Niet uit het hart

In 1995 bracht koningin Beatrix een staatsbezoek aan Indonesië. Het was een succes – én een gemiste kans. Op 17 augustus dat jaar was het vijftig jaar geleden dat Soekarno en Hatta de onafhankelijkheid uitriepen, en dat werd groots gevierd. Veel Indonesiërs die hun vrijheid hadden bevochten op de Nederlanders, hoopten op Beatrix’ aanwezigheid bij hun viering. Maar Den Haag wilde dat niet. Beatrix’ moeder Juliana had hun pas in 1949 soevereiniteit verleend. En de Nederlandse soldaten hadden in 1946-’49 toch niet voor niets gevochten? Beatrix, Claus en Willem-Alexander arriveerden daarom pas op 21 augustus. Wel kregen ze nog iets mee van de feestsfeer in het versierde Jakarta.

In haar tafelrede in het staatspaleis erkende Beatrix dat Indonesië zijn vrijheid liet beginnen in 1945 en daarom 17 augustus als nationale feestdag vierde. President Soeharto knikte. Dat deed hij weer toen Beatrix sprak over „het menselijk leed als gevolg van het langdurige scheidingsproces van beide landen”. En hij klapte toen de koningin de relatie tussen beide landen omschreef in het Indonesisch: ‘jauh di mata, dekat di hati’ (uit het oog, maar niet uit het hart).

Ook de voorzitter van het Nationale Herdenkingscomité was tevreden. De koningin had volgens hem terecht erkend dat Nederland „lange tijd weinig aandacht had geschonken aan het verlangen naar onafhankelijkheid”.

Wat in 1995 nog niet mogelijk was, kon tien jaar later wel. Toen woonde minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot, als vertegenwoordiger van de Nederlandse regering, de 17 augustus-feesten bij in Jakarta.

Dirk Vlasblom