IJsland wint zaak om Icesave

De IJslandse overheid hoeft niet garant te staan voor Nederlandse spaarders die ooit geld hadden ondergebracht bij Icesave, de IJslandse internetbank die in 2008 failliet ging. Dat heeft een Europese arbitragehof gisteren herbevestigd in een bindende uitspraak in een jarenlang lopend conflict tussen de Nederlandse regering en IJsland.

Na het faillissement van Icesave was de Nederlandse Staat voor ruim 1,3 miljard euro bijgesprongen. Daarmee konden de IJslanders Nederlandse spaarders compenseren. Zij vielen in principe niet onder het IJslandse depositogarantiestelsel, dat spaargeld garandeert tot een bepaalde hoogte. Dat gold alleen voor spaarders uit IJsland.

De Nederlandse Staat zou de 1,3 miljard uit de failliete boedel van Icesave terugkrijgen. Mocht dat niet lukken dan zou de IJslandse staat in de ogen van Den Haag garant moeten staan, conform de regels van de Europese vrijhandelsorganisatie, EFTA. Nederland en IJsland zijn daar beide bij aangesloten.

De IJslandse regering weigerde van begin af aan garant te staan voor de 1,3 miljard en vond dat ze daartoe ook geen enkele verplichting had onder de EFTA-regels. IJslandse belastingbetalers, was haar redenering, mochten niet opdraaien voor Nederlanders spaarders die in ruil voor een hogere rente ervoor hadden gekozen om meer risico te lopen dan bij Nederlandse banken. Het speciale arbitragehof van de EFTA stelde IJsland gisteren in het gelijk.

De gevolgen voor Nederlandse spaarders zijn overigens nihil. De IJslandse regering heeft gezegd dat Icesave het geld keurig zal terugbetalen. Uit de verkoop van de inboedel, die nog bezig is, komt meer dan genoeg geld vrij om het volledige voorgeschoten bedrag terug te betalen. Ook de Nederlandse regering verwacht dit inmiddels. Een groot gedeelte is reeds terugbetaald.

Een woordvoerder van het ministerie van Financiën liet gisteren in een reactie weten dat Nederland de uitspraak „betreurt” en dat het de eventuele gevolgen voor spaarders „bestudeert”.