Corruptie in tennis?

Voor het eerst van mijn leven was ik Thomas Oh dankbaar. Hij had me de afgelopen dagen enkele mooie uurtjes bezorgd.

Thomas Oh is een kleine, gebrilde man die Engels spreekt, zoals Aziaten in Amerikaanse B-films dat doen: gebroken, op het onverstaanbare af. In het dagelijks leven is meneer Oh – door dat meneer wordt hij nog Aziatischer dan hij eruitziet – vicepresident van Kia Motors Corporation uit Zuid-Korea.

Afgelopen zondag stond meneer Oh opeens te glunderen tussen de tennisgiganten van deze tijd: Novak Djokovic en Andy Murray. Kia is de hoofdsponsor van de Australian Open in Melbourne, en meneer Oh mocht de riante cheques uitreiken aan de tennissers. Zonder meneer Oh waren ze helemaal niet naar dat verre Melbourne gekomen, besefte ik, toen ik zag hoe hij door de organisatoren als een vorst behandeld werd.

Er staan, zoals bekend, gigantische bedragen in het tenniscircuit op het spel. Hoe riskant is dat? Dreigt het tennis er niet door gecorrumpeerd te worden, zoals met de wielrennerij gebeurd is, waar doping en omkoping de afgelopen decennia normale praktijken zijn geworden? Een goedgevulde trog bevordert immers het bedrog. (Een Zuid-Koreaans spreekwoord.)

Voor omkoping in de tennisserij ben ik niet zo bang. Ze hebben een ijzersterk, de concurrentie verscherpend rankingsysteem. Hoe hoger op de lijst, hoe beter de plaatsing voor de toernooien. Je kunt als speler wel een overwinning aan een collega cadeau geven, maar je daalt er alleen maar van op de ranglijst.

Federer moest in Melbourne aantreden tegen de jonge Australische hoop Bernard Tomic. In de wielrennerij zouden ze dan kunnen afspreken: leuk om Bernard voor eigen publiek te laten winnen, Federer krijgt er onder tafel een aardig bedragje voor terug en is verzekerd van Bernards steun bij een volgende gelegenheid. Dat zie ik in de tennissport niet gauw gebeuren. Bernard kreeg van Federer een stevig pak slaag voor zijn jongensbroek.

Doping dan, in de tennissport? Er zijn al incidentele gevallen geweest, maar ik zie nog geen systeem, zoals in de wielersport. Komt het misschien doordat systematische controle ontbreekt? Dat kan.

De tennisverslaggever van de Volkskrant suggereerde gisteren zelfs al dopinggebruik bij Djokovic, toen die vorig jaar in Melbourne zo gemakkelijk herstelde van twee moordende vijfsetters. Het is een gemakkelijke insinuatie, op geen enkele aanwijzing, laat staan feit, gebaseerd. Sportverslaggevers beginnen door de onthullingen in de wielersport kennelijk onzeker te worden. Het is alsof ze zich alvast indekken voor toekomstige onthullingen in hún tak van sport. Kunnen ze later altijd zeggen: „Ik heb toch gewaarschuwd?”

Toevallig pleitte de Australische finale van dit jaar juist tégen een dopingscenario. Murray was nog aangeslagen (blaren, hamstring) van zijn ‘moordende vijfsetter’ tegen Federer en had kennelijk geen (of te weinig) doping gebruikt, zodat hij fysiek moest afhaken tegen de goed uitgeruste Djokovic.

Die halve finale tussen Federer en Murray was hét juweel van dit toernooi. Een adembenemende partij die vier uur duurde. Murray was de betere speler, maar Federer verweerde zich als een ouwe rot die niet voor de jeugd wil wijken. Was dit het begin van zijn definitieve neergang? Daarvoor speelde hij nog te goed. Wel maakte hij na afloop een berustende indruk. Dat kende ik niet van hem. Kop op, Roger, een beetje doping misschien?

    • Frits Abrahams