonprinses met de tongval van een Leidse studente en de ambitie het Oranje-domein opnieuw glans en staatkundige relevantie te geven. En herinner hoe snel hij een Nederlands sprak dat zijn schoonvader in de schaduw stelde. Een prestatie van formaat.

De koningin riep gisteren zijn rol in herinnering bij het begin van haar afdaling van de troon. In de loop der jaren hebben schrijvers, musici, politici, een ruime kring van Nederlanders, tot ver buiten het voor hem vertrouwde circuit van de ontwikkelingssamenwerking Claus al geprezen als uitzonderlijk toegewijd aan Nederland en zijn koninklijk huis.

Prins Claus was de beste prins-gemaal die Nederland heeft gekend. Een onafhankelijke denker, loyaal uit professionaliteit en qua persoonlijkheid. Door zijn kennis en evenwichtig oordeelsvermogen is hij jarenlang de belangrijkste adviseur van de koningin geweest. Met de frisse blik van de nieuwkomer, en het snelle inlevingsvermogen van de Duitse topdiplomaat die hij had kunnen worden.

Het bekendst is het aan hem toegeschreven gevoel een gekooide intellectueel te zijn. Veel minder getuigenissen zijn er van zijn onvermoeibare rol als meedenker van de koningin. Hij liet haar daarin volkomen vrij, maar was beschikbaar voor overleg en overweging wanneer zij dat wenste. Claus was de checks and balances van de energieke Beatrix met het weergaloze plichtsbesef.

Soms heeft hij de koningin kunnen behoeden voor al te snelle reacties. Hij was goed in het bedenken van de staatsrechtelijk zuivere en volksdiplomatiek effectieve alternatieve aanpak van netelig problemen. Daar heeft de koningin ongetwijfeld veel aan gehad. Later toen hij ziek was en na 2002, toen hij er niet meer was, zal zij hem denkbeeldig nog menigmaal hebben geraadpleegd.

Zijn rol als steunbeer en kompas van de majesteit vervulde hij serieus, integer en en met humor, maar vooral rustig en overtuigend. Alles heeft twee kanten. Wat zou er gebeuren als je het zo aanpakte? Hoe zou je het kunnen formuleren? Hij begreep Nederland en was het eens met het belang van de monarchie in de Nederlandse verhoudingen. Maar ook daarover was hij realistisch. Goed idee dat ongekozen vorstenhuis, zolang de mensen het willen.

Claus was al snel de compagnon-strateeg achter de aanstaande vorstin. Nu wordt hij vaak herinnerd als een van de eersten in officieel Nederland die de knellende stropdas afwierp – de ultieme provodaad. Destijds steunde hij de plannen om het koningshuis waardiger en moderner te organiseren. Niet omdat hij deftig een doel vond maar om de samenbindende functie van het koningschap het gezag te geven dat het vriendelijke Soestdijk van koningin Juliana was gaan missen, mede door toedoen van de wat al te kleurrijke prins Bernhard.

Mensen die hem hebben meegemaakt vertellen ook over zijn afkeer van protocol. Als het moest dan moest het, maar hij kon een knipoog vaak niet onderdrukken. Op reis door Afrika voelde hij zich vrijer. Dan wilde hij liefst snel met ‘echte mensen’ praten. Hij vond het ballast dat ontvangende hoogwaardigheidsbekleders hem ook daar in de eerste plaats zagen als meneer Beatrix, de echtgenoot van het Nederlandse staatshoofd.

Rattenkoning

Het succes kwam niet vanzelf. Claus was zeker niet direct welkom. ‘Claus raus’ en ‘Clauschwitz’ kalkten Amsterdamse actievoerders op de muren. VVD’er Hans Gruijters, de latere D66-minister en Harry Mulisch (‘Bericht aan de Rattenkoning’) behoorden tot het afwijzingsfront. Dat heeft niet lang standgehouden. Over zijn lidmaatschap van Hitlerjugend en Wehrmacht wilde al vrij snel niemand meer iets horen. Het bleek irrelevant.

Prins Claus veroverde Nederland als een diplomaat op een nieuwe post die de rol van schoonzoon er bij deed. Hij hielp dit volk de vaste goed-fout-schema’s over ‘de oorlog’ te relativeren. Met de door zijn toedoen bekend geworden toespraak van de Duitse Bondspresident Von Weizsäcker uit 1985, waarin de onmetelijke Duitse schuld werd erkend, maakte hij het mogelijk dat steeds meer mensen Duitsland gingen zien als een land waar mensen wonen.

Hij hield van een onorthodoxe geste, zoals toen hij ging praten op de Duitse school in Den Haag. Daar hoorde hij wat Duitse kinderen in Nederland over zich heen kregen op straat of het sportveld. Deze toevallige prins-gemaal bleek de ideale vertolker van die misverstanden.

