Brieven & Tweets

Een referendum past niet in onze staatsinrichting

„Ook wij eisen een referendum”, lees ik (Opinie&Debat, 26 januari). Het is een initiatief van Thierry Baudet c.s. Hij wil voorkomen dat we gedwongen worden om in Europa het federale pad te volgen.

De ondertekenaars zijn vergeten duidelijk te maken waarom een referendum hiertoe het geëigende middel is. We hebben in Nederland een parlementaire democratie. Het referendum speelt hierin een heel kleine rol. Baudet c.s. legt nergens uit waarom er in het geval van Europa opeens een referendum nodig is, in afwijking van de Nederlandse staatsinrichting.

Baudet c.s. wil dat Nederland zijn eigen weg gaat, maar kiest vervolgens het niet-Nederlandse referendum om dit te bereiken. Kan alleen langs deze weg voorkomen worden dat het Nederlandse parlement een pad inslaat waarmee hij het oneens is? Vertrouwt hij de Nederlandse parlementaire democratie niet?

Hierbij komt een praktisch bezwaar. In een referendum moet de kiezer kiezen tussen ja en nee. In Zwitserland worden zo voorstellen aangenomen of verworpen. Als het mensen of duidelijke alternatieven betreft, kan een referendum misschien goed functioneren, maar bij complexe zaken als de vorm en de ontwikkeling van de Europese Unie is dit heel moeilijk.

De vraag die Baudet c.s. voorstelt, luidt: „Wilt u onderdeel worden van een Europese politieke unie zoals in het voorstel van Barroso en Van Rompuy?” Als dit wordt verworpen, zijn we terug bij de tegenwoordige vorm van de Europese Unie. Daar is Baudet c.s. ook tegen.

A.R. Burger

Utrecht

Referendum verscherpt slechts de tegenstellingen

Thierry Baudet c.s. eist een referendum, opdat het „volk” zich kan uitspreken over Europa. Hij gaat voorbij aan het feit dat de Europese Unie en de euro gewoon bestaan. Het is evident dat er problemen zijn die een oplossing vragen, maar het is een gevaarlijke suggestie dat de klok kan worden teruggedraaid.

Voor bedrijfsleven, milieu, financiële sector en misdaad bestaan er geen landsgrenzen meer. Wij kunnen ons eigen bankentoezicht willen, maar de ING is too big to fail en Nederland is too little to save. Wij kunnen ons eigen ‘milieubeleid’ willen koesteren, maar de Rijn komt uit Duitsland en de Maas uit België. Fijnstof houdt zich evenmin aan grenzen.

Baudet valt steeds terug op het begrip „volk” als de entiteit waarop een natie zou moeten zijn gebaseerd. Deze gevaarlijke, romantische kletskoek heeft Europa al twee eeuwen parten gespeeld. Elk groot Europees land herbergt meerdere volken. Niet volken, maar vorsten hebben naties gemaakt en grenzen getrokken.

Europeanen hebben meer met elkaar gemeen dan wordt gesuggereerd. Het uitvergroten van verschillen is veelal gepaard gegaan met bedenkelijke bedoelingen. Overal krijgt Brussel de schuld van en overal wordt geklaagd over de ‘elitaire opstelling’ van degenen die betrokken zijn bij het Europese project. Tot op heden is elk Europees verdrag geaccordeerd door de gekozen volksvertegenwoordigingen.

Het echte probleem is: hoe blijft Europa overeind in een steeds sterker globaliserende wereld? Nee, roepen heeft geen enkele zin. Kom met alternatieven. Een referendum verscherpt de tegenstellingen alleen maar.

Arne Jonges

Den Haag

De glazenwassersrichtlijn bestaat helemaal niet

Het redactionele commentaar over het Britse ongemak met de tegenwoordige Europese Unie (NRC Handelsblad, 24 januari) roept op tot een debat over de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de lidstaten. Hierbij is het zaak onderscheid te maken tussen het verbeelde en het reëel bestaande Europa. Verhalen over de doorgeslagen bemoeizucht van Europa berusten vaak op mythen en misverstanden.

De glazenwassersrichtlijn, die het commentaar noemt als voorbeeld van „als bedillerig en ridicuul ervaren […] Europese regels”, vormt hiervan een prachtig voorbeeld. Zo’n richtlijn bestaat er namelijk niet. Er is wel een hoogterichtlijn, die zegt dat ladders voor werkzaamheden alleen mogen worden gebruikt als het niet anders kan en als er geringe risico’s aan zijn verbonden. De Europese wetgever formuleert dus alleen een beginsel, en ziet ervan af te bepalen tot welke hoogte er sprake is van een gering risico.

