Een pijnlijk lege stoel

Beatrix bezocht Suriname meerdere keren, maar nooit als koningin. De staatsgreep van Desi Bouterse stond dat lange tijd in de weg.

Prinses Beatrix in 1975 bij de onafhankelijkheid van Suriname. Naast haar (v.l.n.r.) premier Arron, vicepremier Van Genderen, president Ferrier en oppositieleider Lachmon. Foto onder: Beatrix in Hindostaanse kledij bij bezoek aan Suriname in 1958. Foto’s Anefo en ANP

Koningin Beatrix legde tijdens haar regeerperiode 54 staatsbezoeken af, maar deed als vorstin nooit Suriname aan. Opmerkelijk, gezien de historische banden tussen Nederland en de ex-kolonie.

Aan de Surinaamse bevolking kan het niet gelegen hebben; de band met het koningshuis was altijd sterk. In de koloniale periode werd koning Willem III door (een deel van) de Creoolse bevolking gezien als de man die de slaven hun vrijheid gaf. De koloniale autoriteiten lieten de Surinamers graag geloven dat dit een koninklijk geschenk was.

In de Tweede Wereldoorlog leefden de Surinamers mee met het moederland. In 1943 bezocht prinses Juliana Suriname vanuit Canada, waar zij toen verbleef. Prins Bernhard was er een jaar eerder al geweest – Suriname was met z’n bauxiet een belangrijke grondstoffenleverancier voor de oorlogsindustrie. Ze bezochten in 1955 ook samen Suriname – Juliana was intussen koningin – kort na de totstandkoming van het Koninkrijksstatuut dat Suriname meer autonomie verschafte. In 1978 bracht Juliana (met Bernhard) als eerste buitenlands staatshoofd een bezoek aan het toen drie jaar onafhankelijke Suriname.

Ook de eerste grote reis die prinses Beatrix zelfstandig maakte, ging in 1958 naar Suriname (en de Nederlandse Antillen). Ze volgde in Leiden speciale colleges over de cultuur van Suriname en de Antillen. Acht jaar later, in 1966, bezocht Beatrix Suriname met prins Claus. Het bezoek was in feite onderdeel van hun huwelijksreis. „Beatrix werd op handen gedragen, net als Máxima nu”, zegt oud-Kamerlid Kathleen Ferrier. „Wat me ook nog bijstaat, was haar grote belangstelling.” Ferrier, dochter van de eerste president van de Republiek Suriname, heeft jeugdherinneringen aan dat bezoek, omdat het paar bij hen thuis kwam.

Haar vader, Johan Ferrier, kende Beatrix al sinds hij haar in 1958 als premier in Suriname begeleidde. Volgens Kathleen Ferrier voelde hij zich als „een vader” verantwoordelijk voor de toen pas twintigjarige prinses. In 1966 ging het prinselijk paar voor het bezoek aan de Ferriers naar het district Para, waar Johan Ferrier op dat moment directeur van mijnmaatschappij Billiton was. „Hoogtepunt was dat mijn moeder bruine bonen met rijst voor hen kookte”, vertelt Kathleen Ferrier. Ze herinnert zich ook dat zij en zus Joan de hoed van Beatrix mochten dragen, toen de prinses voor hun woning in Billitondorp uit de auto stapte.

Beatrix en Claus bezochten, per korjaal (een boot gemaakt uit een boomstam), Drietabbetje, gelegen op drie eilandjes, waar ze werden ontvangen door het stamhoofd van de Aukaner Marrons – nazaten van Afrikaanse slaven die van de plantages het oerwoud in waren gevlucht. Op beelden van het Polygoon-journaal is een vrolijk lachende Claus te zien, die zich weer in Afrika lijkt te wanen, waar hij jaren als diplomaat werkte. Een even opgewekte Beatrix maakt schaterend filmopnamen bij de Marowijnerivier.

Bij de soevereiniteitsoverdracht op 25 november 1975 waren Beatrix en Claus weer in Suriname. Ze logeerden bij de Ferriers in het gouverneurspaleis, dat na middernacht het presidentieel paleis was geworden.

Dat Beatrix nooit een staatsbezoek aan Suriname bracht heeft alles te maken met de staatsgreep van zestien sergeanten onder leiding van Desi Bouterse in 1980, het jaar dat Beatrix de troon besteeg. Bouterse bleef tot 1987 aan de macht, waarna het leger onder zijn leiding eind 1990 opnieuw een coup pleegde. Na het herstel van de democratie werd Ronald Venetiaan president van Suriname. In 1992 bracht hij met zijn echtgenote een staatsbezoek aan Nederland. Ze werden door Beatrix en Claus op Paleis Noordeinde ontvangen. Tijdens dat bezoek werd het Raamverdrag „inzake vriendschap en nauwere samenwerking” ondertekend.

Tot een tegenbezoek van Beatrix kwam het nooit, ondanks herhaalde uitnodigingen van Surinaamse zijde. Toen de partij van Bouterse na de verkiezingen van 1996 aan de macht kwam, werd zo’n bezoek politiek onmogelijk. Bouterse werd in Nederland intussen verdacht (en veroordeeld) wegens drugshandel. Maar toen Venetiaan vier jaar later opnieuw president werd, had zo’n bezoek alsnog kunnen plaatsvinden.

De viering van 25 jaar onafhankelijkheid in 2000 leek de uitgelezen gelegenheid. De alom gerespecteerde (inmiddels overleden) Hindostaanse leider Jagernath Lachmon toonde zich teleurgesteld over Beatrix’ afwezigheid bij die gelegenheid. „Dat het koningshuis niet vertegenwoordigd zal zijn, is een leemte. Een stoel die gereserveerd was, blijft onbezet”, schreef hij enkele dagen voor de viering in een opinieartikel in deze krant.

De migratie van veel Surinamers naar Nederland had volgens Lachmon de banden tussen beide landen versterkt. Hij sprak ook van de rol van „beschermvrouw” die de Nederlandse koningin voor de onafhankelijkheid had gespeeld in de relaties tussen de etnische groepen in Suriname. Ook Surinamers in Nederland uitten hun ongenoegen over de afwezigheid van de koningin.

In de jaren erna kwam het er niet van. Wel toonde koningin Beatrix in 2006 in een telegram aan de regering in Paramaribo medeleven, toen de inheemse bevolking en de Marrons werden getroffen door zware overstromingen. In 2009 wees president Venetiaan er bij het bezoek van een Nederlandse parlementaire delegatie op dat meermalen een uitnodiging voor een staatsbezoek was uitgegaan. De koningin was nog altijd meer dan welkom.

Een nieuwe gelegenheid voor een staatsbezoek – maar dan van Willem-Alexander en Máxima – doet zich mogelijk voor in 2015, wanneer Suriname veertig jaar onafhankelijk is. Maar dan moet de Nationaal Democratische Partij van president Bouterse dat jaar wel eerst de verkiezingen verliezen.

    • Hans Buddingh'