Zijn rol van mental coach van de natie speelde prins Claus bij voorkeur op zijn vertrouwde terrein van de ontwikkelingssamenwerking. De gelukkigste jaren van zijn leven waren die met zijn ouders in Tanganjika, het latere Tanzania. Hij voelde zich later evenveel Afrikaan en Duitser als Nederlander. Dat eerste was geen koketterie maar een diep gevoeld besef dat culturen rijker zijn naarmate zij meer van elkaar begrijpen.

In al zijn hoedanigheden daagde Claus de Nederlandse tevredenheid met zichzelf van de jaren 60 en 70 uit, bijvoorbeeld op het gebied van internationale betrekkingen, lang voordat dat in de mode kwam. Onze globetrottertrots en kennis van vreemde talen toetste hij voor de goede verstaander op waarheidsgehalte.

De linkse kritiek op zijn komst sloeg in de loop van een paar jaar om in grote waardering. Aan het hoofd van de Nationale Commissie voor Ontwikkelingsstrategie (NCO) ging hij om met een dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolking. Juist bij jong en links Nederland kon hij op den duur geen kwaad meer doen.

Het was dan ook ironisch dat het enige linkse kabinet, het kabinet-Den Uyl, een einde moest maken aan Claus’ betrokkenheid bij de NCO. Het linkse, in Afrikaanse zaken pro-revolutionaire imago van de commissie zou koningin Beatrix’ aanzien als boven de partijen staand staatshoofd kunnen schaden. Zijn gedwongen vertrek bij de NCO deed prins Claus verdriet. Maar hij heeft de schade kunnen inhalen bij de Stichting Nederlandse Vrijwilligers en later als inspecteur-generaal ontwikkelingssamenwerking.

In die laatste hoedanigheid kon hij adviezen geven en reizen. Hij kwam veel op het ministerie van Buitenlandse Zaken en brainstormde gepassioneerd mee over een nieuw beleid op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Daar werd hij gewaardeerd als deskundige, gepassioneerde pleitbezorger van een nieuw tweerichtingsverkeer. Hij was bedachtzaam, maar je moest wel naar hem luisteren.

Viooldagen

Hij leerde ook koningin Beatrix, meer vertrouwd met de beeldende kunst, luisteren naar muziek in brede zin. Zijn muzikale smaak ging veel verder dan Bach en Mozart, zoals de componist Sieuwert Verster uit jarenlange contacten met prins Claus getuigde. Hij speelde zelf geen instrument maar genoot van de contacten met het Concertgebouworkest en de Jordens Viooldagen. Ook in dat opzicht is prinses Máxima zijn opvolgster.

Met zijn kennis van de geschiedenis, literatuur en actuele verhoudingen in de wereld was ieder gesprek dat prins Claus voerde al snel serieus. Hij kon koetjes en kalfjes, maar prefereerde inhoud. Zoals vice-president van de Raad van State Tjeenk Willink in 2002 bij het overlijden van Claus memoreerde: „Het ging nooit nergens over.”

Claus was een meester van het gesprek in kleine kring. Hij stelde geen vragen die hij zelf kon beantwoorden, hij wilde horen wat de nieuwste ontwikkelingen waren en pas als zijn gesprekspartner voldoende aan bod was gekomen, gaf hij zijn eigen mening, vaak in de vorm van een denkopdracht.

Met die filosofische talenten was hij een unieke vader en mentor voor zijn zoons. De wereld was zijn natuurlijke habitat. Hij belichaamde het grote Europa waarin de Oranjes zich thuis voelen. Hij trainde de jongens in het debat dat hoorde bij hun aanstaande verantwoordelijkheden.

Zoals Tjeenk Willink destijds zei: „Hij wist wat ze konden en wat ze beter konden laten. Hij wist wat er maatschappelijk nodig was en waar mogelijk een rol voor hen was weggelegd. Zonder prins Claus zou misschien niemand van watermanagement hebben gehoord.” Om er aan toe te voegen: „Prins Claus wist hoe ver hij ‘te ver’ kon gaan. Zijn wapen was daarbij de ironie en de nuance. Zij winnen het uiteindelijk van de clichés en het zogenaamde ferme standpunt.”

Een ideale prins? Natuurlijk niet. Hij kon knorrig zijn, lang van stof, veeleisend voor ambtenaren én zijn zoons. Hij was een strenge vader, maar hij gunde zijn zoons een gezelliger jeugd dan hij zelf had genoten.

Aandachtig, met weinig maar rake woorden, zorgzaam voor de koningin als staatshoofd en echtgenote. Zo zullen velen die prins Claus hebben meegemaakt zich hem herinneren. Nu de regeerperiode-Beatrix binnenkort wordt afgesloten, zal ook de man aan haar zijde opnieuw worden gewogen.

Vooralsnog ziet het er naar uit dat hij de Oranje-monarchie een half eeuwtje verder heeft geholpen, weg van de controverse, en uiteindelijk ook weg van te veel praal en te veel pracht. Het Republikeins genootschap heeft het afgelegd tegen de, mede door prins Claus gevoede aansluiting van de monarchie bij de liberaal-humanistische Europese cultuur. Niet slecht voor een irrationeel project.

    • Marc Chavannes