Dat verbod op sociale media is in dit geval terecht

Illustratie Angel Boligan

Christiaan Alberdingk Thijm kritiseert een opmerkelijke uitspraak waarin de rechter een man verbood om gedurende een jaar socialemediaprofielen te beheren (Opinie, 24 januari). Ik kan me vinden in Alberdingk Thijms argumenten en het is in zijn algemeenheid juist dat een socialemediaverbod buiten proportie is. Toch vergeet hij enkele belangrijke aspecten van de zaak te vermelden die voor mij doorslaggevend waren om in deze zaak het oordeel te zien als terecht.

De man is al eerder veroordeeld om te stoppen met uitingen als „ZIEKELIJKE MISSELIJKE KINDERMISHANDELENDE MOEDERHOER”, „JULLIE ZIEKE KINDERNEUKERS” en „KINDEREN OPENLIJK NAAR DE SEXINDUSTRIE LAAT LEIDEN, TE WETEN MIJN DOCHTER VAN VIJF ALWAAR DIT ZIEKE VERHAAL MIJ DUIDELIJK WERD”. Dit zijn helaas veelvoorkomende uitingen, maar deze man blijft ermee doorgaan, ook al sommeerde de rechter hem afgelopen zomer ermee te stoppen.

Hij schaadt bovendien direct zijn kinderen: „De namen van de kinderen worden genoemd en hun foto’s en tekeningen worden afgebeeld. Ook het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming dat gaat over de kinderen heeft [hij] op internet geopenbaard.” Hiermee overschrijdt hij grenzen die hij blijkbaar ook na een veroordelend vonnis niet kan respecteren.

Een jaar lang ‘pas op de plaats’, waarbij van belang is dat ‘gewoon’ internetgebruik nog is toegestaan, is in mijn ogen gepast. De enige zorg die ik bij dit vonnis heb, is dat het begrip ‘socialemediaprofiel’ te beperkt geformuleerd is. De man kan op andere wijze blijven communiceren via internet.

Arno Lodder

Hoogleraar internetrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam