De prognosefout

‘Een nieuw regime in Noord-Korea binnen twee jaar.’ ‘Argentijnse wijnen binnenkort populairder dan Franse.’ ‘Facebook over drie jaar het belangrijkste communicatiemedium.’ ‘De euro zal uiteenvallen.’ ‘Ruimtewandelingen voor iedereen binnen nu en tien jaar.’ ‘Over vijftien jaar geen ruwe olie meer.’ Dagelijks bombarderen deskundigen ons met hun voorspellingen. Hoe betrouwbaar zijn die? Tot een paar jaar terug nam niemand de moeite de kwaliteit ervan te toetsen. Philip Tetlock was de eerste.

Hij is hoogleraar in Berkeley en beoordeelde 82.361 voorspellingen van 284 deskundigen over een periode van tien jaar. Prognoses bleken zo vaak niet te kloppen dat ze ongeveer even goed door een toevalsgenerator gemaakt hadden kunnen zijn. De slechtste voorspellers bleken uitgerekend de deskundigen te zijn die de grootste media-aandacht krijgen, met name ondergangsprofeten en onder hen in het bijzonder degenen die strooien met desintegratiescenario’s. Het wachten is nog steeds op het uit elkaar vallen van Canada, Nigeria, China, India, Indonesië, Zuid-Afrika, België en de EU.

„Je hebt twee soorten mensen die de toekomst voorspellen: aan de ene kant mensen die niets weten en aan de andere kant mensen die niet weten dat ze niets weten”, schreef John Kenneth Galbraith, hoogleraar economie aan Harvard, tot woede van zijn eigen gilde. Peter Lynch, beurshandelaar, deed er nog een schepje bovenop: „De VS hebben zestigduizend afgestudeerde economen. Veel van hen zijn aangesteld om economische crises en rentes te voorspellen. Als hun prognoses maar twee keer achter elkaar zouden blijken te kloppen, waren ze miljonair. Voor zover ik weet, zijn de meeste nog steeds brave loontrekkers.” Dat zei hij tien jaar geleden. De VS hebben op dit moment driemaal zoveel economen in dienst – het effect op de prognosekwaliteit blijft nul.

Het probleem is dat deskundigen voor een foute prognose geen prijs betalen, niet in geld en ook niet in het verlies van hun goede naam. Anders gezegd, als maatschappij geven we die mensen een gratis optie. Er is geen downside als de prognose niet klopt, maar wel een upside aan aandacht, adviesopdrachten en publicatiemogelijkheden, mocht de prognose wel kloppen. Omdat de prijs voor die optie nul is, treedt er een ware inflatie in voorspellingen op. Daardoor stijgt de waarschijnlijkheid dat steeds meer voorspellingen alleen maar toevallig goed zitten. Ideaal zou zijn als de voorspellers gedwongen zouden worden geld aan een ‘prognosefonds’ te betalen, laten we zeggen 1.000 euro per prognose. Als de prognose klopt, krijgt de deskundige zijn geld met rente terug. Als ze niet klopt, gaat het bedrag naar een goed doel.

Wat is wel te voorspellen en wat niet? Ik zal er bij de prognose van mijn lichaamsgewicht over een jaar niet ver naast zitten. Hoe ingewikkelder een systeem en hoe langer de tijdsspanne, des te waziger onze blik in de toekomst. Opwarming van het klimaat, olieprijs of wisselkoersen zijn bijna onmogelijk te voorspellen. Uitvindingen zijn al helemaal niet te voorzien.

Conclusie: wees kritisch ten opzichte van prognoses. Ik heb me daarvoor een reflex aangeleerd – ik gnuif eerst over elke voorspelling, duister of niet. Daardoor verliest ze aan belang. Vervolgens stel ik mezelf twee vragen. In de eerste plaats: welke prikkels heeft de deskundige? Is hij werknemer en zou hij zijn baan kunnen verliezen als hij er steeds naast zit? Of gaat het hier om een zelfverklaarde trendgoeroe, die zijn inkomen via boeken en voordrachten binnenhaalt? Hij is aangewezen op aandacht van de media. Zijn prognoses zullen daarom sensationeel zijn. In de tweede plaats vraag ik me af hoe goed de score van de deskundige of goeroe is. Hoeveel prognoses heeft hij de afgelopen vijf jaar gedaan? Hoeveel daarvan zijn bewaarheid en hoeveel niet? Ik heb een verzoek aan de media: publiceer alsjeblieft geen prognoses meer zonder een staatje te geven van de prestaties van het vermeende orakel.

Tot slot een citaat van Tony Blair, omdat het zo raak is wat hij zegt: „Ik doe niet aan voorspellingen. Ik heb het nooit gedaan en ik zal het ook nooit doen.”

De Zwitser Rolf Dobelli schreef het boek ‘De kunst van het heldere denken. 52 denkfouten die u beter aan anderen kunt overlaten’.

    • Rolf Dobelli