Gaan we haar missen? Ik vrees van wel

Waar was je toen je het nieuws over de koningin hoorde?

In mijn geval moet het antwoord aan het banale grenzen. Ik zat op een meter afstand van mijn dochter, die juist in haar keuken erwtensoep stond te koken. Het aroma van de soep en het kersverse nieuws over de koningin op mijn laptop vormden een opvallende combinatie, die mijn Nederlanderschap op ongewone wijze bevestigde. Kon het Hollandser?

„Wat is er?”, vroeg mijn dochter, die mij zag verstrakken terwijl ik de tekst op mijn laptop las.„De koningin treedt af, ik moet naar huis”, zei ik met een vreemde knik in mijn stem.

„Dus je laat me met die erwtensoep zitten?” Het klonk alsof er een doodvonnis over haar maaltijd werd uitgesproken.

„Ik kan niet anders, dit is het laatste wat ik voor de koningin kan doen.”

Mijn eigen dochter teleurstellen – een dag eerder zou ik niet hebben gedacht dat ik dit offer ooit voor het koningshuis wilde brengen.

En wég was ik. In de trein naar huis werd ik net zo sentimenteel als al die Nederlanders die ik later op de tv zag. Ik had nog best een paar jaar met Beatrix als koningin willen doorleven. De wegen van onze gevoelens zijn nu eenmaal ondoorgrondelijk. Wat hebben we vroeger niet op haar afgegeven! Soms leek het wel of ze geen goed kon doen.

We vonden dat ze bekakt praatte, dat ze te manifest haar meningen ventileerde en dat ze haar frivole vader de hand boven het hoofd hield. Onze cabaretiers vonden het leuk om haar accent te imiteren. Was ze bovendien niet veel afstandelijker dan haar moeder ooit geweest was? Had ze het soms te hoog in haar koninklijke bol? Nee, Claus, die man van haar, die was pas aardig.

Als ze al eens uit de band sprong, zoals die keer toen ze zich in de Jordaan liet zoenen op Koninginnedag door een jongeman uit het publiek, twijfelden we aan haar spontaniteit. Was het tafereel niet door de RVD in scène gezet om ons te vertederen?

Voor haar brille en haar scherpzinnige geest hadden we weinig oog; die namen we voor kennisgeving aan. Pas toen de ene na de andere tragedie haar in haar persoonlijke leven trof en ze desondanks onverdroten doorging met het doorknippen van onze linten, begonnen we haar steeds meer te waarderen. ‘Bea’ was alsnog een tof mens geworden.

Nu ze weggaat, noemen we haar een icoon. Volgens Geert Wilders is ze zelfs „een groot voorbeeld voor velen”. Onlangs vroeg hij zich nog af wat ze in een moskee in Abu Dhabi te zoeken had, maar misschien mag ze voortaan van hem een hoofddoekje dragen – het kan geen kwaad meer.

Waarom zou ze precies aftreden? Zouden er nog motieven zijn die ze achter de haag van haar tanden hield omdat ze het afscheid leuk wil houden? Reken maar. De historici zullen daar nog een hele kluif aan krijgen; nu al staat vast dat ze erover van mening zullen verschillen: zoals zo vaak als het om het koningshuis gaat, zullen de speculaties lange tijd sterker zijn dan de bewijzen.

Gaan we haar missen? Ik vrees van wel. Samen met haar man was Beatrix jarenlang het ongeschreven geweten van Nederland – niemand wist wat het precies inhield, maar we beseften dat zij een morele standaard vertegenwoordigden waar we altijd op konden rekenen. Het waren intelligente mensen met veel onderscheidingsvermogen en groot verantwoordelijkheidsgevoel.

Dat hadden we – en we weten nog niet wat we ervoor terugkrijgen. Een vriendelijke koning en een hartelijke koningin, dat is zeker. Maar zal dat ook voldoende zijn?

Frits Abrahams