Ferschtman speelt uit het archief

Klassiek

Nederlandse Kamermuziek. Liza Ferschtman (viool), Quirine Viersen (cello) & Hannes Minnaar (piano). Gehoord: Concertgebouw, 27/1. Te zien: concertgebouw.nl/live

Het 125-jarige Concertgebouw stond in de eerste maand van dit jubileumjaar stil bij de beginperiode, eind negentiende eeuw. Het prille Amsterdamse kamermuziekleven nam destijds een vlucht in de nieuwe Kleine Zaal. Zondag verzorgden drie gerenommeerde solisten een tijdreisje naar die begindagen, in een bont programma met onder meer goeddeels vergeten Nederlands repertoire.

Willem Kes was behalve de eerste dirigent van het Concertgebouworkest ook vioolvirtuoos en componist. In zijn Charakterische Tanzweisen, op. 3 (1890) voor viool en piano buitelen de noten over elkaar heen. Toch heeft het werk meer te bieden dan idiomatische vindingrijkheid. Na enkele ontsierende intonaties herpakte violiste Liza Ferschtman zich in een ziedende uitvoering.

Hannes Minnaar speelde een curieuze Arabeske (1848) van Johannes Verhulst en drie mooie maar weinig oorspronkelijke Nocturnes (1837) van Johannes van Bree – componisten die vooral voortleven in straatnamen.

Ondanks deze archiefvondsten, waren de hoogtepunten niet verrassend. Duits bovendien. Mendelssohns Tweede pianotrio (1845) kreeg een bevlogen en heldere lezing met subtiel samenspel. En de Tweede sonate in a voor cello en piano van Julius Röntgen, Duitser in Nederland, was het meest recente stuk op het programma, uit 1901. Een rijp en sprankelend werk, gloedvol vertolkt door Quirine Viersen en Minnaar.