Chaos en rust, in volmaakte balans

Zijn faam dankt Jan Versweyveld aan de even minimale als indrukwekkende decors die hij sinds jaar en dag maakt voor Toneelgroep Amsterdam. Fotografeert hij, dan voelt hij zich vrij.

Foto’s Jan Versweyveld

Jan Versweyveld is de acteur steeds dichter genaderd. Vroeger cirkelde de ontwerper vooral om de spelers heen; bouwde ruimtes die hen omvatten, confronteerde ze met objecten. Hij onderzocht hoe hun lichamen zich verhouden tot zichtlijnen en licht, alsof hij koningen verschoof op een schaakbord. Nu registreert zijn camera gezichtspieren, traanbuisjes, poriën – die we uitvergroot terug zien op schermen op toneel. Het model in zijn maquette is een mens geworden. De koning in close-up.

Versweyveld is de vaste ‘scenograaf’ van Toneelgroep Amsterdam. ‘Decorontwerper’ dekt volgens hem de lading niet. „Daarbij denk ik aan karton en panelen. Mijn werk omvat zoveel meer: techniek, licht, film, video. Het ontwerpen is vijf procent van mijn werk, daarna moet ik denken aan budgetten en ruimte in de vrachtwagen.” Als fotografie ‘schrijven met licht’ betekent, dan is scenografie ‘schrijven op de scène’; schrijven met toneel. Dat is wat hij doet.

Maar Versweyveld is ook fotograaf. Hij legt de acteurs van Toneelrgoep Amsterdam vast op repetitiefoto’s, scènefoto’s, affichebeelden. Ook als ze niet spelen, maar rusten, roken, wachten of dollen, is hij erbij. Versweyveld fotografeert alsof hij er niet is; even geen pose, geen masker, geen rol. Ruim veertig van zijn foto’s zijn nu te zien in fotografiemuseum Foam.

Versweyveld raakte bekend met fotografie toen hij studeerde aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Tijdens zijn opleiding ontmoette hij zijn partner Ivo van Hove. Samen gingen ze theater maken, of eerder„een soort underground happenings”.

Versweyveld experimenteerde op die avonden met licht. „Licht in allerlei kleuren, bewegend – ik knutselde wat af. Het was de tijd van de punk, dus ik gebruikte veel tl. Nog steeds eigenlijk.” In 1990 kwamen ze samen bij Het Zuidelijk Toneel, waar ze naam maakten met onder meer Eugene O’Neills Het begeren onder de olmen, waarin Versweyveld echte koeien liet figureren, en Tennessee Williams’ Een tramlijn die Verlangen heet, met een badkuip als enige attribuut. Voor Toneelgroep Amsterdam, waar ze sinds 2001 samen werken, creëert Versweyveld transparante ruimtes, minimalistisch ingericht en sober. Veel van zijn decors ogen strak en steriel, op het kille af.

Zelf vindt de Vlaming zijn werk niet minimalistisch. Hij zoekt naar de balans tussen rust en chaos. „Bij mij thuis is het ook heel leeg, terwijl het in mijn hoofd vol is.” Misschien is zijn kale scenografie wel ‘een canvas voor de chaos’: „Om hun emoties kracht bij te zetten maken acteurs graag iets kapot. Prachtig, maar je kunt het niet organiseren. Als je iets blanco ontwerpt, kun je ervan uitgaan dat er chaos komt.”

Hoe zijn ideeën ontstaan kan Versweyveld moeilijk ontrafelen. „Tja, hoe werken je hersenen? Het ontwikkelt zich klik-klik-klik, via allerlei kleine contactjes en kortsluitinkjes. Voor Lange dagreis naar de nacht dacht ik bijvoorbeeld meteen: hout. Zo kwam ik op de architect Peter Callebout. Hij was het Belgische antwoord op het modernisme, maar met zwaardere materialen: hout, stenen. Dat zag ik direct voor me”.

Als hij met een ontwerp komt, is dat soms lastig voor regisseur Van Hove, zegt Versweyveld. „In zijn hoofd zijn de mogelijkheden eindeloos. En dan zeg ik: ‘Sorry, dat ding moet wel in een doos. En dáár moet een lamp aan, anders kun je die acteur niet zien’.”

Geniet Versweyveld daarom zo van fotograferen? Het lijkt of hij zich als fotograaf vrijer voelt. „Ik merk pas hoe organisch het fotograferen bij TA is, als we ergens anders werken, bij de Schaubühne in Berlijn bijvoorbeeld. Daar is het moeilijk om de acteurs zo dicht te benaderen. Hier groeien ze met mij op.”

Terwijl hij zijn decors tot op de millimeter uitdenkt en becijfert, maakt Versweyveld zijn foto’s juist op niet geplande momenten. Een uitgeputte Chris Nietvelt na een repetitie van Kreten en gefluister. Een geconcentreerde Frieda Pittoors vlak voor ze op moet in Teorema. Barry Atsma diep in slaap bij een repetitie van Husbands. „Ik fotografeer acteurs het liefst vroeg in het repetitieproces. Je ziet dan nog meer de mens dan de acteur. Als de première nadert, ontstaat afstand, door kostuums, grime en zenuwen.”

De foto op het affiche van de tentoonstelling in Foam is één van zijn favorieten: een repetitiefoto van de voorstelling Kinderen van de zon. De scène baadt in warm, geel licht – een lage voorjaarszon. Alle acteurs staan op toneel. Ze overleggen. Hier en daar is iemand gauw nog even met zijn tekst bezig. Er scharrelt een hondje rond. En Ivo van Hove spreekt geagiteerd tegen een onzichtbare figuur in de zaal. Chaos alom, en Versweyveld geniet. „Ik vind het het leukst als de boel helemaal overhoop gaat. Als een repetitie wordt stilgelegd en er zo’n enorme toeloop is op toneel. Dat is hèt moment om te fotograferen.”

‘Inbetweens’. Foto’s van Jan Versweyveld. Foam, Amsterdam, T/m 17/3. Inl.: foam.org

    • Herien Wensink