Erfenis Swartz: activistische hackers beter beschermen

De dood van hacker Aaron Swartz leidt tot een opleving in de open access-beweging: activistische hackers die meer openheid op internet willen afdwingen.

In het dagelijks leven is Ka-Ping Yee programmeur bij Google, maar afgelopen weekend was hij even activist. De hele zaterdag en zondag werkte hij aan een programma om de betaalmuur van PACER te omzeilen, een Amerikaanse database met openbare gegevens van rechtszittingen waarvoor het publiek 10 cent per opgevraagd document moet betalen. Internetactivist Aaron Swartz bouwde in 2008 een toepassing om de betaalmuur te omzeilen voor Firefox; door Kee ligt er nu ook een programma dat draait op browser Chrome. „Swartz was een vriend van mij, ik beschouw dit als een eerbetoon”, zegt Yee. „En ik deel Swartz’ overtuiging: publieke documenten moeten voor iedereen toegankelijk zijn.”

Aaron Swartz maakte begin deze maand een eind aan zijn leven. Hij was een belangrijk voorvechter van ‘open access’, een beweging die informatie via internet voor iedereen toegankelijk wil maken. Het gaat daarbij in het bijzonder om informatie die is betaald met publieke middelen, zoals academische kennis en overheidsinformatie. De afgelopen weken is in tal van bijeenkomsten gepoogd om Swartz’ gedachtegoed inzichtelijk te maken en voort te zetten.

In een emotionele speech bij een drukbezochte herdenkingsbijeenkomst in San Francisco beschuldigde Swartz’ vriendin Taren Stinebrickner-Kauffman het Amerikaanse openbaar ministerie van Swartz’ dood. „We moeten af van een juridisch systeem dat mensen als Aaron vervolgt maar tot nu toe nog geen enkele bankier die de economische crisis heeft veroorzaakt heeft aangepakt”, riep zij onder luid geklap.

„We kunnen Aaron niet meer redden, maar we kunnen de volgende Aarons helpen”, zei internetactivist Carl Malamud tijdens diezelfde bijeenkomst. „Aaron was geen lone wolf, Aaron was onderdeel van een grote en groeiende beweging. Er is een heel leger aan mensen die vinden dat informatie vrij toegankelijk moet zijn.”

Een meer praktische invulling aan het voortzetten van Swartz’ erfenis werd gegeven in zogeheten ‘hackathons’, bijeenkomsten waarbij hackers één of een aantal dagen bijeen komen om nieuwe projecten op te zetten. Wereldwijd zijn er zestien hackathons in nagedachtenis van Swartz aangekondigd; ook een in Amsterdam, al zijn daarover nog geen details bekend gemaakt. In San Francisco leverde de Swartz-hackathon afgelopen weekend onder meer een site op om publieke datasets beter te kunnen doorzoeken, werden technische verbeteringen aangebracht in de online bibliotheek openlibrary.org en werd de reeds genoemde Chrome-toepassing voor het omzeilen van de betaalmuur van PACER gepresenteerd.

Tot slot zijn er initiatieven naar aanleiding van Swartz’ dood om de wetgeving voor computerhacks aan te passen. De huidige wet, de Computer Fraud and Abuse Act (CFAA), stamt uit 1986, zo’n decennium vóór de doorbraak van internet onder het grote publiek. Deze wet biedt weinig bescherming voor activistische hackers, die zeggen te handelen voor het publiek belang. Zo hing Swartz een gevangenisstraf van maximaal 35 jaar boven het hoofd omdat hij 4,8 miljoen artikelen had gedownload van JSTOR, een afgeschermde database van academische artikelen.

Een overtrokken reactie, vindt onder anderen Christie Dudley, privacyonderzoeker van de Santa Clara University. Bij de hackathon in San Francisco presenteerde zij het plan om samen met hackers en juristen een aantal amendementen te formuleren op de Amerikaanse antihackwet. Tijdens de hackerconferentie Shmoocon, die midden februari plaatsvindt in Washington D.C., worden de resultaten gepresenteerd. „Nu is hét moment om actie te ondernemen”, zegt Dudley. „Door Aarons dood is er veel aandacht voor het onderwerp. De kansen liggen voor het oprapen.”

    • Eva de Valk