Clinton, de minister

Met enorm veel inzet heeft Hillary Clinton de afgelopen vier jaar haar voormalige rivaal Barack Obama gediend als minister van Buitenlandse Zaken. Zo gaf ze alsnog haar beste krachten aan het land waarvan ze eigenlijk zélf president had willen worden.

Dezer dagen zal ze haar functie overdragen aan John Kerry, die snel benoemd kan worden omdat in de Senaat amper bezwaren tegen hem bestaan. Of Clinton (65) zich nu gaat opmaken om in 2016 opnieuw een gooi naar het presidentschap te doen, is onduidelijk. Maar het is een reële mogelijkheid, en dat geeft aan de vraag hoe goed ze haar ministerschap vervuld heeft een extra lading.

Als voormalige first lady en presidentskandidaat betrad Clinton het wereldtoneel als een internationale beroemdheid. Ze ontpopte zich al snel als een gedreven, loyale en pragmatische minister, die op haar vele reizen een sterk persoonlijke vorm van diplomatie bedreef. Maar grote, laat staan historische resultaten heeft ze niet geboekt.

Binnen de regering was haar invloed beperkt, doordat het buitenlandse beleid grotendeels werd uitgezet in het Witte Huis. En bij de uitvoering kregen het Pentagon en de CIA een steeds belangrijker rol. Een van de zeldzame gevallen waarin president Obama de argumenten van Clinton zwaarder liet wegen dan die van haar collega van Defensie, was bij de militaire interventie in Libië, in 2011. Ook in het Congres wist ze haar politieke talent niet om te zetten in daadwerkelijke invloed, ook al was ze acht jaar senator.

In het buitenland ijverde Clinton met succes voor aanscherping van de sancties tegen Iran, maar tot een doorbraak in de impasse over het nucleaire programma van dat land heeft het vooralsnog niet geleid. Verder speelde Clinton een grote rol bij de formulering van de zogenoemde ‘draai naar het Oosten’, waarbij de Verenigde Staten meer aandacht en strategische prioriteit geven aan de sterk opkomende economieën in Azië. De banden met Europa bleef ze ondertussen koesteren – ze kwam maar liefst veertig keer op bezoek.

Maar in het conflict tussen Israël en de Palestijnen wist ze geen rol van betekenis te spelen. Het probleem Noord-Korea bracht ze niet dichterbij een oplossing. Van verbetering van de relaties met Rusland is te weinig terechtgekomen – zie de verdeeldheid over de burgeroorlog in Syrië. En in Afghanistan laat ze geen successen na.

Clinton zal haar post verlaten met haar reputatie grotendeels intact. Maar ze zal niet de geschiedenis in gaan als een van de grote, invloedrijke staatslieden die Buitenlandse Zaken heeft voortgebracht.