Meer ervaring dan de meeste premiers

In de bijna 33 jaar dat Beatrix deel uitmaakte van de regering, maakte zij vijf premiers mee. Voor de een was zij een klankbord, voor de ander een steunpilaar. Met name Ruud Lubbers gunde haar de ruimte waaraan zij behoefte had.

Ze werd staatshoofd toen CDA en VVD samen regeerden en met 77 zetels konden rekenen op een krappe meerderheid in de Tweede Kamer. En dat eigenlijk niet eens, want acht leden van het CDA ‘gedoogden’ slechts dat kabinet van premier Van Agt en vicepremier Wiegel.

Dat was in 1980. En nu, anno 2013, is de VVD ook weer aan de macht, zij het ditmaal als grootste partij en in een coalitie met de PvdA. Die heeft wel een meerderheid in de Tweede Kamer, maar niet in de Eerste Kamer. Gedoogsteun is ook voor het tweede kabinet-Rutte van belang.

Zo is er in de bijna 33 jaar waarin Beatrix deel uitmaakt van de regering veel veranderd en veel ook niet. Rutte II is wel het eerste kabinet dat werd geformeerd zonder dat het staatshoofd er een rol bij speelde. Afgezien van de beëdiging werd Beatrix niets gevraagd.

Toch was en is Beatrix door haar anciënniteit de meest ervaren regeerder van de meeste kabinetten waarmee ze te maken had. Ze maakte vijf verschillende premiers mee, Van Agt, Lubbers, Kok, Balkenende en Rutte, van drie verschillende partijen: CDA, PvdA en VVD. Samen leidden deze premiers veertien kabinetten, die nogal eens in demissionaire staat verkeerden.

Doordat ze haar ervaring koppelde aan haar weerzin om het koningschap slechts uit ceremoniële handelingen te laten bestaan, was Beatrix al die tijd, en is zij nog steeds, een goed geïnformeerde vorstin. Dat geeft haar, overeenkomstig haar grondwettelijke positie, geen zichtbare macht, maar wel invloed, zij het van het onmeetbare soort.

Premiers praatten en praten haar wekelijks bij, op maandagmiddag van twee tot vier uur. Afzonderlijke ministers die bij haar op de thee – of iets anders – komen, doen er goed aan hun dossiers grondig te kennen – de majesteit kent ze ook. Een bewindspersoon moet er bovendien rekening mee houden dat het staatshoofd niet snel gelooft dat ze ongelijk kan hebben.

En natuurlijk heeft ze haar voorkeuren, al stijgen die boven partijpolitieke preoccupaties uit. Zo is Beatrix uitgesproken pro-Europa en heeft ze daardoor opvattingen die in het huidige politieke tijdsgewricht niet per se gemeengoed zijn. Van haar Europese gezindheid en de waarde die ze hecht aan gemeenschappelijkheid en burgerzin, gaf ze al als 23-jarige blijk, toen de net in Leiden afgestudeerde prinses (rechten) Europese jongeren toesprak aan de Universiteit van Toulouse.

Kunst van het balanceren

Het bleek ook toen ze als eerste staatshoofd in 2004 in Straatsburg in het Europees Parlement optrad, kort nadat de Europese Unie tot 25 lidstaten was uitgebreid. Al in 1996 had ze een pleidooi gehouden voor uitbreiding van de EU met landen uit Midden- en Oost-Europa. Dat was nadat ze de Internationale Karelsprijs van de Duitse stad Aken had ontvangen voor haar inzet voor de Europese eenwording. Terwijl de Unie op het punt stond om te beslissen of zij toetredingsonderhandelingen met Turkije zou beginnen, een omstreden idee, pleitte het Nederlandse staatshoofd in Straatsburg met gedistingeerde passie voor uitbreiding. „De Unie heeft op haar grondgebied de oorlog uitgebannen, macht ondergeschikt gemaakt aan recht en de deelnemende landen een ongekende welvaart gebracht.”

In haar laatste kersttoespraak (2012) keerde ze zich tegen de anti-Europastemming die hier en daar heerst: „Bevrijding uit die negatieve instelling begint met het besef dat Europa niet een vreemde mogendheid is maar onze eigen gemeenschap in dit werelddeel. Europa, dat zijn wij zelf.” De koningin van Nederland is een echte Europeaan.

Het was de wens van Beatrix om in de constitutionele monarchie die Nederland is, meer te zijn dan een vorstin die naar het volk wuift of champagneflessen naar schepen werpt. Gevoegd bij de noodzaak in de pas te lopen met het door politici vastgestelde regeringsbeleid, vergde dit van Beatrix dat zij de kunst van het balanceren beheerste. Zij is weliswaar onschendbaar, maar niet onkwetsbaar. Ze wordt daarom omringd door adviseurs die altijd wel een goudschaaltje bij zich hebben waarop ze haar woorden kan wegen.

In haar inauguratierede in 1980 toonde ze zich bewust van de beperkingen die het ambt haar zou opleggen. „Ik ken mijn opdracht: te handelen buiten eigen voorkeur en te staan boven partij- en groepsbelangen. Die opdracht wil ik vervullen naar plicht en geweten, vanuit het vaste geloof dat God mijn leven leidt.”