De beperking van de maximale werkhoogte voor ladders tot tien meter is een Nederlandse uitvinding. Deze vloeit voort uit het Convenant Gevelonderhoud. Dit werd in 1999, ruim voor de inwerkingtreding van de hoogterichtlijn, gesloten tussen de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties en opdrachtgevers.

De Europese Richtlijn en de hiermee gepaarde herziening van het Nederlandse Arbobesluit laten de werking van dit Convenant onverlet. De Europese Arboregels stellen een kader dat op nationaal niveau verder wordt uitgewerkt. Dit is een mooi voorbeeld van subsidiariteit, nietwaar? Hiervan zouden we zelfs onze Britse vrienden moeten kunnen overtuigen.

Bart van Riel

Amsterdam

Marko Bos

Zoetermeer

Laat NMa ook kijken naar ziekenhuissamenwerking

De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) heeft met een aantal recente besluiten duidelijk gemaakt hoe ze aankijkt tegen ziekenhuisfusies. Hiermee geeft ze een goed houvast aan ziekenhuizen met fusieplannen. Die kunnen een goede inschatting maken van de haalbaarheid van hun plannen.

Helaas is de NMa minder duidelijk over de vraag hoe ze aankijkt tegen lossere vormen van samenwerking dan een fusie. Vele ziekenhuizen zoeken naar onderlinge samenwerking ten dienste van patiënten, maar weten nog niet hoe dit zal vallen bij de NMa. Dit maakt hen kopschuw en stimuleert mogelijk zelfs een vlucht in de ‘veilige’ weg van een fusie. Na een eenmalige toets ben je dan immers van de NMa af.

Het zou goed zijn als de NMa hier duidelijkheid over verschaft, om koudwatervrees weg te nemen. Samenwerking tussen ziekenhuizen wordt vooral gericht op het verbeteren van de kwaliteit van het zorgaanbod en een efficiëntere en goedkopere bedrijfsvoering. Dit is geen kartelvorming; het zijn de patiënten en de zorgverzekeraars – die de zorg inkopen – die hiervan de vruchten plukken. De NMa kan deze samenwerking positief tegemoettreden. De wet biedt haar hiervoor alle ruimte.

Hein Abeln en Wilfrid Opheij

Partners bestuursadvies bij organisatieadviesbureau Twynstra Gudde

René Jansen

Geassocieerd bestuursadviseur bij Twynstra Gudde en voormalig lid van de raad van bestuur van de NMa

Selecteren van studenten negeert hun potentie

Uit het artikel ‘Verdubbeling selectie bij studies’ blijkt dat steeds meer hogescholen en universiteiten hun studenten selecteren (NRC Handelsblad, 25 januari). De deur naar selectie aan de poort bij alle opleidingen is wagenwijd opengezet nu opleidingen een numerus fixus kunnen aanvragen en studenten mogen selecteren.

Helaas kijkt selectie niet naar potentie voor de toekomst, maar beloont ze prestaties uit het verleden. Waarop selecteer je een achttienjarige? Cijfers? Motivatie? Intelligentie? Voorkennis? Een schrijfvaardige broer of zus die zich bekommert om de motivatiebrief of een dure stampcursus aan een bijlesinstituut kan het verschil maken. De werking van selectie is wetenschappelijk omstreden. Onderzoek uit de Verenigde Staten toont dat de meest gebruikelijke selectiemethoden – motivatiegesprekken en cijferlijsten – vrouwen en allochtonen discrimineren.

Selectie leidt ertoe dat onnodig veel studenten niet de studie van hun eerste keuze kunnen volgen. Suboptimale studiekeuze is een van de belangrijkste redenen voor studievertraging en uitval. Universiteiten en hogescholen kunnen beter inzetten op goede voorlichting en studiekeuzegesprekken.

Waarom willen steeds meer opleidingen selecteren? Prestatieafspraken tussen de overheid en onderwijsinstellingen belonen studierendement met geld. Veel onderwijsbestuurders zijn ervan overtuigd dat selectie hun rendement doet stijgen.

Het is onbegrijpelijk en onwenselijk dat minister Bussemaker (Onderwijs, PvdA) opleidingen vrijlaat om een numerus fixus in te stellen. Juist de PvdA heeft altijd verkondigd dat toegankelijkheid een groot goed is. Zij moet controleren of een studentenlimiet maatschappelijk nut dient of dat een opleidingshoofd vooral eurotekens in zijn ogen heeft.

Kai Heijneman

Voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb)

    • Bart van Riel
    • Kai Heijneman
    • Hein Abeln
    • Wilfrid Opheij
    • A.R. Burger
    • Arne Jonges