Heeft Dijsselbloem een plan B voor SNS?

Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem wacht af. Bank en verzekeraar SNS Reaal redden? Kan ik niks over zeggen. Ja, gaat u allen rustig slapen.

SNS Reaal repte gisteren op omineuze toon van „oplopende toekomstige verliezen” bij de vastgoeddivisie, de molensteen. Een particuliere kapitaalinjectie is eerste keus van SNS én Dijsselbloem. Elke euro privaat kapitaal scheelt hem geld.

Maar wat is zijn plan B als een private redding mislukt? Eind 2011 wees zijn voorganger Jan Kees de Jager SNS Reaal aan als systeemrelevante bank. De bank is Nederlands nummer vier; 32,5 miljard euro spaargeld. Een bankroet zou het vertrouwen in banken onderuit halen, het betalings- en effectenverkeer ontwrichten en in Europa tot verbijstering leiden. Hoe moet Dijsselbloem verder als voorzitter van de Europese ministers van Financiën als in zijn thuisland een systeembank desintegreert?

Vorige week donderdag sprak hij ferme taal in de Tweede Kamer dat beleggers in obligaties ook moeten betalen om een bank te redden. Over SNS Reaal wilde hij niets zeggen, sterker: hij deed alsof de Kamerleden hem in een lastig parket brachten door de kwakkelbank aan de orde te stellen.

Zij hadden hem juist indringender moeten ondervragen. Hier staan miljarden overheidssteun op het spel. Kennelijk denkt de minister dat hij in het openbaar geen vragen van Kamerleden hoeft te beantwoorden als hij hen eerder vertrouwelijk heeft bijgepraat. Maar ’s avonds zei hij bij Pauw & Witteman dat zijn ferme taal niet op SNS Reaal sloeg, maar op een toekomstige Europese bankenunie. Hij voert geen regie, maar zaait verwarring.

Zijn ferme taal kreeg alom steun van opinieleiders op Twitter en op papier. Het hoofdredactioneel commentaar in het FD: bij een reddingsactie doet Dijsselbloem „er goed aan de obligatiehouders de pijn te laten voelen van hun verkeerde belegging”.

Beleggers in reguliere bankobligaties ‘pakken’ is een zinloos theoretisch concept. Het uiteindelijke doel is sympathiek. Geldschieters van banken moeten weten dat er hogere risico’s aan een bank kleven, dat de overheid niet automatisch tekorten bij past en dat beleggers hun rendementseis daarop afstemmen. Maar dat idee is alleen toepasbaar op beleggers die ook echt invloed kunnen uitoefenen op de directie van een bank, namelijk (grote) aandeelhouders. Wie ook andere geldschieters een rol wil geven. zoals beleggers in achtergestelde obligaties, moet hen ten minste de gelegenheid geven om invloed uit te oefenen.

Anders dreigt in dit geval hetzelfde beeld van omvallende dominostenen als bij de ‘redding’ van Griekenland. Toen de regeringsleiders zeiden dat ook banken een bijdrage moesten leveren, ontstond meteen paniek over zwakke Zuid-Europese banken én hun nationale overheden. De dynamiek van financiële markten zal vergelijkbare gevolgen hebben als obligatiebeleggers bij SNS Reaal geforceerd moeten bloeden. De Deense regering heeft zoiets bij een reddingsactie al eens gedaan. Deense banken waren meteen een paria op de markt.

Als Nederland obligatiebeleggers pijnigt heeft dat gezien onze eersteklas financiële reputatie meer uitstraling dan de Deense aanpak. Bankobligaties in heel Europa raken dan besmet. Gevolg: aarzelend economisch herstel wordt afgeknepen omdat banken kredieten reduceren en hun rentetarieven opschroeven. Dappere Dijsselbloem wordt met pek en veren Brussel uitgezet.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.