Klassieke blaasmuziek ontmoet felle flamenco

Carmen Linares zingt vol passie Spaanse poëzie en flamenco. Daartussen speelt het Nederlandse Blazers Ensemble ingetogen composities.

MADRID, SPAIN - JUNE 10: Spanish flamenco singer Carmen Linares performs during her recital as part of the Suma Flamenca Festival at Canal Theatre on June 10, 2012 in Madrid, Spain. (Photo by Quim Llenas/Getty Images) Getty Images

Zelden is een ster zo – hoe moet je het zeggen – gewoontjes. Carmen Linares (61) is een vriendelijke, bijna verlegen dame in de foyer van het Amsterdamse Podium Mozaïek waar ze repeteert met het Nederlands Blazers Ensemble (NBE). Je zou haar zonder enige moeite achter de toonbank van een dorpswinkel in een dorp in Andalusië kunnen voorstellen.

Grote vergissing. Nauwelijks is een van de grootste Spaanse flamencozangeressen van de afgelopen decennia aan haar eerste nummer begonnen, of de rillingen lopen je over de rug. Granaína zingt ze, met de permanente snik in de stem die hoort bij flamenco-zang. Of in kennersjargon: cante jondo.

„Het komt in je op, je voelt het”, zegt Linares over haar ongemeen dramatische en ongepolijste zang. „Het is traditie, heeft zijn wortels in de dorpen van Andalusië. Ik zoek niet bewust een effect”.

Granaïna is een tekst van de Spaanse dichter Federico García Lorca (1898-1936). Lorca werd aan het begin van de burgeroorlog vermoord, maar was in de jaren twintig en dertig eigenlijk de eerste intellectueel die serieus schreef over de traditionele cante jondo in Andalusië, en het ermee verbonden tragische gevoel, dat duende wordt genoemd.

Linares, een bekende ster in Spanje sinds begin jaren zeventig, zingt sinds een aantal jaren steeds vaker teksten van dichters: Lorca, Juan Ramon Jiménez (1881-1958), Jorge Luis Borges (1899-1986), José Ángel Valente (1929-2000) en José Luis Ortiz Nuevo (1948). De muziek is speciaal voor haar geschreven. En voor de voorstelling Historias de viento (Verhalen van de wind) zelfs herschreven, met orkestratie voor het Nederlands Blazers Ensemble.

De voorstelling behelst, behalve de gedichten en een aantal traditionele flamenconummers, ook oorspronkelijk voor piano geschreven werk van de Catalaanse componist Federico Mompou (1893-1987). „Als tegenwicht tegen de opwinding waarmee Lorca zijn ziel uitschreeuwt”, zegt Bart Schneemann, artistiek leider (en hoboïst) van het NBE. Mompou’s sierlijke stukken zijn veelal miniaturen, zo kort dat het publiek aan het eind aarzelt met klappen, omdat het niet zeker weet of ze al voorbij zijn.

Voor het NBE ligt dit avontuur geheel in lijn met het streven om het meer gebruikelijke repertoire voor klassiek blaasorkest te verbinden met muzikaal jargon uit andere streken. Iran, Griekenland, zigeunermuziek – het is moeilijk nog een muzikale bron te noemen die het NBE voor dit streven nog niet heeft aangeboord, zowel tijdens de traditionele Nieuwjaarsconcerten als daarbuiten. Die mondiale oriëntatie, meent Schneemann, past ook wonderwel bij Podium Mozaïek, sinds enkele maanden de vaste repetitieruimte voor het NBE. Die ligt in Amsterdam Oud-West, een bij uitstek multicultureel deel van Amsterdam.

Het NBE probeert hier ander publiek dan notoire concertgangers te bereiken. De zaal zit vol bij deze try out.

Carmen Linares vertelt dat het voor haar de eerste keer is dat zij met een klassiek ensemble optreedt. Ook haar vaste begeleiders, gitarist Salvador Guttierrez en percussionist Antonio Coronel, zijn van de partij. Maar omdat ze in haar werk natuurlijk toch al enige tijd de traditionele cante jondo deels verruild heeft voor op muziek gezette gedichten, is het werk met het NBE voor haar niet echt iets radicaal nieuws. Van een partituur werken is anders dan volksmuziek, meent ze. Zo is er minder ruimte voor improvisatie.

Haar carrière omspant een tijdperk waarin de cante jondo zich heeft ontwikkelt van een folkloristisch verschijnsel tot een muziekgenre dat allerlei zijtakken en variaties kent – dit concert is daarvan een voorbeeld. In Spanje zijn er flamenco-puristen die zich daaraan ergeren. Linares geeft ze ongelijk: „Het leven verandert. Flamenco is een levende kunst die dus ook verandert. Die vrijer wordt”.

Historias del Viente, Flamenco-Biënnale, T/m 2/2 tournee (o.a. Den Haag, Tilburg en A’dam). Inlichtingen www.nbe.nl en flamencobiennale.nl