Filmpje ‘Eindhoven’ schendt privacy niet

GeenStijl speelde voor eigen rechter met het filmpje over de mishandeling in Eindhoven, maar is de privacy geschonden? Geenszins, meent Rik Smits.

De redeloze storm van geweld die begin januari over een onschuldige jongeman in Eindhoven heenging toen hij een opmerking maakte tegen lieden die een fiets molesteerden, kreeg de afgelopen dagen een even heftig vervolg in de media. Justitie maakte na een maand van vruchteloze opsporingen via het regionale programma Bureau Brabant de cameraregistratie van de beestachtige mishandeling openbaar. Dit had succes. Twee van de acht daders meldden zich en een aantal anderen werd geïdentificeerd door kennissen. Zij gaven de namen door aan de politie.

So far, so good – maar vervolgens bleek dat de sociale media vooral de media van asocialen zijn. Neem GeenStijl. Dat publiceerde niet alleen een foto van een groepje jongens die volgens het medium de daders zouden zijn, maar was blijkbaar ook gebeld door ‘reaguurders’ die daders herkend hadden en presteerde het om die namen te publiceren.

Kromtrekkend van stijlloze geilheid zag deze club over het hoofd – of men had er domweg geen boodschap aan – dat bijna elke combinatie van voor- en achternaam wel gedragen wordt door meer dan één iemand in Nederland. En wat gebeurde er? De grommende achterban van GeenStijl zette onmiddellijk de kaken in het toegeworpen bot en liet ten minste één nietsvermoedende Nederlander kennismaken met waartoe opgehitst gepeupel in staat is als het echt kwaad wil.

Vanaf dat moment was het hek van de dam. De commotie zelf was nieuws geworden, de NOS deed hiervan verslag en verspreidde al doende zowel de foto als tenminste één naam verder, enzovoort.

Dat was schrikken. Onmiddellijk ontspon zich een – nogal verwarde – discussie, met als kernvraag of justitie de camerabeelden van de mishandeling wel had mogen uitzenden. Was dit geen aanzetten tot een volksgericht? Werd hier niet de privacy van verdachten geschonden?

Wat dit laatste betreft, treft justitie in geen geval blaam. Wat er die nacht voor het oog van de camera gebeurde, geschiedde moedwillig en in het openbaar.

Er is geen enkel redelijk beroep mogelijk op welke vorm van vertrouwelijkheid dan ook – zoals er wel zou kunnen zijn als iemand overvallen wordt door een psychose , of een aanval van epilepsie.

Er is ook geen redelijk belang bij vertrouwelijkheid, behalve dan het belang van de daders om zich te onttrekken aan opsporing en bestraffing. Hierop zal ook de ergste advocaat van kwade zaken geen privacyargument durven baseren. Bovendien is justitie pas overgegaan tot publicatie nadat alle andere wegen waren doodgelopen en, naar we moeten aannemen, na zich ervan vergewist te hebben dat de beelden niet gemanipuleerd waren.

Ook waren er in het filmpje geen verdachten te zien. Wat we zagen, waren daders, mensen die druk doende waren een misdrijf te begaan, precies wat iedereen die ter plekke over straat liep ook zou hebben gezien. Verdachten bestaan niet in de ogen van getuigen, waaronder ook de camera. Die zien alleen daders.

Een verdachte is iemand die de politie op heterdaad aanhoudt, of later op basis van bewijzen of op aanwijzing van anderen, en van wie we als maatschappij vermoeden, maar nog niet hebben vastgesteld, dat hij of zij dezelfde is als de dader van een misdrijf. Die vaststelling geschiedt namens ons door de rechter. Pas als die uitspraak doet, wordt een verdachte erkend als dader – of als onschuldig burger, natuurlijk.

Dat ligt heel anders bij de groepsfoto die GeenStijl publiceerde en de namen die genoemd werden. Op de foto stond een groepje jongens van wie GeenStijl beweerde dat het dezelfden waren als de daders in het filmpje. Dat zijn dus wel degelijk verdachten, mensen van wie moet worden vastgesteld of ze dezelfden zijn als de daders.

Maar die vaststelling komt GeenStijl niet toe. Dat is de uitsluitende taak van de rechter. Door de geportretteerden – ook al leken ze nog zo precies – eigenmachtig als daders te bestempelen, net als mensen met een bepaalde naam, speelde GeenStijl onbekommerd voor eigen rechter. De misselijkmakende gevolgen moeten toch ook de grootste domoor duidelijk hebben gemaakt waarom dat, zelfs bij de beste bedoelingen (quod non, lijkt me in dit geval), uit den boze is en zelfs levensgevaarlijk. Hiervoor zou GeenStijl dan ook justitieel aangepakt horen te worden.

Er is wel geopperd dat het tonen van het filmpje toch een privacyschending inhoudt, omdat daarmee de daders voor altijd als zodanig herkenbaar zijn. Het is juist dat wat voor zo’n dader onprettig is, maar hoe zijn privacy wordt geschonden, valt niet in te zien.

Het filmpje dat ontstond als direct gevolg van zijn wandaad is niet wezenlijk anders dan het kind dat de consequentie is van een andere, wellicht achteraf ook betreurde daad. Zo is het leven, er zijn nu eenmaal sporen die je nalaat in de maatschappij. Je kunt proberen ze te verstoppen, zoals vroeger ongewenste kinderen wel verstopt werden, maar je kunt geen aanspraak maken op geheimhouding door anderen.

Dat is uitdrukkelijk niet hetzelfde als het vaak gehoorde antiprivacyargument ‘als je niets te verbergen hebt, heb je niets te vrezen’. Dit argument dient immers om goed te praten dat iemand of een instantie jouw privésfeer komt binnendringen. Daarvan is hier zoals gezegd geen sprake. Als in dit geval iemand andermans privéleven binnendrong, waren dat uitsluitend de daders.

Rik Smits is publicist.