Geschiedeniscanon voor even te zien in Utrecht

Twee meisjes proberen zo zielig mogelijk te kijken terwijl ze een draaiorgel op een blauwe rollator tussen de stands van de jaarbeurs Utrecht door manoeuvreren. Ze dragen lange, grijze jurken en zwarte gebreide sjaals. Vandaag zijn ze even geen scholieren van een Jenaplanschool in Utrecht, maar leven ze ergens in het begin van de negentiende eeuw. Ze moeten geld verdienen voor hun familie.

Op de Nederlandse Onderwijstentoonstelling (NOT) lieten het Amsterdamse Rijksmuseum en het Arnhemse Openluchtmuseum vorige week alvast zien wat schoolklassen kunnen verwachten van de zogeheten vensters van de geschiedeniscanon. Als erfenis van het mislukken van het Nationaal Historisch Museum (NHM), krijgt het Openluchtmuseum jaarlijks twee miljoen euro om samen met het Rijks toch nog iets te maken van de oorspronkelijke plannen.

Het Openluchtmuseum presenteert daarom vanaf 2015 een overzicht van de complete canon. Dat worden vijftig vensters, van hunnebedden tot ‘Nederland en Europa’. In maart zijn de eerste twee voor schoolklassen te zien. Onderwerpen als de Gouden Eeuw, die goed bij de collectie van het Rijksmuseum passen, worden in Amsterdam uitvoeriger behandeld. Daar kunnen kinderen in de boekenkist van Hugo de Groot kruipen of de kou ervaren van het Behouden Huys op Nova Zembla. „Er valt van alles te beleven en vooral te toen”, voorspelt directeur Wim Pijbes.

Het Openluchtmuseum heeft de meisjes met rollator opgetrommeld. Met hun schoolklas beelden ze het venster ‘dossier kinderarbeid’ uit. Tegen het decor van een textielfabriek zitten twee jongens in ouderwetse kleding jutezakken te naaien. Twee anderen poetsen de schoenen van beursbezoekers.

De scholieren van de Jenaplanschool vinden het prima. Sterker: ze zouden best willen best ruilen met hun leeftijdgenootjes van tweehonderd jaar geleden. „Schoenenpoetsen is veel leuker dan school!” roept een van de jongens. Ja hoor, hij zou dit elke dag wel willen doen. „Behalve als de kinderarbeid buiten de lesuren valt, doe in dat geval maar gewoon school.”