Spoorbazen niet bepaald een koppel

Nederlandse en Belgische parlementariërs hielden gisteren samen een hoorzitting met de spoorbazen uit hun landen over de Fyra. Van warme samenwerking tussen die twee bleek weinig.

Topman Marc Descheemaecker van de Belgische spoorwegen (NMBS) en NS-voorman Bert Meerstadt (rechts) tijdens de hoorzitting van het Beneluxparlement. Foto ANP

NS-topman Bert Meerstadt zei het gisteren in Brussel wel héél vaak: zijn bedrijf werkt geweldig goed samen met de Belgische spoorwegen NMBS om de problemen met de hogesnelheidstrein Fyra op te lossen. Meerstadt zat naast zijn collega van NMBS, Marc Descheemaecker, in de grote vergaderzaal van de Belgische Senaat voor een hoorzitting met Belgische en Nederlandse Kamerleden.

De twee keken elkaar nauwelijks aan, ze knikten ook niet mee als de ander iets zei over hun gezamenlijke project: de snelle trein tussen Nederland en België.

En helemaal aan het eind van de zitting kwam Hugo Thomassen, manager capaciteitsverdeling bij spoorbeheerder ProRail, met een onthulling. Want waarom lukt het nog steeds niet om tijdelijk een intercity te laten rijden tussen Brussel en Amsterdam? Dat zou de reizigers helpen die hun oude verbinding, de Beneluxtrein, kwijtraakten in ruil voor een dure trein die zoveel problemen veroorzaakte dat hij van het spoor werd gehaald.

Thomassen zei: ProRail en de Belgische spoorbeheerder Infrabel komen er samen wel uit. De zogenoemde ‘treinpaden’ kunnen worden vrijgemaakt. „Maar de NS en NMBS moeten het nog met elkaar afstemmen.” Net als bij de Beneluxtrein zou de NMBS de locomotieven van zo’n intercity moeten leveren en NS de treinstellen. Maar tot nu toe kon daar nog geen afspraak over worden gemaakt. Hoe goed was die goede samenwerking dan precies?

De topmannen beloofden dat ze eind volgende week met een nieuw plan komen voor een oplossing. Daarna was het debat voorbij. „Ik heb er alleen maar nieuwe vragen bij gekregen”, zei Kamerlid Betty de Boer (VVD) na afloop. „Er zijn kennelijk grote verschillen tussen NS en NMBS. Ik ga nu maar meteen schriftelijke vragen stellen aan de staatssecretaris.”

Het gebeurde niet eerder dat Kamercommissies uit België en Nederland, en het ‘Beneluxparlement’ dat alleen adviseert, samen vergaderden over problemen die beide landen aangaan. De politici konden met de hoorzitting niets afdwingen bij de spoorwegen. Er waren ook geen ministers of staatssecretarissen bij.

Er waren wel veel cameraploegen en de ene parlementariër zette de mislukking van de Fyra nog steviger aan dan de andere. „Het is een miskleun dat er nog geen goed alternatief is”, zei De Boer. PVV’er Machiel de Graaf begon over de Italiaanse Fyra-fabrikant, AnsaldoBreda, en noemde de eerste raket naar de maan. „Daar haalde de NASA toch ook geen bedrijven bij uit Albanië of Noord-Korea? Waarom hebben wij onszelf wel in zo’n parket gebracht?” Sander de Rouwe (CDA) noemde de Fyra „een glanzende appel die van binnen rot blijkt” en volgens Stefaan Vanhecke van het Vlaamse Groen werden „nieuwe poorten opgetrokken aan de grens” omdat er geen gewone treinverbinding meer was – alleen nog maar de Thalys.

De parlementariërs hadden veel vragen: over de aanbesteding, de keuze voor de Italianen, de vertraagde levering, de rol van de overheid. En allemaal drongen ze bij de topmannen aan snel iets te bedenken voor de reizigers.

NS-topman Meerstadt legde niet uit hoe het kwam dat de AnsaldoBreda precies op het juiste moment, toen de spoorwegen snellere treinen nodig bleken te hebben, aanbood treinen te leveren die 250 kilometer per uur konden rijden. Eerder in de aanbestedingwas uitgegaan van 220 kilometer. Kregen de concurrenten dezelfde kansen? Meerstadt zei alleen dat de aanbesteding „volgens de Europese regels” was gegegaan. Het was volgens hem ook niet zo dat NS goedkope treinen wilde omdat al zoveel was betaald voor de exploitatie van de lijnen.

Meerstadt had een rustige, vriendelijke toon, hij bood excuus aan en noemde de reizigers vaak – maar hij praatte alleen tegen de Nederlandse Kamerleden en keek niet naar de Belgen. Descheemaecker, die door de politiek is benoemd als NMBS-topman, was feller. „Ik vond hem denigrerend en cynisch”, zei GroenLinks-Kamerlid Liesbeth van Tongeren later.

Veel vaker dan Meerstadt had Descheemaecker het over de opbrengsten van de treinverbindingen en hij vond dat zijn bedrijf het goed had aangepakt door maar drie treinstellen te kopen. Hij had de levering daarvan ook al twee keer geweigerd, omdat „sommige nuances” niet in orde waren. De politici wilden weten waarover het precies ging, maar Descheemaecker gaf geen antwoord.

Volgens Arriën Kuyt van reizigersorganisatie Rover, ook in de zaal, is NMBS een „ouderwets staatsbedrijf” en hij denkt dat Descheemaecker door zijn politieke benoeming „heel andere belangen in het oog houdt dan die van reizigers”. Maar al werden de meeste vragen niet beantwoord en moest Kuyt vanuit Brussel vier keer overstappen om thuis te komen in Amersfoort, hij was toch tevreden over de zitting. „Iedereen nam het op voor de reizigers.”