Met name de CDA’er Ruud Lubbers gunde als premier (1982-1994) haar de ruimte waaraan ze behoefte had – en die ze bijvoorbeeld gebruikte in haar jaarlijkse kerstredes. „Zij is immers meer dan de tolk van haar ministers”, vond Lubbers.

In de loop van haar regeerperiode is de monarchie een minder vanzelfsprekende zaak geworden dan jaren in Nederland het geval was. In de jaren zeventig en tachtig was er voornamelijk de PSP, in 1990 opgegaan in GroenLinks, die principieel republikeins was, maar het in het parlement nooit verder schopte dan een paar zetels. Van de huidige partijen vindt de SP dat het staatshoofd gekozen hoort te worden, maar een groot punt maakt deze partij daar niet van.

Wel groeit de twijfel over de deelname van de koningin aan de regering. De PVV bijvoorbeeld is daar ronduit tegen, maar ook partijen als D66 en GroenLinks menen dat de vorstin zich hooguit met ceremoniële plichtplegingen zou moeten inlaten.

Niettemin bevestigde de zittende premier, VVD’er Mark Rutte, in 2010 nog de waarde die de constitutionele monarchie volgens hem vertegenwoordigt, en er is in de Tweede Kamer geen meerderheid die hem tegenspreekt. Rutte volgde de lijn die PvdA’er Wim Kok als premier (1994-2002) ook aanhield. De sociaal-democraat zag de meerwaarde in van het koningschap zoals Beatrix dat vervult, mede dankzij het kopje thee dat hij wekelijks met haar dronk.

Enorm netwerk

In het boek Beatrix, de kroon op de republiek (2005) van historicus en ex-Kamerlid Coos Huijssen zei Kok: „Bij de invulling van zijn verantwoordelijkheid kan de premier enorme baat hebben om onbevangen van gedachten te kunnen wisselen met een vrouw die haar taak ziet zoals zij. Behalve dat ze zich altijd bijzonder geïnteresseerd toont en blijk geeft van scherp inzicht, weet ze goed wat er in Nederland speelt en ook internationaal is ze uitstekend op de hoogte. Daarnaast beschikt ze over een enorm netwerk.”

Voor Kok was Beatrix een klankbord, voor Lubbers iemand die veel begrip had voor zijn problemen en een steunpilaar kon zijn. Dries van Agt herinnerde zich haar sterke geheugen – gevoed door de aantekeningen die ze altijd tijdens de gesprekken maakte. Wat soms lastig was voor de gesprekspartner die dat zelf had nagelaten.

Vooral ten tijde van het premierschap van CDA’er Jan Peter Balkenende (2003-2010) was het Koninklijk Huis vaker dan in de vorige eeuw onderwerp van publieke en politieke discussie. Veroorzaakt door diverse affaires, waarbij Beatrix persoonlijk overigens zelden direct betrokken was.

Dat leidde tot meer openheid over de rijksuitgaven ten behoeve van het Koninklijk Huis en veroorzaakte, bijvoorbeeld, dat kroonprins Willem-Alexander zijn vakantievilla in Mozambique verkocht.

Behalve sparringpartner van de minister-president was de koningin qualitate qua de moeder des vaderlands. Die haar gezicht liet zien en haar medeleven kwam betuigen bij rampen, zoals de vuurwerkbrand in Enschede, de vliegtuigcrash in de Bijlmer, de cafébrand in Volendam en bij de overstromingen van de grote rivieren.

Van het effect en de noodzaak van haar publieke optredens was Beatrix zich al jong bewust. Ze was pas 13 jaar oud toen ze zei: „Koningin zijn is moeder van je land. Iedereen ziet naar een koningin op zoals een kind naar zijn moeder. Ze moet het goede voorbeeld geven. Dat is een vreselijke verantwoordelijkheid.” Dat het koningschap voor haar meer voortkwam uit plichtsbesef dan dat het de vervulling van een ideaal was, bleek ook uit de woorden die ze sprak toen ze vijftig jaar werd: „Ik heb het aanvaard als een opdracht in mijn leven.”

Daarvan kweet ze zich op een andere manier dan haar moeder, Juliana. Die was zo ‘gewoon’, luidde de mythe, terwijl Beatrix zich ervan bewust was hoe óngewoon een koningin juist is. De waardigheid van haar ambt maakt volgens haar daarom dat zij met ‘majesteit’ moet worden aangesproken.

De laatste jaren zijn voor Beatrix zwaar geweest, zeker nadat ze door de dood van prins Claus in 2002 op 64-jarige leeftijd weduwe werd. Daarmee verdween háár klankbord uit het leven. Twee jaar later stierven haar ouders. Na een aanslag op Koninginnedag 2009, met acht doden tot gevolg, verscheen ze met een diepe zucht op tv. Het skiongeluk in 2012 van haar zoon prins Friso was een volgend drama in haar privéleven.

Beatrix werd op 42-jarige leeftijd koningin en legt straks het ambt als 75-jarige neer. Het scheelt niet zoveel met haar moeder, Juliana, die 39 jaar was toen ze tot koningin werd gekroond en 71 toen ze abdiceerde. Het is tijd voor de 45-jarige Willem-Alexander.

Beatrix, moeder van drie kinderen en grootmoeder van acht kleinkinderen, mag gaan genieten van de luwte.

    • John Kroon